dinsdag 26 augustus 2014
Het begrip 'Transgender'.
Het is weer zover: Op Twitter kwam ik een discussie tegen waarbij het begrip 'transgender' nadrukkelijk werd gebruikt in relatie tot transsexualiteit, en waarbij opnieuw travestieten als een andere groep werden gezien, niet behorend tot de groep transgenders. In mijn beleving is dat niet juist; beiden behoren tot de groep transgenders.
Toen ik de twitteraars erop wees dat het begrip 'transgender' een containerbegrip is waar zowel travestieten als transsexuelen in vallen, kreeg ik een trans over me heen. Uit privacy-overwegingen noem ik geen namen, het is niet mijn bedoeling iemand zwart te maken en ik respecteer een ieder. Ik noem haar dan ook maar even T1.
Uit de bijdragen van T1 bleek dat ze me maar een eenvoudige travestiet vond (mijn interpretatie) en dat ik niet te vergelijken was met haar. Travestieten verkleden zich maar voor een paar uurtjes, en gaan dan weer terug. Zij is altijd als vrouw, en dat is toch heel anders. Op zichzelf klopt dat. Volgens haar doen travestieten het ook alleen maar voor de lol. Dat klopt dus niet. In de basis hebben travestieten dezelfde motivatie als transen, maar daarover straks meer. In elk was het hartgrondig met me oneens over de definitie van de term 'transgender' omdat zij vond dat travestieten toch echt ander volk zijn. Enfin, we werden het niet eens en ik ben maar gestopt met reageren.
Ik was het hele voorval eigenlijk alweer vergeten toen ik een vermelding tegen kwam van een andere transgender (als ik het goed begrijp een trans), die op de discussie had gereageerd en het in eerste instantie voor me op nam. Laat ik die dan maar T2 noemen. Ik reageerde erop, maar in de kortst mogelijke tijd ontspoorde de discussie weer, ditmaal in een iets andere richting. Zij vond dat ik de slachtofferrol koos omdat ik jaloers zou zijn op de aandacht die transen momenteel in de media krijgen. Op het moment loopt er het programma "Hij is een zij" waarin Arie Boomsma jonge transgenders volgt. In dit programma, en ook op de bijbehorende website wordt wederom het transgenderbegrip weer uitsluitend in verband gebracht met transsexualiteit, en in de uitleg op de website van het programma (hier) wordt zelfs expliciet gesteld dat transgenders niet verward moeten worden met travestieten, wat dat is een andere groep. Hé?? Ja, het staat er echt. In de beschrijving van het begrip 'travestie' wordt travestie expliciet in verband gebracht met sexuele opwinding, dus travestieten worden ook nog eens afgeschilderd als sexuele perverten.
Nu weten we al uit het onderzoek van Vennix dat travestie twee belangrijke motivaties kent, namelijk sexuele opwinding, en de prettig-anders-als-vrouw-factor (PAV). Verder weten we door Vennix dat er geen duidelijk onderscheid te maken valt tussen travestie en transsexualiteit. Vennix dacht ook dat er twee groepen waren, maar hij wat vond is in feite een glijdende schaal. In de praktijk heb ik ook al verschillende mensen in sneltreinvaart zien doorgroeien van travestie naar transsexualiteit. Dat travestieten een andere groep is dan de transen geloof ik dus niet zo. Wel dat transen verder zijn in hun ontwikkeling dan travestieten. Verder wordt er door zowel travestieten en transen vaak nadrukkelijk gezegd dat het allemaal niets met sexualiteit te maken heeft, maar ook dat is niet waar. Uit onderzoek weten we inmiddels dat de verhouding hetero/bi/asexueel onder de transgenders behoorlijk afwijkt van het normale. Het aantal bi's en het aantal asexuelen ligt beduidend hoger dan normaal, wat ten koste gaat van het aantal hetero's, dat dan ook een stuk lager ligt dan normaal. Ook weten we dat T's gewoonlijk een heterosexuele voorkeur hebben. Na hun transitie verandert die voorkeur meestal niet en zijn ze dus lesbisch of homo. Ik heb er geen gegevens over, maar ik heb het sterke vermoeden dat de meeste transvrouwen lesbisch zijn. De lesbische transvrouwen zijn dus zwaar oververtegenwoordigd.
De sexualiteit van T's is dus wel degelijk beduidend anders dan die van niet-t's, en de stelling dat sexualiteit er niets mee te maken heeft, klopt dus niet. Ik maak dus bezwaar tegen de begripsomschrijvingen op de website van "Hij is een zij", maar dat was niet het punt van deze blog. Ik dwaal af.
T2 en ik werden het dus ook niet eens en dus stopte ook daar de discussie. Waarom reageren die transen toch steeds zo prikkelbaar op dit thema? Bij mijn weten val ik ze niet aan, ik herinner ze er alleen maar aan dat er nog een (hele grote) groep is die vergeten dreigt te worden.
Ergens begrijp ik het wel: Die transen zijn uit de kast en hebben zich daar doorgaans veel ellende mee op de hals gehaald. Sommigen realiseren zich dat van te voren, maar de meesten onderschatten de hoeveelheid ellende waar ze na hun coming-out mee te maken krijgen, is mijn inschatting.
T2 benoemde dat zelfs nog door te stellen dat ze, als ze het over mocht doen, zich er beter op zou voorbereiden. Uit onderzoek blijkt ook dat de mortaliteit onder T's uit de kast schrikbarend hoog is, dus die ellende is echt geen kattepis. Reden voor mij om daar ver vandaan te blijven.
Maargoed, ik dwaal weer af. Alle aandacht die de transen momenteel krijgen, en de ermee gepaard gaande begripsvorming, zijn dus vooral hun eigen verdienste en niet die van de travestieten. Daarom snap ik die houding ergens wel: laat die travo's hun eigen boontjes maar doppen.
Maar die houding is dus gebaseerd op de stellingname dat travestieten een fundamenteel andere groep zijn dan de transsexuelen. Zoals ik hierboven al heb uitgelegd zijn die groepen echter niet gescheiden, maar is het in feite één en dezelfde groep. Persoonlijk zie ik transsexualiteit als een doorontwikkelde vorm van travestie. Uit de blogs van Mik van Es (mikstravestienotities.blogspot.com) en de vele discussies die ik inmiddels met hem heb gevoerd, is het mij duidelijk geworden dat travestie eigenlijk niets anders is dan een vorm van verslaving. Zoals er hele volksstammen verslaafd zijn aan rookwaren, alcohol, gokken of drugs, zo kun je ook verslaafd raken aan je eigen vrouwelijke zelfbeeld. Uit het onderzoek van Vennix weten we bijvoorbeeld dat travestieten altijd vaker willen verkleden dan ze al doen, ongeacht hoe vaak ze dat al doen. Het smaakt altijd naar meer, om Mik's woorden te gebruiken. Een transitie naar vrouw is zo beschouwd dan eigenlijk een soort van heilige graal. Zelf heb ik al diverse T's zien doorgroeien. Daarbij waren ook T's die in het begin nog verklaarden geen T te zijn, maar gewoon meer keuze in de garderobe wilden hebben. Het freestyle dressing argument dus. Nu die T's intussen in transitie zijn, is dat dus achteraf bezien gewoon een rationalisatie geweest.
Begrijp me niet verkeerd; ik heb niets tegen travestieten (ik ben er zelf één) of tegen transsexuelen. Ik ben voorstander van vergaande emancipatie van beide groepen, en wil daar op beperkte schaal ook wel voor ijveren. Waar ik wel iets tegen heb is de mist die er wordt opgetrokken als het gaat om de motivaties. T2 verklaarde zelfs dat er geen betrouwbare onderzoeken zijn, en dat alles dat we weten dus in feite giswerk is. Dat argument heb ik al vaker door transgenders (T's en T's!) horen gebruiken. Als je de conclusies uit onderzoek niet wilt horen, zeg je gewoon dat het onderzoek niet deugt. De werkelijke reden is vermoedelijk dat ze de conclusies te confronterend vinden en denken dat het hun emancipatie geen goed zal doen. Nu kon dat laatste wel eens waar wezen, maar dat is niet het punt. Het feit blijft dat we op objectieve gronden dus wel kunnen stellen dat we tot dezelfde groep behoren. We verschillen alleen in hoe ver we zijn in onze ontwikkeling. Maar een klein deel van alle T's ontwikkelt zich uiteindelijk tot transsexueel. Het aantal T's dat uiteindelijk in transitie gaat is ongeveer 1%. De onderzoeken waar dat op gebaseerd is zijn alweer een aantal jaren oud en ik heb de indruk dat het aantal stijgende is. Uit het onderzoek vam Vennix weten we dat er veel meer T's rondlopen met de wens tot lichamelijke aanpassingen, maar dat uiteindelijk maar weinigen echt die stap wagen.
We behoren dus tot dezelfde groep en kampen met (deels) dezelfde behoeften en problemen. De populatie transen wordt zelfs gevoed vanuit de populatie travestieten. Vanuit die invalshoek vind ik het dus jammer dat de transen het potentieel wat ze hebben op PR-gebied, niet willen aanwenden om ook begrip te vragen voor die grote groep T's die nog in de kast zitten en er niet uit durven.
Er viel me nog iets anders op in de discussie met T2. Of eigenlijk daarna, toen ik haar profiel ging checken. Ik ben altijd benieuwd met wie ik nu eigenlijk zit te praten, en dus Google ik zo iemand dan even om erachter te komen wat voor iemand het is. Nu moet je altijd maar afwachten wat voor gegvens je dan vindt, en dan nog geeft dat natuurlijk een verre van compleet beeld, maar in dit specifieke geval vond ik toch iets interessants.
