De Amerikaanse versierguru Julien Blanc beweert dat mannen zich als onbehouwen macho's moeten gedragen. AD columniste Eefje Oomen is het met hem eens.
"Ook ik wil liever een Macho", schrijft ze in de krant in een artikel dat anderhalve pagina beslaat. Het artikel staat ook online (hier). Nog los van de vraag of ik dit zinvolle krantvulling vind, roept deze uitspraak wat vragen bij mij op.
In het artikel doet Eefje haar beklag over de mannen, die in haar ogen zijn gedegraderd tot softe bakfietsvaders met draagdoeken, en bang zijn om een echte man te zijn. "Tuttelend over de harde aanpak van de zwemleraar en bang om een vent te zijn; hard en ongenuanceerd met af en toe een leipe opmerking over een kort rokje.".
In 12 tips geeft ze aan hoe mannen volgens haar weer echte mannen kunnen worden; de tips variëren van "Koop een klopboor" en "claim je territorium", via "Negeer haar gezeur" tot "Kijk porno" en "Flirt uitbundig" (met stip op nummer één).
Met andere woorden: in haar ogen zijn mannen een soort holbewoners met territoriumdrift, die alleen maar aan sex denken en hun vrouwen aan de haren het hol in slepen. Van de 12 tips die ze geeft, heeft de helft (!) met sex te maken, gaan er 4 over territoriumdrift en zijn er 12 seksistisch van aard. Hm, Ik vraag me af of Eefje zich realiseert dat ze hiermee 100 jaar emancipatie in de prullenbak gooit.
Ik vraag me trouwens ook af hoe Eefje er zelf in staat. Want als mannen weer echte mannen moeten worden, hoe zit het dan met de vrouwen? Die moeten dan ook maar weer echte vrouwen worden, vind ik. Dat betekent dus dat ze om te beginnen moeten stoppen met buitenshuis werken.
Een carriëre? Dat is iets voor mannen. En stemrecht kunnen ze dan ook maar weer opgeven; dat is ook niet nodig want stemmen, dat is een mannentaak. Broeken hebben ze dan ook niet meer nodig, dus hup: allemaal een rok aan. En hoge hakken. Dat is immers vrouwelijk. Echte vrouwen horen zich dienstbaar en volgzaam op te stellen. Ze moeten zich mooi maken voor de man en verder moeten ze het hem naar de zin maken met lekker eten en hem niet lastig vallen met de zorg voor de kinderen. Feitelijk hebben de vrouwen maar één recht, en dat is het aanrecht.
Zo, dat moest er even uit. Ik meen dit natuurlijk allemaal niet zo, maar dit is wel de andere kant van die 12 tips die Eefje hier geeft. Als je wilt dat mannen weer dominant zijn, dan moeten de vrouwen maar weer onderdanig en volgzaam worden. Wie A zegt, moet ook B zeggen. Er staat een foto van Eefje bij het artikel, en ik moet zeggen dat ze daarop niet bepaald over komt als de volgzame vrouw die zich aan de haren erbij laat slepen. Ik weet natuurlijk niet wat er allemaal in de slaapkamer gebeurt als de gordijnen dicht zijn, maargoed. Ze komt dus niet over als een huisvrouw die haar dagen achter het aanrecht slijt en met de pantoffels van man zit te wachten tot man thuis komt. Nee, Eefje heeft een eigen carriëre als redacteur/columniste bij het AD. Ik wilde schrijven: redactrice, maar op haar Twitter profiel zie ik staan dat ze redacteur is. Ze gebruikt het mannelijke adjectief. Verder is ze kunsthistoricus, mediakenner en wereldreiziger, zo lees ik in haar profiel. Ze komt dus over als een hoogopgeleide, zelfbewuste en vrijgevochten vrouw.
Op de foto in de krant zie ik een mooie, zelfbewuste vrouw die brutaal in de lens van de camera kijkt. Ze draagt trouwens ook geen rok of jurk, maar een broek met een mooi colbertje. Ze komt over als een stoere vrouw. Wie maakt mij wat? Kom maar op! Dat is wat de foto uit lijkt te stralen.