Uit het LinkedIn profiel (alleen het gedeelte dat ik via Google te zien kreeg) bleek dat T2 hoogopgeleid is of ten minste op een aantal hogescholen heeft gezeten. Verder viel uit het profiel op te maken dat ze momenteel geen betaalde betrekking heeft. Onder het kopje 'Huidig' staat een lange lijst met parttime functies, die voor het merendeel vrijwillgerswerk lijken te zijn. Misschien dat er hier en daar wel iets betaalds tussen zit, maar het lijkt een verzameling vrijwilligersfuncties. Normaliter staat er in zo'n profiel één duidelijke functieomschrijving, maar hier staan termen als: activist, sympathisant, admirer e.d.. Dat lijken me geen betaalde functies. Onder het kopje 'Vorig' staan wel betaalde functies, maar daar vallen met name een paar laag betaalde functies op. De reden waarom ik dit noem? T2 gaf tijdens de Twitter conversatie ook nog aan dat ze veel ellende had doorgemaakt. Uit onderzoek blijkt dat transgenders vaak te maken krijgen met alerlei vormen van ellende, waaronder discriminatie, geweld/mishandeling, verlies van relaties, verlies van baan, etc. Zowel de bewuste tweet van T2 als ook de gegevens die ik op haar profiel vond, wijzen in die richting en lijken het gelijk van het onderzoek op dit punt dus te bevestigen. De bewering van T2 dat onderzoeken onbetrouwbaar zijn wordt hiermee dus niet gestaafd, maar eerder ontkracht. Haar eigen situatie is een schoolvoorbeeld van wat er uit de verschillende onderzoeken naar voren komt. Dat bevestigt voor mij dus maar weer dat die onderzoeken best wel aardig kloppen.
Waarom maak ik me hier eigenlijk druk om?
Uit de conversatie met T2 kon ik opmaken dat ze een bepaald motief veronderstelde voor mijn uitlatingen op Twitter. Ik had een bepaald belang bij mijn vorm van activisme, althans; dat veronderstelt zij. Dat maakte ik o.a. op uit haar beschudiging dat ik jaloers zou zijn op de aandacht die transen krijgen en travestieten niet. Nu maak ik me er wel druk om, maar jaloers? Nee. Waarom ik me er dan wel druk over maak? Ik zal trachten dat uit te leggen.
Kijk, uit de onderzoeken blijkt dus dat je door een coming out c.q. transitie op de lange termijn niet gelukkig wordt, om het maar voorzichtig te zeggen. In de praktijk zie ik daar ook voorbeelden van, dus op dat punt twijfel ik niet aan de onderzoeken. Verder is mij uit de blogs en discussies met Mik duidelijk geworden dat je travestie kunt zien als een vorm van verslaving. En zoals met alle verslavingen hebben die de neiging om uit de hand te lopen. Veel mensen roken, maar bij een beperkt deel loopt dat uit de hand en roken ze meer dan een pakje per dag. Er zijn ook veel mensen die wel een biertje, borreltje of een wijntje lusten, maar ook daar is een beperkte groep waarbij het volledig uit de hand loopt. In feite geldt dat voor alle verslavingen. Travestie vertoont, voor zover ik het kan overzien, ook allerlei kenmerken die bij een verslaving horen. Dat die in sommige gevallen ook uit de hand loopt, zien we aan het aantal aanmeldingen bij het genderteam van de VU.
Voor mezelf heb ik besloten dat ik dat pad niet op wil en dus heb ik me gericht op het beteugelen van die verslaving. Tot op heden lijkt dat aardig te lukken. Of ik er ooit helemaal los van kom weet ik niet, maar ik heb het volgens mij wel aardig in de hand. Als ik dat zo kan houden, betekent dat vermoedelijk dat er mij een heleboel ellende bespaard blijft. Nu kan ik natuurlijk denken: fijn, bedankt en zoek het verder allemaal zelf maar uit. Maar dat is niet mijn stijl. Ergens heb ik ook nog wel iets van idealisme, en ik heb er ook een theorie bij.
Allereerst zou het fijn zijn als we ooit nog eens in een samenleving zouden komen waarin iedereen zich kan presenteren zoals hij of zij wil, ongeacht of het uiterlijk nu mannelijk of vrouwelijk is. In de praktijk heerst er echter een sterke binding tussen bepaalde kledingstukken en het geslacht dat geacht wordt om die wel, of vooral niet te dragen. Datzelfde geldt in feite ook voor het hele rolpatroon. Het gevolg daarvan is dat het verleidelijk is om aan de andere kant te kijken. Het gras is immers altijd groener aan de andere kant. Dat is ook een beetje het 'verboden vrucht' effect. Als je overal van mag eten, behalve van die ene vrucht, dan wordt die ene vrucht zo onuitstaanbaar aantrekkelijk, dat je uiteindelijk toch voor de bijl gaat. En als die vrucht dan ook nog eens goed smaakt, wil je er steeds meer van eten. Ik schrijf het wat simplistisch op, maar toch is dat volgens mij de route waarlangs travestie/transsexualiteit zich ontwikkelt. Het verboden vrucht effect is vaak de trigger, maar fungeert ook als kathalysator die er uiteindelijk voor zorgt dat T's zich ook lichamelijk willen laten aanpassen.
Het gegeven dat die vrucht verboden is (het taboe op travestie) zit muurvast verankerd in de samenleving, en daarmee ook in de hoofden van de T's zelf. Ook voor henzelf is het een tegenstrijdig idee dat een man zich als vrouw presenteert. In de loop van de tijd groeit bij veel T's dan ook het gevoel dat ze eigenlijk vrouw zijn (bij M-V's) en uiteindelijk dat het lichaam dan ook maar aangepast moet worden aan de maatschappelijke rol. Ik heb dat Valentijn de Hing ook horen zeggen in een uitzending van het programma '24 uur met...'.
Het exacte citaat weet ik zo even niet, maar het kwam erop neer dat de transitie voor haarzelf eigenlijk geen meerwaarde had en dat het eigenlijk een knieval was naar de maatschappij omdat ze ook wel eens in een bikini op het strand wilde liggen zonder dat iedereen naar haar kijkt.
Nu ik dit zit te schrijven, heb ik de uitzending gemist maar even opgezocht (http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1251048), en het citaat komt nu ook voorbij:
"Ik heb die operatie heel bewust gekozen, om mij bewust te conformeren aan het maatschappelijke construct 'gender'." Uit de toelichting van Valentijn blijkt dat ze zich bewust is van hoe de maatschappij werkt, met name dat de maatschappij transgenders beter accepteert naarmate ze er meer als een echte vrouw uit zien. De maatschappij accepteert in feite immers maar twee geslachten/genders. Een vrouw met een piemel past niet in één van beiden. Zij heeft die transitie dus niet ondernomen omdat ze zich daardoor meer vrouw voelt, maar dat ze dat vooral heeft gedaan omdat dat maatschappelijk gezien beter in het plaatje past. Zij zegt daarover zelf: "Dat ik het niet eens ben met hoe de wereld werkt wil nog niet zeggen dat ik het spelletje niet kan meespelen." In feite is dit een motivatie die bij een showgirl past, maar dat even terzijde.
Op een blog van een andere trans die ik volg vond ik een soortgelijke uitspraak over een derde bobbel die niet hoort. Uit eerdere bijdragen valt op te maken dat deze T er steeds meer naartoe groeit om die bobbel inderdaad te laten weghalen. Uit één van de laatste bijdragen blijkt dat een blik in de spiegel op het naakte lichaam de doorslag geeft. Het lichaam is inmiddels zo vervrouwelijkt, die bobbel hoort daar gewoon niet meer.
Tja, dit soort uitspraken bevestigen mij in mijn opvatting dat lichamelijke aanpassingen eigenlijk helemaal niet nodig zouden moeten zijn, maar dat ze in die zin zijn 'aangepraat' door de maatschappij, die niet in de laatste plaats ook in het hoofd van de trans zelf zit.
Dat is hetgeen waar ik me tegen verzet. De T gaat uiteindelijk in transitie omdat de maatschappij dat van haar verwacht. En omdat de maatschappij dat verwacht, verwacht de T dat zelf ook. Het man/vrouw beeld zit immers ook onwrikbaar in het hoofd van de T zelf.
Als we ooit nog eens tot een situatie zouden kunnen komen waarin kleding en genderrollen echt unisex zouden zijn, valt die verboden vrucht weg. De verboden vrucht om af te wijken van je 'natuurlijke' genderrol. Je kunt daar dan ook niet vanaf wijken, omdat die genderrol dan feitelijk helemaal niet meer bestaat. Alles is dan immers unisex. En als alles gewoon kan en mag, dan is er ook geen feitelijke drijfveer meer om het geslacht aan te laten passen. Dit is natuurlijk allemaal wel echt giswerk, en vooral ook lange termijn werk. Op iets kortere termijn zou het fijn zijn als we ook voor de travestieten meer acceptatie zouden kunnen krijgen, zodat die ook uit de kast kunnen komen. Dat doel lijkt me iets bescheidener en wellicht ook wat beter realiseerbaar. En het zou tevens de opmaat kunnen zijn naar het afschaffen van genderrollen.
Waarom vinden vrouwen winkelen zo leuk?
Ik zit regelmatig ov er het internet te surfen. Soms met een gericht doel, soms ook niet en dan klik ik van de ene link door naar de andere, als mijn interesse wordt getriggerd. Nu heb ik een brede interesse over de meest uiteenlopende zaken, dus ben ik nogal vaak aan het surfen :-).Bij toeval kwam ik daardoor het volgende artikel tegen over de vraag waarom vrouwen zo graag winkelen.