Uit een eerder artikel weet ik dat ze geen verstokte feministe is, maar uit haar uiterlijk en houding leid ik af dat ze toch ook wel profiteert van alle voordeeltjes die de emancipatie haar gebracht heeft. Die emancipatie is erop gericht om de verschillen tussen vrouwen en mannen uit te bannen, en streeft naar een gelijke status voor beide sexen. De voornaamste resultante is dat vrouwen op heel veel vlakken de mannenrol spelen. Verderop in de krant staat een artikel over de voetbaldames die zijn doorgestoten naar de WK voor vrouwen. Het artikel draait om Vivienne Miedema, die (op de voorpagina!) de Messi van het meidenvoetbal wordt genoemd. Over emancipatie gesproken. Vivienne blijkt vanaf haar vijfde jaar tussen de jongens te hebben gevoetbald, en bleek zo goed dat alle teams haar wilden hebben. Over vrouwen die de mannenrol spelen gesproken. Terug naar Eefje.
Eefje wil aan de ene kant dus wel profiteren van de voordelen van vrouwenemancipatie, maar aan de andere kant wil ze wel vasthouden aan dat klassieke model waarin de man die ongetemde woesteling is. Wel de lusten van de emancipatie, maar niet de lasten. Dat is wat mij altijd opvalt als het op deze kwesties aan komt. Nu gaat het in dit geval over Eefje, maar het voorbeeld van Eefje staat niet op zichzelf. Het is iets wat je heel vaak tegen komt. Aan de ene kant willen vrouwen zich wel die mannelijke rol toe-eigenen, maar ze willen aan de andere kant niet dat mannen dan de vrouwelijke rol gaan spelen. Vrouwen mogen wel stoer zijn, maar mannen niet soft. Over kleding en uiterlijk zal ik het helemaal nog maar even niet hebben. Het heeft iets van het eten van twee walletjes. Er wordt op dit vlak dus duidelijk met twee maten gemeten.
Zo willen veel vrouwen bijvoorbeeld nog altijd dat hun mannelijke partner langer is dan zijzelf. Het lijkt er dus op dat vrouwen wel hun status willen verhogen, maar aan de andere kant wel willen dat er een zeker statusverschil over blijft. Het punt dat Eefje hier lijkt te maken, is eigenlijk niet meer dan: prima, al die emancipatie, maar laten we dat statusverschil vooral in stand houden. Anders zou ze zich niet zo druk maken om vaders met bakfietsen en draagdoeken, toch? De status van mannen mag niet gelijk worden aan die van de vrouwen, dat is waar het allemaal om lijkt te draaien.
Oproepen als die van Eefje staan niet op zichzelf; regelmatig komen er in de media artikeltjes voorbij met een soortgelijke boodschap. Ik constateer dus dat vrouwen in een spagaat zitten. Aan de ene kant streven ze naar verhoging van de vrouwelijke status, idealiter zijn mannen en vrouwen gelijkwaardig. De feministen ijveren er ook al jaren voor dat mannen ook vrouwelijke taken zoals huishouden, zorg voor de kinderen etc. oppakken, en met succes.
Aan de andere kant is er dus blijkbaar een vrij grote groep vrouwen die dat eigenlijk niet wil. Die groep wil dat mannen vooral mannen moeten blijven, die groep wil dus juist een afstand bewaren. Maar die groep profiteert vaak wel van de voordelen die de emancipatie hen heeft gebracht. Dat wringt dus ergens. Aan de ene kant wil je je eigen status verhogen en gelijk maken aan de status van de man, maar aan de andere kant wil je niet dat die man zijn status gelijk maakt aan die van jou als vrouw. Hm, ergens loopt dat klem. Het lijkt me nogal opportunistisch als je het mij vraagt. Aan de ene kant wil je als vrouw wel de mannenrol spelen, maar tegelijkertijd vind je het niet leuk als mannen dan meer de vrouwenrol gaan spelen. De vrouwenrol beschouw je als iets dat van jou is, dat is niet voor mannen bestemd. Maar tegelijkertijd wil je wel die mannenrol spelen. Van twee walletjes eten noem ik dat dus. Maar dat had ik al gezegd dus ik val in herhalingen.