Het antwoord dat in het artikel gegeven werd, kwam er kort gezegd op neer dat vrouwen in de prehistorie verzamelaars waren en dat het hedendaagse shoppen de historische behoefte tot verzamelen bevredigt. In de steentijd jaagden de mannen op wild, de vrouwen verzamelden vruchten, eetbare planten, kruiden, en alles wat verder van nut kon zijn om te overleven. Dat verzamelen heeft nu geen nut meer, maar de drang is er nog steeds, en het winkelen bevredigt die behoefte, dat was ongeveer de verklaring.
Hm, mooi verhaal, maar ik geloof het niet zo. Ik denk dat het anders ligt.
Vrouwen winkelen graag, maar hebben ook vaak een hekel aan boodschappen doen. Is boodschappen doen ook niet een vorm van verzamelen? Als het werkelijk verzameldrift is, hoe verklaar je dan waarom vrouwen wel opgewonden kunnen worden van een paar mooie schoenen, maar niet van een pot bruine bonen? Als de evolutionaire verklaring van die ethologische behoeften klopt, zouden vrouwen juist blijer moeten worden van die pot bruine bonen. Die verschaft immers overlevingskansen, een nieuw paar schoenen niet.
De evolutie toont ook aan dat gedrag of eigenschappen die niet langer noodzakelijk zijn voor het overleven van de soort, op den duur ook weer verdwijnen. M.a.w. die verzameldrift had al lang verdwenen moeten zijn. Die evolutionaire verklaring klopt dus niet.
Ik denk de oorzaak ligt in het gedragspatroon m/v. Mannen vallen bij vrouwen vooral op schoonheid; Vrouwen die er goed uit zien en mooi gekleed zijn krijgen meer aandacht van de mannen. Vrouwen leren dat al heel vroeg, en zo leren zij dus ook dat een mooi uiterlijk ook in hun eigen belang is. Vrouwen ontwikkelen dus een positieve associatie tussen kleding en zich goed voelen. Dat verklaart waarom vrouwen zo gericht zijn op shoppen, en waarom ze zo blij kunnen worden van een mooi paar schoenen. Bij mannen is die relatie er niet, daarom hebben mannen ook geen belang bij winkelen en zien ze het vooral als tijdverlies.
Vrouwen kijken bij mannen vooral naar de status. Niet in letterlijke zin, maar met status bedoel ik dat mannen vooral betrouwbaarheid en overwicht moeten uitstralen. Een verzorgd uiterlijk en degelijk voorkomen, eventueel aangevuld met dure kleding en gadgets draagt daar dus aan bij, evenals een gespierde torso.
Mannen ontlenen hun 'handelswaarde' dus aan hun status, vrouwen aan hun uiterlijk. En tenslotte: Mannen vinden winkelen ook wel degelijk leuk, alleen gaat hun interesse naar andere dingen uit. Een man heeft een hekel aan kleding kopen, maar wil wel graag winkelen bij de Mediamarkt. En dat past dan weer heel goed in het statusgericht zijn van de man.
Kortom: een vrouw voelt zich beter van een nieuw paar schoenen; een man voelt zich beter van een nieuw gadget. Dat klopt naadloos met het klassieke man/vrouw gedragspatroon; mannen selecteren vrouwen op uiterlijk terwijl vrouwen mannen selecteren op status. Evolutionair gezien klopt het dus ook; die gerichtheid op kleding c.q. gadgets vergroot de overlevingskansen.
Maar de vraag ging over winkelen in het algemeen; niet zozeer over kleding in het bijzonder.
Het punt is dus: wat is evolutionair gezien het nut van winkelen? Ik kan slechts twee verklaringen bedenken, waarvan ik de belangrijkste hierboven al heb uitgeschreven. Het evolutionair belang van kleding shoppen is dus duidelijk. Waarom vinden we dan shoppen op de kerstmarkt zo leuk?
Ik denk dat dat niet meer is dan een spin-off; een soort prettige bijkomstigheid. Winkelen is belonend gedrag, zoals ik hierboven al heb toegelicht. Iets moois voor jezelf kopen triggert dat beloningsmechanisme, ongeacht of dat nu een paar mooie schoenen is of een nieuwe jurk of een stel kerstballen. Dat vrouwen naast kleding dus ook kerstshoppen leuk vinden, heeft dus vooral te maken met interesse. Er zijn trouwens ook wel mannen te vinden die kerstmarkten leuk vinden.
Dan zie ik nog een tweede verklaring, en dat is dat je dit soort winkelen ook vaker met twee of meer personen kunt doen. Het is dus ook een sociaal gebeuren. Naast een gerichtheid op het uiterlijk hebben vrouwen ook nog een gerichtheid op (groeps)relaties, veelal met vriendinnen. Mannen gebruiken ongeveer 7.000 woorden per dag, vrouwen 20.000. Vrouwen praten dus drie keer zoveel als mannen. Ook zijn het de vrouwen die het meest intensief met sociale media bezig zijn.
Dat komt allemaal doordat vrouwen behoefte hebben aan contacten met anderen. Dat winkelen voorziet in die behoefte. Die kerstmarkt bevordert dus ook nog eens de sociale cohesie.
Wat mij dan nog bezig houdt is de vraag wat evolutionair gezien het belang is van contacten van vrouwen met andere vrouwen. Waarom vinden vrouwen contacten met andere vrouwen zo fijn? Daar ben ik nog niet helemaal uit. Voer voor een volgende bespiegeling wellicht.
woensdag 5 februari 2014
Babylonische spraakverwarring
Ik kwam bij toeval een blogje tegen over de benamingen van schoenen (hier). De schrijfster (Inge Specht, conservator van o.a. de schoenenverzameling van het Nederlands Leder en Schoenenmuseum in Waalwijk) was naar een symposium over stoffen en hun benamingen geweest, en beschrijft hier de moeite die het tegenwoordig kost om de juiste benaming aan het juiste type stof te koppelen. Blijkbaar heerst er een babylonische spraakverwarring op dat vlak. In het blog beschrijft ze dat dit probleem ook in schoenenland bestaat, iets dat ik uit eigen ervaring kan beamen en waar ik me van tijd tot tijd ook wel aan kan storen. De spraakverwarring is echter nog veel groter dan zij in haar blog opmerkt.
Ik koop regelmatig schoenen via Marktplaats, en als je al die advertenties leest, dan zie je pas welke babylonische spraakverwarring er heerst op dit vlak. Wat bijvoorbeeld door de één een ballerina wordt genoemd, noemt de ander een instapper, terwijl iemand anders het weer heeft over een sandaal of een zomerschoen. Het is maar een voorbeeld, maar zo zijn er vele.
Neem nu die ballerina, een type schoen waarvan de belangrijkste kenmerken zijn dat hij plat, laag en sierlijk is. Het belangrijkste kenmerk is de wreef, die gewoonlijk helemaal open is. Door veel mensen wordt dit echter een instapper genoemd. Strikt genomen is deze benaming van toepassing op alle schoenen waar je gemakkelijk 'in stapt', zonder dat je iets los of vast moet maken, zoals veters, klittenband of rits. Op zichzelf is die benaming dus nog geen categorie-aanduiding. Maar in de regel wordt de naam instapper ook vaak gebruikt als de Nederlandse benaming voor het type schoen dat in Engels sprekende landen bekend staat onder de naam 'Loafer'. Dit is in de verste verte geen ballerina, maar juist een hoog op de wreef gesloten schoen met een ruime, vaak elastische instap. Loafers komen oorspronkelijk uit de mannelijke garderobe, maar zijn ook in de vrouwelijke garderobe te vinden. De gedachte kwam bij me op dat de loafer we eens zou kunnen zijn ontstaan uit de mannelijke ballerina, die vroeger ook wel door dandy's werd gedragen. Bewijs voor deze stelling heb ik evenwel nog niet kunnen vinden, dus het blijft bij een veronderstelling.
Loafers worden soms ook wel moccasins genoemd, maar dat is niet correct. Moccasin is een term voor schoenen met een bepaalde constructiewijze, en de loafer is een variant op dat thema die vaak voor komt. Sommige loafers zijn dus moccasins, maar lang niet allemaal. Omgekeerd zijn ook lang niet alle moccasins loafers. Ook laarzen of veterschoenen kunnen van het type moccasin zijn.
Als je de eerder genoemde ballerina schuin omhoog zet en voorziet van een hoge hak, dan heet het een pump. Kenmerkend voor de pump zijn dus dezelfde dingen als bij een ballerina, namelijk een schoen die een geheel open wreef heeft, sierlijk en elegant is. De naam is mogelijk afkomstig van de waterpomp, (Engels: pump) omdat de schoen en contour gezien lijkt op de hendel van een waterpomp. Etymologisch zijn er inderdaad aanwijzingen dat de pump verwant is aan het Engelse woord voor 'pomp'. Zowel ballerina's als pumps kunnen opengewerkt zijn. Veel voorkomend zijn o.a. open teen, open hiel (slingback pump) en soms is de pump aan de zijkant open gewerkt. Een open hiel wordt overigens vaak ten onrechte een open hak genoemd, maar ook dat is fout; de hak zit aan de schoen zelf, die is niet open. Bedoeld wordt dat het achterste gedeelte van de schoen open is, zodat de hiel zichtbaar is. Een open hiel dus, en geen open hak. Maar dit even terzijde. In de praktijk worden opengewerkte pumps echter vaak sandalen genoemd.