Beste Eefje, als je zo graag wilt dat mannen weer echte mannen worden, dan vraag ik jou of je bij deze dan ook maar weer een echte vrouw wilt worden. Dus uit die broek! Rok aan en en hup, vort! Terug achter het aanrecht. En laat dat wereldreizen maar aan echte mannen over.
zondag 30 november 2014
zondag 2 november 2014
Vrouwen voelen zich achtergesteld
Deze tekst lag al een poos en ik was hem eigenlijk alweer vergeten, maar nu ik hem bij toeval weer tegenkwam vond ik het toch wel interessant genoeg om te bewaren. Vandaar dat ik hem dus alsnog op de blog zet.Mijn aandacht werd (inmiddels dus al een poosje geleden) getrokken door een artikeltje op www.nu.nl met de titel: Vrouwen voelen zich achtergesteld op het werk. (www.nu.nl/lifestyle/3687653/vrouwen-voelen-zich-achtergesteld-werk.html)
In het artikel staat, kort gezegd, dat vrouwen nog steeds vinden dat mannen meer kansen krijgen op het werk, meer verdienen, etc. Opvallend genoeg wordt in de tweede alinea van het artikel al direct de achterliggende oorzaak vermeld: "Veel vrouwen hebben nog op het werk steeds weinig zelfvertrouwen en vinden het lastig om te proberen een hogere functie te krijgen.".
Als ik daar mijn eigen vrije interpretatie op loslaat: Vrouwen spelen het spel dat in de mannenwereld wordt gespeeld, niet goed of kunnen c.q. durven dat zelf niet goed te spelen.
"Bijna 40 procent van de vrouwen zegt dat ze weinig zelfvertrouwen hebben en vaak twijfelen aan hun capaciteiten. Zo’n 37 procent vindt het lastig om zichzelf in de strijd te gooien voor een betere functie"
Dit citaat ondersteunt die visie dus. Het spel spelen, betekent in dit geval voor jezelf en je eigen belangen opkomen door het belang van jouw persoontje voor het bedrijf te benadrukken, zelfs als jouw eigen bijdrage in de praktijk tegen valt. Mannen zijn daar van nature sterker in dan vrouwen. Een stukje narcisme is mannen niet vreemd en komt hier dus goed van pas. Vrouwen hebben vaak de neiging om iedereen te vriend te houden en gaan minder snel de confrontatie aan. Ook zijn vrouwen veelal minder competitief ingesteld dan mannen. Zo bezien spelen vrouwen het spel dan inderdaad dus niet goed.
"Een vijfde van de ondervraagde vrouwen is van mening dat er op de werkvloer nog steeds gediscrimineerd wordt, waardoor ze minder snel een promotie krijgen. Een kwart denkt dan ook dat ze sneller promotie maken als ze zich op het werk mannelijker gedragen"
Is dat nu onderbuikgevoel, of is dat werkelijk zo? Laten we even aannemen dat vrouwen inderdaad minder snel een promotie krijgen dan mannen. Dan is het nog maar de vraag waar dat aan ligt. De vrouwen houden het op discriminatie, maar waarom zouden mannen hier discrimineren? Welk belang hebben zij daarbij? Mannen zijn doorgaans heel pragmatisch, en als een vrouw een klus net zo goed kan klaren als een man is er geen enkele reden om die vrouw uit het team te weren.
"Een kwart denkt dat ze makkelijker promotie krijgen als ze zich mannelijker gedragen." Hm, dat is interessant. Laten we even aannemen dat dat inderdaad klopt. Dat past dan in het verhaal van het spel spelen. Je zou kunnen zeggen dat vrouwen die zich mannelijker gedragen, zich beter aanpassen aan de regels van het (door mannen bepaalde) spel en het spel uiteindelijk dus beter spelen. Bij degenen die dat niet kunnen, komt dat dan vermoedelijk doordat ze moeite hebben om zich de regels van het spel eigen te maken en het dus niet lukt om zich aan hun nieuwe omgeving aan te passen. Het is voor hen dan net of er gediscrimineerd wordt, maar in werkelijkheid spelen ze het spel niet goed, of begrijpen ze niet goed hoe het spel gespeeld wordt.