Maar een sandaal heeft in mijn beleving echter weer heel andere kenmerken; een platte schoen met open teen en/of open hiel, en mogelijkerwijs een verder opengewerkte constructie aan de zijkant en/of op de wreef. Een sandaal is in minimalistische vorm eigenlijk niet meer dan een zool die men met touwtjes of bandjes om de voet bindt. Dat om de voet binden is naar mijn idee een essentieel kenmerk van een sandaal. Dat impliceert dat er twee belangrijke voorwaarden zijn om een schoen een sandaal te mogen noemen: Er moet iets over de wreef zitten, en er moet ook iets achter de hiel zitten. Verder moet de schoen een uitgesproken 'open' karakter hebben. Schoenen waarbij er niets achter de hiel zit, noemen we slippers. (ook weer vanuit het engels: easy to slip on and slip off, m.a.w. je kunt je voet er zo inschuiven). De officiële naam voor dit type schoen is de muil (of het muiltje). In de praktijk worden slippers echter vaak ten onrechte sandalen genoemd en omgekeerd worden sandalen ook vaak slippers genoemd, wat dus niet correct is.
De benaming voor sandalen met (hoge) hakken is sandaletten. In de praktijk worden sandaletten echter vaak weer ten onrechte pumps genoemd, maar dat klopt dus niet omdat sandaletten iets over de wreef hebben en daardoor juist niet voldoen aan de definitie van een pump. Een sandalet heeft doorgaans ook een veel te opengewerkt uiterlijk om nog aan het model van een pump te beantwoorden. De vergelijking met de sandaal ligt veel meer voor de hand, vandaar het woord 'sandalet'.
Dan is er nog het vraagstuk 'laars'. Wanneer is een schoen een laars? In mijn optiek is dat wanneer de schoen iets van een schacht heeft, die minimaal reikt tot over de enkel. In de praktijk worden er echter heel wat schoenen 'laarsje' genoemd, terwijl die schoenen in de verste verte geen schacht hebben. Vaak betreft het dan gewoon een (hoog gehakte) schoen, met rits of met veters, die ophoudt onder het enkelbot. Dat is dus gewoon een schoen, en geen laars. Zelfs geen laarsje. Dit soort schoenen wordt trouwens ook weer vaak 'pump' genoemd, wat dus ook niet klopt gezien het feit dat de wreef volledig gesloten is. Er zijn zelfs mensen die echte enkellaarsjes (met een schacht tot ruim over de enkel) nog pumps noemen, wat in feite helemaal nergens op slaat.
Dat brengt tenslotte het vraagstuk, waar de grenzen liggen. Hoever moet een wreef nog open zijn om nog van een pump (of ballerina) te kunnen spreken? Hoever moet een schoen minimaal zijn opengewerkt om van een sandaal te kunnen spreken? Sommige mensen spreken al van een sandaal als ze een gesloten veterschoen bedoelen met wat spleetjes of gaatjes in het bovenblad. Mogen we een ballerina met een klein hakje nog wel ballerina noemen, of is het dan al een pump? En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Soms kom je canvas sneakers tegen met een schacht die tot onder de knie reikt. Zijn dat nog wel sneakers? Of hebben we het dan over (veter)laarzen?
Grensgevallen en mengvormen zullen er altijd blijven, maar dan nog zou je moeten uit gaan van de kenmerken die het meest nadrukkelijk aanwezig zijn. Een gladiatorsandaal reikt meestal over de enkels, maar toch noemen we dat meestal geen laars. De 'sandaalkenmerken' voeren immers de boventoon. Een laars met een open teen en een open hiel noemen we om diezelfde reden meestal ook een laars en geen sandaal.
Helaas weten veel mensen echter nog niet eens wat de betekenis van de de verschillende benamingen is, en wat de bijbehorende kenmerken zijn waardoor alle benamingen en categorieën dus door elkaar worden gebruikt.
Ik koop regelmatig schoenen via Marktplaats, en als je al die advertenties leest, dan zie je pas welke babylonische spraakverwarring er heerst op dit vlak. Wat bijvoorbeeld door de één een ballerina wordt genoemd, noemt de ander een instapper, terwijl iemand anders het weer heeft over een sandaal of een zomerschoen. Het is maar een voorbeeld, maar zo zijn er vele.
Neem nu die ballerina, een type schoen waarvan de belangrijkste kenmerken zijn dat hij plat, laag en sierlijk is. Het belangrijkste kenmerk is de wreef, die gewoonlijk helemaal open is. Door veel mensen wordt dit echter een instapper genoemd. Strikt genomen is deze benaming van toepassing op alle schoenen waar je gemakkelijk 'in stapt', zonder dat je iets los of vast moet maken, zoals veters, klittenband of rits. Op zichzelf is die benaming dus nog geen categorie-aanduiding. Maar in de regel wordt de naam instapper ook vaak gebruikt als de Nederlandse benaming voor het type schoen dat in Engels sprekende landen bekend staat onder de naam 'Loafer'. Dit is in de verste verte geen ballerina, maar juist een hoog op de wreef gesloten schoen met een ruime, vaak elastische instap. Loafers komen oorspronkelijk uit de mannelijke garderobe, maar zijn ook in de vrouwelijke garderobe te vinden. De gedachte kwam bij me op dat de loafer we eens zou kunnen zijn ontstaan uit de mannelijke ballerina, die vroeger ook wel door dandy's werd gedragen. Bewijs voor deze stelling heb ik evenwel nog niet kunnen vinden, dus het blijft bij een veronderstelling.
Loafers worden soms ook wel moccasins genoemd, maar dat is niet correct. Moccasin is een term voor schoenen met een bepaalde constructiewijze, en de loafer is een variant op dat thema die vaak voor komt. Sommige loafers zijn dus moccasins, maar lang niet allemaal. Omgekeerd zijn ook lang niet alle moccasins loafers. Ook laarzen of veterschoenen kunnen van het type moccasin zijn.
Als je de eerder genoemde ballerina schuin omhoog zet en voorziet van een hoge hak, dan heet het een pump. Kenmerkend voor de pump zijn dus dezelfde dingen als bij een ballerina, namelijk een schoen die een geheel open wreef heeft, sierlijk en elegant is. De naam is mogelijk afkomstig van de waterpomp, (Engels: pump) omdat de schoen en contour gezien lijkt op de hendel van een waterpomp. Etymologisch zijn er inderdaad aanwijzingen dat de pump verwant is aan het Engelse woord voor 'pomp'. Zowel ballerina's als pumps kunnen opengewerkt zijn. Veel voorkomend zijn o.a. open teen, open hiel (slingback pump) en soms is de pump aan de zijkant open gewerkt. Een open hiel wordt overigens vaak ten onrechte een open hak genoemd, maar ook dat is fout; de hak zit aan de schoen zelf, die is niet open. Bedoeld wordt dat het achterste gedeelte van de schoen open is, zodat de hiel zichtbaar is. Een open hiel dus, en geen open hak. Maar dit even terzijde. In de praktijk worden opengewerkte pumps echter vaak sandalen genoemd.
Maar een sandaal heeft in mijn beleving echter weer heel andere kenmerken; een platte schoen met open teen en/of open hiel, en mogelijkerwijs een verder opengewerkte constructie aan de zijkant en/of op de wreef. Een sandaal is in minimalistische vorm eigenlijk niet meer dan een zool die men met touwtjes of bandjes om de voet bindt. Dat om de voet binden is naar mijn idee een essentieel kenmerk van een sandaal. Dat impliceert dat er twee belangrijke voorwaarden zijn om een schoen een sandaal te mogen noemen: Er moet iets over de wreef zitten, en er moet ook iets achter de hiel zitten. Verder moet de schoen een uitgesproken 'open' karakter hebben. Schoenen waarbij er niets achter de hiel zit, noemen we slippers. (ook weer vanuit het engels: easy to slip on and slip off, m.a.w. je kunt je voet er zo inschuiven). De officiële naam voor dit type schoen is de muil (of het muiltje). In de praktijk worden slippers echter vaak ten onrechte sandalen genoemd en omgekeerd worden sandalen ook vaak slippers genoemd, wat dus niet correct is.
De benaming voor sandalen met (hoge) hakken is sandaletten. In de praktijk worden sandaletten echter vaak weer ten onrechte pumps genoemd, maar dat klopt dus niet omdat sandaletten iets over de wreef hebben en daardoor juist niet voldoen aan de definitie van een pump. Een sandalet heeft doorgaans ook een veel te opengewerkt uiterlijk om nog aan het model van een pump te beantwoorden. De vergelijking met de sandaal ligt veel meer voor de hand, vandaar het woord 'sandalet'.
Dan is er nog het vraagstuk 'laars'. Wanneer is een schoen een laars? In mijn optiek is dat wanneer de schoen iets van een schacht heeft, die minimaal reikt tot over de enkel. In de praktijk worden er echter heel wat schoenen 'laarsje' genoemd, terwijl die schoenen in de verste verte geen schacht hebben. Vaak betreft het dan gewoon een (hoog gehakte) schoen, met rits of met veters, die ophoudt onder het enkelbot. Dat is dus gewoon een schoen, en geen laars. Zelfs geen laarsje. Dit soort schoenen wordt trouwens ook weer vaak 'pump' genoemd, wat dus ook niet klopt gezien het feit dat de wreef volledig gesloten is. Er zijn zelfs mensen die echte enkellaarsjes (met een schacht tot ruim over de enkel) nog pumps noemen, wat in feite helemaal nergens op slaat.