Betekent dat dan dat er niet gediscrimineerd wordt? Dat denk ik ook niet; er zal vast wel eens gediscrimineerd worden. Ik vermoed alleen wel dat dat niet bewust zal gebeuren. Als er al gediscrimineerd wordt, dan gebeurt dat vermoedelijk onbewust doordat mannen vrouwen onbewust lager inschatten op basis van hun lagere status. Zelf kan ik daarover meepraten, want ik bega die fout zelf ook wel eens.
Ik werk in de ICT, traditioneel een mannelijke omgeving. Vrouwen hebben de naam niets van techniek of computers te snappen, en je komt ook niet zoveel vrouwen tegen in technische beroepen. Toch krijg ik in mijn werk wel eens met een vrouw te maken, soms zelfs met meerdere.
Ondanks mijn moderne en zelfs feministische opvattingen, betrap ik mezelf ook wel eens op het hebben van vooroordelen. Als ik in mijn werk een vrouw tegenover me krijg bekruipt me onwillekeurig een zekere gereserveerdheid, zo van: Zou ze echt verstand van zaken hebben? Die reserve is natuurlijk ingegeven door het denkbeeld dat vrouwen geen verstand hebben van techniek en computers. Dat is ook de reden waarom er veel minder vrouwen naar technische opleidingen gaan dan mannen. Laatst kwam ik ergens een artikel tegen ov er een onderzoek waaruit bleek dat vrouwen lager scoren in wiskunde, omdat dat in het kader van het vrouwelijke rolpatroon ook van ze verwacht wordt. In landen waar dat rolpatroon niet heerst scoren mannen en vrouwen gelijk. Zodoende is het dus een soort self-fulfilling prophecy. Je scoort slechter in wiskunde omdat dat van je verwacht wordt. En als je dan slechter scoort, dan wordt het vooroordeel bevestigd: zie je wel, vrouwen zijn niet goed in wiskunde. En zo houdt het vooroordeel zichzelf in stand.
Op die manier stap ik dus ook in die valkuil om te denken dat de vrouw tegenover me wellicht niet weet waar ze over praat. In de praktijk blijken die vrouwen vaak juist heel bekwaam te zijn, terwijl ik ook genoeg gevallen heb meegemaakt dat ik tegenover een man zat die duidelijk niet wist waar hij het over had. En toch heb ik bij die mannen die vooringenomenheid niet, omdat ik aannam dat mannen juist goed zijn met computers. Kortom: vooroordelen dus. En als ik me daar al schuldig aan maak, dan is de kans groot dat andere mannen dat ook doen.
Op die manier kun je dus toch discrimineren. Het gaat niet eens bewust, maar het wordt gestuurd door de vooroordelen die je onbewust met je mee draagt. Het kan dus niet worden uitgesloten dat er wel degelijk managers zijn die bij een vacature de voorkeur geven aan een man boven een vrouw, juist door het vooroordeel dat zo'n man beter bij de functie-eisen past omdat die functie-eisen toevallig een "mannelijk" profiel hebben. (lees: de functie-eisen overwegend liggen op het vlak waar we het vooroordeel hebben dat vrouwen er minder goed in zijn). Op die manier zou een personeelschef van een taxicentrale dus de voorkeur kunnen geven aan een man, omdat hij er onbewust van uit gaat dat vrouwen minder goed zijn in autorijden, achteruit inparkeren en kaartlezen. In werkelijkheid is er echter geen enkele aanwijzing dat dat ook echt zo is. Als vrouwen er al minder goed in zijn, komt dat vermoedelijk doordat vrouwen in doorsnee minder vaak autorijden dan mannen. Ze hebben dan dus gewoon minder ervaring. Als een vrouw vaak inparkeert, wordt ze er vanzelf goed in. Dat heet 'leren', en vrouwen kunnen dat net zo goed als mannen.
De manager in kwestie denkt dan oprecht dat hij op objectieve gronden de juiste keuze heeft gemaakt door de meest geschikte/bekwame kandidaat aan te nemen, terwijl die inschatting in feite gebaseerd was op drijfzand, vanwege de vooroordelen die eraan ten grondslag liggen.