Dat brengt tenslotte het vraagstuk, waar de grenzen liggen. Hoever moet een wreef nog open zijn om nog van een pump (of ballerina) te kunnen spreken? Hoever moet een schoen minimaal zijn opengewerkt om van een sandaal te kunnen spreken? Sommige mensen spreken al van een sandaal als ze een gesloten veterschoen bedoelen met wat spleetjes of gaatjes in het bovenblad. Mogen we een ballerina met een klein hakje nog wel ballerina noemen, of is het dan al een pump? En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Soms kom je canvas sneakers tegen met een schacht die tot onder de knie reikt. Zijn dat nog wel sneakers? Of hebben we het dan over (veter)laarzen?
Grensgevallen en mengvormen zullen er altijd blijven, maar dan nog zou je moeten uit gaan van de kenmerken die het meest nadrukkelijk aanwezig zijn. Een gladiatorsandaal reikt meestal over de enkels, maar toch noemen we dat meestal geen laars. De 'sandaalkenmerken' voeren immers de boventoon. Een laars met een open teen en een open hiel noemen we om diezelfde reden meestal ook een laars en geen sandaal.
Helaas weten veel mensen echter nog niet eens wat de betekenis van de de verschillende benamingen is, en wat de bijbehorende kenmerken zijn waardoor alle benamingen en categorieën dus door elkaar worden gebruikt.
zaterdag 7 december 2013
Zoek de verschillen
Dat is de titel van een artikel in de Weekend bijlage van het AD. Het artikel - 2 pagina's groot - gaat over stellen (man en vrouw) die samen dezelfde kleding dragen.George Maas heeft foto's gemaakt van identiek geklede man/vrouw stellen. Het gaat zonder uitzondering om stellen die gekleed in een stoer ANWB windjack, spijkerbroek en stevige wandelschoenen door George op de kiek zijn gezet. George gaat in deze Jut en Jul serie op zoek naar stellen, mensen die zeer individualistisch lijken te zijn maar ondertussen, als je ze bij elkaar op het Leidsche plein zet, een grote kudde blijken te vormen.
"Je moet wel heel erg diep verbonden zijn"zegt George Maas (52), die al 5 jaar lang bezig is met zijn serie van in het wild gefotografeerde gelijkgekleden. "Het is eigenlijk een heel radicale kledingkeuze, en het lijken ook vaak roestvrijstalen stellen, die ook nog sprekend op elkaar lijken."
De auteur, Mark Moorman, zet hiermee meteen de toon voor het artikel. In het artikel weidt hij verder over dit gegeven uit, en constateert dat de kledingkeuze van de stellen hun verbondenheid symboliseert. Ook meldt hij dat de meeste stellen 50-plus zijn, en dus jong waren in de jaren 70, toen de unisex kleding in de mode was. Pardon? Volgens mij is unisex nog steeds in de mode. Maar eigenlijk zie ik helemaal geen unisex op die foto's. Ik zie uitsluitend stellen die uitgesproken mannelijk gekleed zijn, in een windjack van de outdoor afdeling van de ANWB. Samen gekocht, in de opruiming aan het eind van het vorige seizoen. En omdat ze toch in de opruiming waren, hebben ze er meteen maar allebei één gekocht. Ze houden immers van wandelen, en die jassen zijn lekker warm als we samen gaan wandelen.
Unisex? M'n hola. Die kleding is helemaal niet unisex. Zonder uitzondering gaat het om stoere en warme kleding van de Outdoorafdeling van de ANWB, met een uitgesproken mannelijk karakter. Mannelijk gekleed dus, en dat kan ook omdat het voor vrouwen volkomen normaal is om je mannelijk te kleden. En om maar meteen met de term 'unisex' af te rekenen: Unisex kleding is in de basis altijd mannelijk. Ik heb tenminste nog nooit een unisex jurkje gezien, enkele experimentele verschijningen bij sommige modeshows op de catwalk daargelaten. Het zou pas echt aardig zijn als Maas identiek geklede stelletjes zou gaan zoeken waarvan de man dezelfde kleding als de vrouw aan heeft in plaats van andersom. Stellen met een vrouwelijke kledingstijl dus. Als Maas daar nu mee begint, heeft hij tegen de tijd van zijn pensioen misschien voldoende foto's verzameld om een halve pagina in het AD mee te vullen.
Maar op deze foto's zie ik dus helemaal geen dappere stellen die met hun radicale kledingkeuze een verbondenheid symboliseren. Welnee, ik zie vooral geëmancipeerde en praktisch ingestelde vrouwen die niet zo met hun uiterlijk bezig zijn, maar wel van wandelen houden, en ervan houden om dingen samen met hun man te ondernemen. Vrouwen die lid zijn van de ANWB, waar ze hun windjack en wandelschoenen kopen. Samen met hun man, dat dan weer wel.
In dezelfde weekend bijlage staan trouwens ook nog 3 pagina's vol met foto's en beschrijvingen van mensen die hun kledingkeuze baseren op een specifiek tijdperk, zoals de twenties, thirties, fifties of eighties. Van de 5 geïnterviewden zijn er 4 vrouw en is er slechts één man. Ik constateer weer dat mode vooral om vrouwen draait en dat mannen op modegebied duidelijk weer de tweederangsburgers zijn. Tot overmaat van ramp kan ik uit de foto van de man in kwestie nou niet echt duidelijk de tijdgeest herleiden, wat bij de dames in kwestie wel duidelijk zichtbaar is. Mannenmode is door de tijd heen dus blijkbaar vrij constant, en de mannenmode staat slechts zeer geringe variaties toe, zoveel wordt weer duidelijk. Maargoed, dat is natuurlijk niets nieuws.
donderdag 3 januari 2013
Hoge hakken maken vrouwen aantrekkelijker
Op nu.nl kom ik een artikeltje tegen, dat gaat over een onderzoek waaruit blijkt dat hoge hakken vrouwen aantrekkelijker maken voor mannen.
Dat is interessant. Hoge hakken maken vrouwen aantrekkelijker voor mannen. Interessant, omdat de onderzoeken elkaar op dit punt tegen lijken te spreken. Ik heb in het recente verleden namelijk ook een bericht gelezen over onderzoek waaruit het tegenovergestelde blijkt. Mannen zouden dan juist helemaal niet vallen op hakken.
Bij het onderzoek waren de hoofden niet zichtbaar. Alleen de benen en de heupen waren te zien. Ook werd er gebruik gemaakt van point-light display, een techniek waarbij de modellen worden voorzien van lichtgevende stippen op strategische plaatsen, zoals de gewrichten. Het model draagt zelf donkere kleding. Als het donker wordt gemaakt valt het model weg in de achtergrond, en blijven alleen de lichtgevende stippen zichtbaar. Op die manier wordt de beweging van het silhouet zichtbaar gemaakt. Die techniek wordt ook vaak gebruikt in animatiefilms en games, om de beweging van mensen over te brengen naar de computer, om daarmee de karakters in de film of game op een realistische manier te laten bewegen
Een panel van mannen én vrouwen zagen dus alleen de bewegende contouren van de modellen, en konden niet zien of het model op hakken of op platte schoenen liep. Ook konden ze niet zien of het model een man of een vrouw was. De modellen liepen op een loopband en werden gefilmd.
De toeschouwers kregen de film te zien en moesten vervolgens de modellen beoordelen op aantrekkelijkheid en vrouwelijkheid. Vrouwen die op hakken liepen scoorden ze in alle gevallen hoger dan vrouwen zonder hakken. Ook moesten de toeschouwers zeggen of ze een man of een vrouw dachten te zien. Vrouwen die op plat schoeisel liepen werden vaker voor een man aangezien. Omdat de hakken zelf niet te zien waren, en ook de bovenkant van het lichaam niet zichtbaar was, moet de hogere score dus voortkomen uit een andere lichaamshouding en beweging. Kennelijk ga je toch op een andere manier bewegen als je op hakken loopt. Dat blijkt ook uit het onderzoek, gemeten werden o.a. de stapfrequentie, de stapafstand, de heuprotatie, en nog een paar variabelen. Bij het dragen van hakken wordt de stapfrequentie hoger, de stapjes korter, en de rotatiehoek van de heupen groter. De modellen 'swingen' dus meer bij het lopen, en dat wordt geassocieerd met vrouwelijkheid.
Dat wisten we natuurlijk al lang, maar nieuw is dat die andere houding/beweging blijkbaar dus echt aantrekkelijker is voor mannen. Interessant. Het zijn niet de hakken, maar de lichaamshouding en vooral de bewegingen die het hem doen. Net zoiets als het wulpse buikdansen in oosterse culturen, of de westerse equivalent - paaldansen. Dat past dan weer perfect bij de traditionele vrouwenrol, namelijk het showen van het lichaam. En niet alleen het showen van het lichaam, nee: vrouwen verstaan de kunst om het lichaam te gebruiken als instrument om mannen mee te verleiden.
De vrouwenrol in optima forma.
Blijft apart dat het andere onderzoek, dat op een vergelijkbare manier werd uitgevoerd, tot een tegenovergestelde conclusie kwam. Bij dat onderzoek werd geen point-light display gebruikt, maar de overeenkomst is dat de schoenen zelf niet te zien waren. Welke van de twee onderzoeken moet je nu geloven? Het onderzoek van de University of Portsmouth waaruit blijkt dat mannen worden aangelokt door een vrouw op hakken, of dat eerdere onderzoek van de Northumbria University, waaruit het tegenovergestelde bleek?
Geen idee, maar Portsmouth spreekt me het meest aan. Het verklaart namelijk de functie van de hoge hak in duidelijke relatie tot de vrouwenrol, en dat vind ik best aannemelijk. Bij het onderzoek van Northumbria blijft het nut van hakken onduidelijk. Portsmouth lijkt ook degelijker en meer 'clean' te zijn, omdat het echt alleen maar ging om de beweging. Alle andere, mogelijk storende invloeden werden eruit gefilterd. Bij Northumbria waren de modellen zelf ook te zien, en dan heb je dus meer factoren die meespelen, zoals het uiterlijk. Verder lijkt het beoordelingssysteem van de laatstgenoemde wolliger omdat daarbij "op de reacties van de mannen werd gelet.". Het is dus niet duidelijk hoe de score tot stand kwam. Ook is niet duidelijk waar de mannen nu precies op reageerden.