Ik denk dat in de praktijk daarom beide effecten een rol spelen. De onbewuste vooroordelen zullen zeker leiden tot discriminatie (bewust of onbewust), maar ik denk ook zeker dat vrouwen zich niet goed aan hun rol aanpassen en uiteindelijk het spel dus niet goed weten te spelen.
Eén van de belangrijkste problemen met dit onderzoek, is dat het geen enkele uitspraak doet over feitelijkheden. Alles wat er staat is gebaseerd op de mening of het gevoel van de respondenten.
Dat is belangrijk, omdat het daardoor geen objectief onderzoek is en ook niet gestaafd kan worden. Allereerst denken de respondenten dat ze benadeeld worden in vergelijking met hun mannelijke collega's, maar er blijkt nergens uit of dat ook echt zo is. Het is dus vooral een onderbuikgevoel.
En als het al zo is dat vrouwen gediscrimineerd worden, dan doet het artikel geen enkele uitspraak over de oorzaak daarvan. De vrouwen denken dat ze benadeeld worden omdat ze vrouw zijn, maar het zou best wel eens kunnen zijn dat ze dat (mede) aan zichzelf te danken hebben omdat ze zich niet goed de mannelijke gedragsregels eigen hebben gemaakt.
Zelf denk ik dat het een mengelmoes van beiden is, maar het is dus niet met zekerheid vast te stellen hoe de verhoudingen tussen beide invloeden liggen. Ik vermoed zo maar dat naarmate vrouwen het spel beter spelen (zich mannelijker gedragen), die discriminatie vanzelf minder wordt. Dat zou dan betekenen dat mannen vrouwen niet discrimineren op grond van het vrouw-zijn, maar op grond van vrouwelijk gedrag. Wat dat betreft ben ik het dus wel met de vrouwen eens.
dinsdag 26 augustus 2014
Het begrip 'Transgender'.
Het is weer zover: Op Twitter kwam ik een discussie tegen waarbij het begrip 'transgender' nadrukkelijk werd gebruikt in relatie tot transsexualiteit, en waarbij opnieuw travestieten als een andere groep werden gezien, niet behorend tot de groep transgenders. In mijn beleving is dat niet juist; beiden behoren tot de groep transgenders.
Toen ik de twitteraars erop wees dat het begrip 'transgender' een containerbegrip is waar zowel travestieten als transsexuelen in vallen, kreeg ik een trans over me heen. Uit privacy-overwegingen noem ik geen namen, het is niet mijn bedoeling iemand zwart te maken en ik respecteer een ieder. Ik noem haar dan ook maar even T1.
Uit de bijdragen van T1 bleek dat ze me maar een eenvoudige travestiet vond (mijn interpretatie) en dat ik niet te vergelijken was met haar. Travestieten verkleden zich maar voor een paar uurtjes, en gaan dan weer terug. Zij is altijd als vrouw, en dat is toch heel anders. Op zichzelf klopt dat. Volgens haar doen travestieten het ook alleen maar voor de lol. Dat klopt dus niet. In de basis hebben travestieten dezelfde motivatie als transen, maar daarover straks meer. In elk was het hartgrondig met me oneens over de definitie van de term 'transgender' omdat zij vond dat travestieten toch echt ander volk zijn. Enfin, we werden het niet eens en ik ben maar gestopt met reageren.
Ik was het hele voorval eigenlijk alweer vergeten toen ik een vermelding tegen kwam van een andere transgender (als ik het goed begrijp een trans), die op de discussie had gereageerd en het in eerste instantie voor me op nam. Laat ik die dan maar T2 noemen. Ik reageerde erop, maar in de kortst mogelijke tijd ontspoorde de discussie weer, ditmaal in een iets andere richting. Zij vond dat ik de slachtofferrol koos omdat ik jaloers zou zijn op de aandacht die transen momenteel in de media krijgen. Op het moment loopt er het programma "Hij is een zij" waarin Arie Boomsma jonge transgenders volgt. In dit programma, en ook op de bijbehorende website wordt wederom het transgenderbegrip weer uitsluitend in verband gebracht met transsexualiteit, en in de uitleg op de website van het programma (hier) wordt zelfs expliciet gesteld dat transgenders niet verward moeten worden met travestieten, wat dat is een andere groep. Hé?? Ja, het staat er echt. In de beschrijving van het begrip 'travestie' wordt travestie expliciet in verband gebracht met sexuele opwinding, dus travestieten worden ook nog eens afgeschilderd als sexuele perverten.