Opvallend is dat onderzoeker Nick Neave van Northumbria hakken wel in verband brengt met aantrekkelijkheid middels non-verbale communicatie zoals lichaamshouding, beweging en dansen. Hij ontkracht met zijn onderzoeksresultaten dus zijn eigen stelling, zou je kunnen concluderen. Het onderzoek van Portsmouth ondersteunt dit echter wel. Ik houd het voorlopig dus maar even bij Portsmouth.
Dat is interessant. Hoge hakken maken vrouwen aantrekkelijker voor mannen. Interessant, omdat de onderzoeken elkaar op dit punt tegen lijken te spreken. Ik heb in het recente verleden namelijk ook een bericht gelezen over onderzoek waaruit het tegenovergestelde blijkt. Mannen zouden dan juist helemaal niet vallen op hakken.
Bij het onderzoek waren de hoofden niet zichtbaar. Alleen de benen en de heupen waren te zien. Ook werd er gebruik gemaakt van point-light display, een techniek waarbij de modellen worden voorzien van lichtgevende stippen op strategische plaatsen, zoals de gewrichten. Het model draagt zelf donkere kleding. Als het donker wordt gemaakt valt het model weg in de achtergrond, en blijven alleen de lichtgevende stippen zichtbaar. Op die manier wordt de beweging van het silhouet zichtbaar gemaakt. Die techniek wordt ook vaak gebruikt in animatiefilms en games, om de beweging van mensen over te brengen naar de computer, om daarmee de karakters in de film of game op een realistische manier te laten bewegen
Een panel van mannen én vrouwen zagen dus alleen de bewegende contouren van de modellen, en konden niet zien of het model op hakken of op platte schoenen liep. Ook konden ze niet zien of het model een man of een vrouw was. De modellen liepen op een loopband en werden gefilmd.
De toeschouwers kregen de film te zien en moesten vervolgens de modellen beoordelen op aantrekkelijkheid en vrouwelijkheid. Vrouwen die op hakken liepen scoorden ze in alle gevallen hoger dan vrouwen zonder hakken. Ook moesten de toeschouwers zeggen of ze een man of een vrouw dachten te zien. Vrouwen die op plat schoeisel liepen werden vaker voor een man aangezien. Omdat de hakken zelf niet te zien waren, en ook de bovenkant van het lichaam niet zichtbaar was, moet de hogere score dus voortkomen uit een andere lichaamshouding en beweging. Kennelijk ga je toch op een andere manier bewegen als je op hakken loopt. Dat blijkt ook uit het onderzoek, gemeten werden o.a. de stapfrequentie, de stapafstand, de heuprotatie, en nog een paar variabelen. Bij het dragen van hakken wordt de stapfrequentie hoger, de stapjes korter, en de rotatiehoek van de heupen groter. De modellen 'swingen' dus meer bij het lopen, en dat wordt geassocieerd met vrouwelijkheid.
Dat wisten we natuurlijk al lang, maar nieuw is dat die andere houding/beweging blijkbaar dus echt aantrekkelijker is voor mannen. Interessant. Het zijn niet de hakken, maar de lichaamshouding en vooral de bewegingen die het hem doen. Net zoiets als het wulpse buikdansen in oosterse culturen, of de westerse equivalent - paaldansen. Dat past dan weer perfect bij de traditionele vrouwenrol, namelijk het showen van het lichaam. En niet alleen het showen van het lichaam, nee: vrouwen verstaan de kunst om het lichaam te gebruiken als instrument om mannen mee te verleiden.
De vrouwenrol in optima forma.
Blijft apart dat het andere onderzoek, dat op een vergelijkbare manier werd uitgevoerd, tot een tegenovergestelde conclusie kwam. Bij dat onderzoek werd geen point-light display gebruikt, maar de overeenkomst is dat de schoenen zelf niet te zien waren. Welke van de twee onderzoeken moet je nu geloven? Het onderzoek van de University of Portsmouth waaruit blijkt dat mannen worden aangelokt door een vrouw op hakken, of dat eerdere onderzoek van de Northumbria University, waaruit het tegenovergestelde bleek?
Geen idee, maar Portsmouth spreekt me het meest aan. Het verklaart namelijk de functie van de hoge hak in duidelijke relatie tot de vrouwenrol, en dat vind ik best aannemelijk. Bij het onderzoek van Northumbria blijft het nut van hakken onduidelijk. Portsmouth lijkt ook degelijker en meer 'clean' te zijn, omdat het echt alleen maar ging om de beweging. Alle andere, mogelijk storende invloeden werden eruit gefilterd. Bij Northumbria waren de modellen zelf ook te zien, en dan heb je dus meer factoren die meespelen, zoals het uiterlijk. Verder lijkt het beoordelingssysteem van de laatstgenoemde wolliger omdat daarbij "op de reacties van de mannen werd gelet.". Het is dus niet duidelijk hoe de score tot stand kwam. Ook is niet duidelijk waar de mannen nu precies op reageerden.
Opvallend is dat onderzoeker Nick Neave van Northumbria hakken wel in verband brengt met aantrekkelijkheid middels non-verbale communicatie zoals lichaamshouding, beweging en dansen. Hij ontkracht met zijn onderzoeksresultaten dus zijn eigen stelling, zou je kunnen concluderen. Het onderzoek van Portsmouth ondersteunt dit echter wel. Ik houd het voorlopig dus maar even bij Portsmouth.
vrijdag 23 november 2012
Transgender?
Naar aanleiding van de discussies rondom DebatOp2 kwam ik op Twitter in contact met Maureen Wever, één van de aanwezigen in de studio. Dat ging zo: Ik zocht naar tweets over #debatop2, en kwam daarbij Maureen tegen. Maureen sprak in een tweet haar hoop uit: "Ik hoop dat alle transgenders zich in de toekomst vrij kunnen uiten zonder discriminatie en afwijzing". Hierop reageerde @BarbaraCD met de woorden: "Ben dan geen transgender, maar travestiet. Maar ook daar kan heel wat veranderen!". Ik zat er met verbazing naar te kijken. Ik ben geen transgender, maar travestiet. Het staat er echt. Barbara noemt zichzelf travestiet, maar denkt dat zij niet bij de groep transgenders hoort.
Het is me al langer bekend dat er onder de transsexuelen een groep is die de term 'transgender' exclusief voor transsexuelen willen claimen. Ik heb er al meermalen discussies met verschillende transen over gehad. Als ik in een gesprek de term 'transgender' liet vallen in relatie tot mijn eigen persoon, dan kreeg ik ongeveer de volgende reactie: "Nee, dat klopt niet. Ik ben transgender. Jij bent travestiet.". Met andere woorden: een travestiet is iets anders dan een transgender. En ik wil niet met jou over één kam geschoren worden.
Ik kan me vergissen, maar volgens mij is transgender toch echt een verzamelnaam voor alle mensen bij wie de genderidentiteit niet strookt met het geslacht. Tot die groep behoren achtereenvolgens mannen in rok, travestieten, transgenderisten, queers en transsexuelen. Man in rok is overigens ook weer een verzamelnaam, want behalve mannen in rok bestaan er ook mannen op hakken, mannen in panty, mannen in jurk en - jawel - mannen in badpak. Ook zijn er mannen die alleen maar wat lingerie onder hun kleding dragen. Om het nog onoverzichtelijker te maken zijn er ook mannen die tot meerdere van deze stromingen behoren. In feite zijn het allemaal substromingen binnen de hoofdstroming travestie. En travestie is weer een substroming in het transgenderisme.
Elk van deze substromingen kent verschillende gradaties.
De overeenkomst tussen al deze groepen is dat ze allemaal gender-overschrijdend gedrag vertonen, en daar ook een behoefte toe voelen. Het verschil zit hem slechts in hoe ver ze dat gedrag doorvoeren. Travestieten en mannen in rok gaan daar het minst ver in; zij kunnen of willen niet uit de kast en verkleden zich af en toe, meestal thuis met de gordijnen dicht. Voor de buitenwereld zijn zij gewoon man. Transsexuelen gaan het verst; zij kiezen voor een leven in de gewenste genderrol en laten het lichaam aanpassen aan het gender. Transgenderisten zitten daar tussenin; zij leven wel in de rol van het gewenste geslacht, maar het lichaam heeft nog het oorspronkelijke geslacht.
Goed, al die groepen behoren dus tot detzelfde grote groep die transgender heet, en de transsexuelen proberen die term dus te kapen. Tot zover niets nieuws onder de zon. Het nieuwe is dat ik nu dus een travestiet tegen kom die er daadwerkelijk nog naar luistert ook. "Ik ben geen transgender, maar travestiet." Uiteraard heb ik maar even een berichtje gestuurd met de melding: "Misvatting; transgender = verzamelnaam voor travestieten, transgenderisten en transsexuelen. Hoor jij dus ook bij!"
Ik vraag mij af waarom transsexuelen proberen om die term te kapen. Ik meldde al eerder dat vooral transsexuelen vaak erg gevoelig zijn als het op de juiste terminologie aan komt. Praten met een transsexueel is soms net of je in een mijnenveld stapt: één onoplettende uitspraak en je hebt weer een gepikeerde reactie te pakken. Als blikken konden doden lag ik al lang en breed onder de groene zoden. En dan ben ik zelf nog wel transgender en zou dus beter moeten weten. Ik probeer er ook op te letten, maar toch ga ik af en toe wel eens de fout in. Maargoed, ik dwaal af.
Persoonlijk denk ik dat men de term 'transsexueel' te beladen vindt, en dat die term mogelijk een negatieve bijklank heeft. De term 'transgender' klinkt neutraler en is dan dus een eufemisme, net zoals travestieten om dezelfde reden de term 'travestie' liever niet gebruiken. Mannen in rok vinden zichzelf sowieso geen travestiet of transgender, en zitten dus in ontkenning. Travestieten erkennen wel dat ze transgender/travetiet zijn, maar spreken dan weer liever over crossdressing of noemen zichzelf deeltijdvrouw. Of transgender, maar dat geeft dan weer problemen met transsexuelen want die vinden dat die term exclusief bij hen hoort. Enfin, dat had ik al uitgelegd.
Hoe dan ook: de term 'transgender' is de algemene term waarmee we de groep van mensen aanduiden die zich niet thuisvoelen in het hokje waar ze bij hun geboorte in zijn gestopt. Wikipedia is dat met me eens:http://nl.wikipedia.org/wiki/Transgender_(genderdysforie). De Engelstalige Wikipedia benoemt dat nog eens wat specifieker. Volgens wikipedia is de term afkomstig uit het Engels en verwoordt het een begrip dat voorheen bekend stond als 'genderbending': Het spelen met uitgesproken seksespecifieke elementen van gedrag en uiterlijk teneinde het seksebegrip teniet te doen. Paradoxaal genoeg staat dat dus eigenlijk haaks op wat de transsexuelen beogen. Genderbending beoogt het opheffen van de gendertweedeling, terwijl transsexuelen zich juist nadrukkelijk conformeren aan de gendertweedeling, maar dan wel in de rol van het het geslacht dat ze niet van nature hebben. Als je dan bedenkt dat de term 'transgender' dus eigenlijk een vervanging is voor de term 'genderbending', is het eigenlijk niet logisch dat juist die term door de transsexuelen wordt geclaimd. Daar is dus blijkbaar niet goed over nagedacht. Het is daarom des te aannemelijker dat het gewoon een eufemisme is. Transgender klinkt beter dan transsexueel.
Hoe het ook zij, de term exclusief claimen voor transsexuelen is fout. De term 'transgender' is een verzamelnaam voor travestieten, transgenderisten en transsexuelen, kortom voor alle mensen bij wie de genderbeleving op de één of andere manier afwijkt van het biologische geslacht. En dus hoort ook @BarbaraCD bij de grote groep van transgenders, net als ikzelf.
Het probleem is alleen dat in de praktijk alleen transgenderisten en transsexuelen uit de kast zijn. Als er iets in de publiciteit komt over transgenders, gaat het bijna altijd over transsexuelen. Travestieten zijn doorgaans niet uit de kast en blijven dus onderbelicht. Voor de buitenwereld wordt de term 'transgender' daardoor dus gekoppeld aan transsexualiteit. De grote groep travestieten, die nota bene het leeuwendeel van alle transgenders uitmaken, dreigt hierdoor de emancipatieboot te missen. Daarom sprak ik BarbaraCD dus aan met de mededeling dat zij dus wel degelijk transgender is en ook bij de groep hoort.
Bij deze wil ik de hele transgendergemeenschap dan ook oproepen om gezamelijk op te trekken, en niet onderlinge verdeeldheid te creëren door te ruzieën over wie nu welke term mag gebruiken. We hebben een gezamelijk belang, en onderlinge verdeeldheid draagt niet bij aan het realiseren daarvan.
Het is me al langer bekend dat er onder de transsexuelen een groep is die de term 'transgender' exclusief voor transsexuelen willen claimen. Ik heb er al meermalen discussies met verschillende transen over gehad. Als ik in een gesprek de term 'transgender' liet vallen in relatie tot mijn eigen persoon, dan kreeg ik ongeveer de volgende reactie: "Nee, dat klopt niet. Ik ben transgender. Jij bent travestiet.". Met andere woorden: een travestiet is iets anders dan een transgender. En ik wil niet met jou over één kam geschoren worden.
Ik kan me vergissen, maar volgens mij is transgender toch echt een verzamelnaam voor alle mensen bij wie de genderidentiteit niet strookt met het geslacht. Tot die groep behoren achtereenvolgens mannen in rok, travestieten, transgenderisten, queers en transsexuelen. Man in rok is overigens ook weer een verzamelnaam, want behalve mannen in rok bestaan er ook mannen op hakken, mannen in panty, mannen in jurk en - jawel - mannen in badpak. Ook zijn er mannen die alleen maar wat lingerie onder hun kleding dragen. Om het nog onoverzichtelijker te maken zijn er ook mannen die tot meerdere van deze stromingen behoren. In feite zijn het allemaal substromingen binnen de hoofdstroming travestie. En travestie is weer een substroming in het transgenderisme.
Elk van deze substromingen kent verschillende gradaties.
De overeenkomst tussen al deze groepen is dat ze allemaal gender-overschrijdend gedrag vertonen, en daar ook een behoefte toe voelen. Het verschil zit hem slechts in hoe ver ze dat gedrag doorvoeren. Travestieten en mannen in rok gaan daar het minst ver in; zij kunnen of willen niet uit de kast en verkleden zich af en toe, meestal thuis met de gordijnen dicht. Voor de buitenwereld zijn zij gewoon man. Transsexuelen gaan het verst; zij kiezen voor een leven in de gewenste genderrol en laten het lichaam aanpassen aan het gender. Transgenderisten zitten daar tussenin; zij leven wel in de rol van het gewenste geslacht, maar het lichaam heeft nog het oorspronkelijke geslacht.
Goed, al die groepen behoren dus tot detzelfde grote groep die transgender heet, en de transsexuelen proberen die term dus te kapen. Tot zover niets nieuws onder de zon. Het nieuwe is dat ik nu dus een travestiet tegen kom die er daadwerkelijk nog naar luistert ook. "Ik ben geen transgender, maar travestiet." Uiteraard heb ik maar even een berichtje gestuurd met de melding: "Misvatting; transgender = verzamelnaam voor travestieten, transgenderisten en transsexuelen. Hoor jij dus ook bij!"
Ik vraag mij af waarom transsexuelen proberen om die term te kapen. Ik meldde al eerder dat vooral transsexuelen vaak erg gevoelig zijn als het op de juiste terminologie aan komt. Praten met een transsexueel is soms net of je in een mijnenveld stapt: één onoplettende uitspraak en je hebt weer een gepikeerde reactie te pakken. Als blikken konden doden lag ik al lang en breed onder de groene zoden. En dan ben ik zelf nog wel transgender en zou dus beter moeten weten. Ik probeer er ook op te letten, maar toch ga ik af en toe wel eens de fout in. Maargoed, ik dwaal af.
Persoonlijk denk ik dat men de term 'transsexueel' te beladen vindt, en dat die term mogelijk een negatieve bijklank heeft. De term 'transgender' klinkt neutraler en is dan dus een eufemisme, net zoals travestieten om dezelfde reden de term 'travestie' liever niet gebruiken. Mannen in rok vinden zichzelf sowieso geen travestiet of transgender, en zitten dus in ontkenning. Travestieten erkennen wel dat ze transgender/travetiet zijn, maar spreken dan weer liever over crossdressing of noemen zichzelf deeltijdvrouw. Of transgender, maar dat geeft dan weer problemen met transsexuelen want die vinden dat die term exclusief bij hen hoort. Enfin, dat had ik al uitgelegd.
Hoe dan ook: de term 'transgender' is de algemene term waarmee we de groep van mensen aanduiden die zich niet thuisvoelen in het hokje waar ze bij hun geboorte in zijn gestopt. Wikipedia is dat met me eens:http://nl.wikipedia.org/wiki/Transgender_(genderdysforie). De Engelstalige Wikipedia benoemt dat nog eens wat specifieker. Volgens wikipedia is de term afkomstig uit het Engels en verwoordt het een begrip dat voorheen bekend stond als 'genderbending': Het spelen met uitgesproken seksespecifieke elementen van gedrag en uiterlijk teneinde het seksebegrip teniet te doen. Paradoxaal genoeg staat dat dus eigenlijk haaks op wat de transsexuelen beogen. Genderbending beoogt het opheffen van de gendertweedeling, terwijl transsexuelen zich juist nadrukkelijk conformeren aan de gendertweedeling, maar dan wel in de rol van het het geslacht dat ze niet van nature hebben. Als je dan bedenkt dat de term 'transgender' dus eigenlijk een vervanging is voor de term 'genderbending', is het eigenlijk niet logisch dat juist die term door de transsexuelen wordt geclaimd. Daar is dus blijkbaar niet goed over nagedacht. Het is daarom des te aannemelijker dat het gewoon een eufemisme is. Transgender klinkt beter dan transsexueel.
Hoe het ook zij, de term exclusief claimen voor transsexuelen is fout. De term 'transgender' is een verzamelnaam voor travestieten, transgenderisten en transsexuelen, kortom voor alle mensen bij wie de genderbeleving op de één of andere manier afwijkt van het biologische geslacht. En dus hoort ook @BarbaraCD bij de grote groep van transgenders, net als ikzelf.
Het probleem is alleen dat in de praktijk alleen transgenderisten en transsexuelen uit de kast zijn. Als er iets in de publiciteit komt over transgenders, gaat het bijna altijd over transsexuelen. Travestieten zijn doorgaans niet uit de kast en blijven dus onderbelicht. Voor de buitenwereld wordt de term 'transgender' daardoor dus gekoppeld aan transsexualiteit. De grote groep travestieten, die nota bene het leeuwendeel van alle transgenders uitmaken, dreigt hierdoor de emancipatieboot te missen. Daarom sprak ik BarbaraCD dus aan met de mededeling dat zij dus wel degelijk transgender is en ook bij de groep hoort.
Bij deze wil ik de hele transgendergemeenschap dan ook oproepen om gezamelijk op te trekken, en niet onderlinge verdeeldheid te creëren door te ruzieën over wie nu welke term mag gebruiken. We hebben een gezamelijk belang, en onderlinge verdeeldheid draagt niet bij aan het realiseren daarvan.
dinsdag 20 november 2012
Nederlandse man onzeker over kledingkeuze
14/11/2012
http://www.nu.nl/lifestyle/2958312/nederlandse-man-onzeker-kledingkeuze.html
Nederlandse mannen hebben niet graag zelf de de touwtjes in handen tijdens het kopen van kleding. Zo staat er te lezen in een artikel op Nu.nl. Uit onderzoek in opdracht van een webwinkel in overhemden, uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau onder 1.500 Nederlanders, blijkt althans dat 40 procent van de mannen onzeker is over zijn kledingkeuze en nog altijd zijn partner naar zijn of haar mening vraagt. Dit komt vooral voor in de leeftijdscategorie tot 34 jaar. Naarmate de heren ouder worden beslissen ze steeds vaker zelf.
Goed, mannen zijn dus onzeker over hun kledingkeuze. Hoe zou dat komen? Het artikel geeft zelf het antwoord:
"Modebewust zijn de mannen vandaag de dag niet. Meer dan 25 procent van onderzoekers voelt zich niet modebewust of is niet met mode bezig."
en:
"Je ziet toch dat de Nederlandse vrouw hier meer oog voor heeft. Ze neemt meer de tijd voor het uitkiezen van de kleding en helpt haar partner graag een handje. Ruim 39 procent van de vrouwen vindt zichzelf namelijk wel modebewust", aldus de eigenaar van de webshop.
Tja, vertel eens wat nieuws. Maar hoe komt dat nu precies? Waarom zijn mannen niet modebewust? En hoe komt het dat de vrouw daar meer oog voor heeft? Volgens mij is dat weer een typisch gevalletje oorzaak en gevolg omdraaien. De man heeft er geen verstand van, is onzeker en de vrouw steekt graag de helpende hand toe. Hmm. Ik denk dat het andersom werkt. Mode valt niet in het mannelijke domein. Mannen worden niet geacht zich met mode bezig te houden. Mannen die dat wel doen worden voor nicht of homo versleten. Mannen die in de modebranche werkzaam zijn, zijn meestal ook homo. Hetero's wagen zich daar niet aan. Mode is niet mannelijk. Het is onmannelijk om met mode bezig te zijn. Het is dan dus ook al snel onmannelijk om modieus te zijn.
"Meer dan de helft van de mannen winkelt graag met zijn partner terwijl maar 23 procent van de vrouwen hier de voorkeur aan geeft. Vrouwen struinen liever de winkelstraten af met vriendinnen of alleen."
Ook logisch. Mannen hebben geen verstand van mode, dus ze willen niet de fout maken om met iets thuis te komen dat door de vrouw afgekeurd wordt. Want dan zijn de rapen gaar. (Te) veel geld uitgegeven, aan kleding die ook nog eens niet goed is. Geen wonder dat mannen het liefste met de vrouw winkelen. Of beter nog: per vrouw winkelen. Ja, u leest het goed, een gewaardeerde collega van mij sprak ooit de legendarische woorden: "Ik koop mijn kleding per computer of per vrouw. Ik bestel via Internet wat ik nodig heb, ik weet mijn maten dus ik ben snel klaar. Of ik laat mijn vrouw het kopen. Ik hoef het dan alleen nog maar aan te trekken.
Het is tekenend voor de desinteresse van mannen voor mode. Het is onmannelijk om je voor mode te interesseren en de mannenmode is daar ook op afgestemd. Alle mannenkleding ziet er door de bank genomen ongeveer hetzelfde uit, de kleuren zijn veilig en de variaties zitten in de details.
De uitspraak van mijn collega legde nog een ander belangrijk punt bloot. Ik ben snel klaar, want ik weet mijn maten. Kijk, mannenmode is redelijk éénvormig. Bij de vrouwen is er een schier oneindige variatie aan uitvoeringsvormen, kleuren, materialen, prints, afwerkingen, versieringen, etc. De vrouwen hebben de memorabele eer om van de broek, van origine toch een mannelijk kledingstuk, een veelvoud aan keuze te hebben in vergelijking met de mannen. Damesbroeken zijn er in alle lengten, variërend van ultrakort (hotpants) tot oversized lang, zodat zelfs een hooggehakte schoen nog onder de broekspijpen schuil gaat. Ook de wijdte van de pijpen kent een ongelogelijke variatie, van ultraskinny (strak om het been) tot broekspijpen die elk zo wijd zijn dat ze voor een rok door kunnen gaan. En dan heb ik het nog niet eens over de schier oneindige keuze in kleuren, materialen, prints, versieringen, etc. De vrouwen hebben het mannelijke kledingstuk 'broek' overgenomen en hebben er ook nog eens een oneindig veel grotere keuze in.
Is dat erg? Welnee, helemaal niet. Het lijkt misschien alsof ik me beklaag, maar dat is absoluut niet zo. Het is alleen wel zo dat voor de mannen daarentegen een strakke normatuur geldt ten aanzien van wat mannen kunnen dragen. Mannen dragen sowieso vrijwel uitsluitend lange broeken. In de zomer dragen mannen ook wel kortere broeken, maar wat voor de man onder een korte broek verstaan wordt, is voor de vrouw nog alijd 3/4 lang. En dan nog zijn er hele volksstammen die vinden dat mannen geen korte broeken mogen dragen. In elk geval wordt het sowieso niet in de zakelijke etiquette getolereerd en is een korte broek dus een kledingstuk dat uitsluitend in de vrije tijd mag worden gedragen. Dan de wijdte van de pijpen. Echte skinny jeans zijn er sowieso niet, wat voor een man skinny is, is voor een vrouw al redelijk wijd. Mannen die skinny jeans dragen worden trouwens vaak nichterig gevonden. Wijde pijpen zijn er al helemaal niet, mannelijke broeken zijn in 95% van alle gevallen gewoon straight cut, met rechte pijpen dus. Mannenbroeken zijn altijd effen, nooit met een print, laat staan borduursels, studs, of andere versieringen. Tenslotte zijn mannenbroeken doorgaans alleen beschikbaar in rustige, veilige kleuren en met traditionele materialen zoals katoen.
Nee, voor de mannen is er niet zoveel te kiezen. De keuze zit hem in de nuances. Een overhemd met een subtiel printje aan de binnenkant van het revers. Wel of geen zakje op de borst. De vorm van de boord. Een luxe materiaal die een overhemd wat exclusiviteit en stijl meegeeft.
Geen wonder dat mannen zich niet voor mode interesseren. Er valt namelijk niet zo heel veel te kiezen. Als een man twee spijkerbroeken en twee nette broeken heeft, met daarbij 1 paar nette schoenen en 1 paar sneakers, dan heb je eigenlijk genoeg voor alle gelegenheden. Ik overdrijf nu wel wat, maar mijn punt is wel duidelijk denk ik.
Dat zie je ook terug in het winkelgedrag. Niet voor niets heeft vrouwelijk winkelen de naam dat manlief eindeloos veel winkels in en uit moet, en dan steeds uren moet wachten tot vrouwlief klaar is met passen. Mannen winkelen veel efficiënter. Als een man een broek gaat kopen, dan loopt hij de winkel in, trekt een broek uit het rek en gaat hem passen. Past hij, dan rekent hij af en vertrekt. Bij wijze van spreken dan. Dit staat in schril contrast met hoe vrouwen winkelen. Vrouwen kunnen eindeloos combineren, maar hebben ook eindeloos veel mogelijkheden om het fout te doen. Vrouwenmode is de hogeschool van de mode. Logisch dus dat vrouwen veel langer bezig zijn om uit die enorme berg keuzevrijheid de juiste combinatie te vinden. Voor mannen is er geen lol aan. Mannenkleding is erop gemaakt om zo universeel mogelijk inzetbaar te zijn. Je maakt niet zo snel fouten, het past al gauw bij elkaar. Mannen hoeven er dus ook niet zo over na te denken. Er zit dus ook geen uitdaging in het kopen van kleding, zoals bij de vrouwen wel het geval is.
Maar dan draai je het dus om. De stelling was: Mannen interesseren zich niet voor mode en daarom kunnen ze niet winkelen. Ik denk dat het andersom is. Er valt weinig te winkelen, en daarom heeft de man nooit geleerd om interesse te hebben in mode. Het hoort ook niet bij de mannenrol om interesse in mode te hebben. Dat is een ingesleten gedragspatroon, dat zichzelf versterkt. In de vorige bespiegeling constateerde ik al dat mannelijkheid vooral bepaald wordt door het ontbreken van vrouwelijkheid. Mannen die zich wel met mode bezighouden, worden uitgelachen of voor nicht versleten, want: mode is vrouwelijk. Het is onmannelijk om je daarvoor te interesseren. Een normale statusgerichte man laat dat dus wel uit zijn hoofd. Dat mannen niet kunnen winkelen en geen interesse hebben in mode is volgens mij dan ook het gevolg van aangeleerd gedrag. Mode is het domein van vrouwen.
Abonneren op:
Posts (Atom)