Nu weten we al uit het onderzoek van Vennix dat travestie twee belangrijke motivaties kent, namelijk sexuele opwinding, en de prettig-anders-als-vrouw-factor (PAV). Verder weten we door Vennix dat er geen duidelijk onderscheid te maken valt tussen travestie en transsexualiteit. Vennix dacht ook dat er twee groepen waren, maar hij wat vond is in feite een glijdende schaal. In de praktijk heb ik ook al verschillende mensen in sneltreinvaart zien doorgroeien van travestie naar transsexualiteit. Dat travestieten een andere groep is dan de transen geloof ik dus niet zo. Wel dat transen verder zijn in hun ontwikkeling dan travestieten. Verder wordt er door zowel travestieten en transen vaak nadrukkelijk gezegd dat het allemaal niets met sexualiteit te maken heeft, maar ook dat is niet waar. Uit onderzoek weten we inmiddels dat de verhouding hetero/bi/asexueel onder de transgenders behoorlijk afwijkt van het normale. Het aantal bi's en het aantal asexuelen ligt beduidend hoger dan normaal, wat ten koste gaat van het aantal hetero's, dat dan ook een stuk lager ligt dan normaal. Ook weten we dat T's gewoonlijk een heterosexuele voorkeur hebben. Na hun transitie verandert die voorkeur meestal niet en zijn ze dus lesbisch of homo. Ik heb er geen gegevens over, maar ik heb het sterke vermoeden dat de meeste transvrouwen lesbisch zijn. De lesbische transvrouwen zijn dus zwaar oververtegenwoordigd.
De sexualiteit van T's is dus wel degelijk beduidend anders dan die van niet-t's, en de stelling dat sexualiteit er niets mee te maken heeft, klopt dus niet. Ik maak dus bezwaar tegen de begripsomschrijvingen op de website van "Hij is een zij", maar dat was niet het punt van deze blog. Ik dwaal af.
T2 en ik werden het dus ook niet eens en dus stopte ook daar de discussie. Waarom reageren die transen toch steeds zo prikkelbaar op dit thema? Bij mijn weten val ik ze niet aan, ik herinner ze er alleen maar aan dat er nog een (hele grote) groep is die vergeten dreigt te worden.
Ergens begrijp ik het wel: Die transen zijn uit de kast en hebben zich daar doorgaans veel ellende mee op de hals gehaald. Sommigen realiseren zich dat van te voren, maar de meesten onderschatten de hoeveelheid ellende waar ze na hun coming-out mee te maken krijgen, is mijn inschatting.
T2 benoemde dat zelfs nog door te stellen dat ze, als ze het over mocht doen, zich er beter op zou voorbereiden. Uit onderzoek blijkt ook dat de mortaliteit onder T's uit de kast schrikbarend hoog is, dus die ellende is echt geen kattepis. Reden voor mij om daar ver vandaan te blijven.
Maargoed, ik dwaal weer af. Alle aandacht die de transen momenteel krijgen, en de ermee gepaard gaande begripsvorming, zijn dus vooral hun eigen verdienste en niet die van de travestieten. Daarom snap ik die houding ergens wel: laat die travo's hun eigen boontjes maar doppen.
Maar die houding is dus gebaseerd op de stellingname dat travestieten een fundamenteel andere groep zijn dan de transsexuelen. Zoals ik hierboven al heb uitgelegd zijn die groepen echter niet gescheiden, maar is het in feite één en dezelfde groep. Persoonlijk zie ik transsexualiteit als een doorontwikkelde vorm van travestie. Uit de blogs van Mik van Es (mikstravestienotities.blogspot.com) en de vele discussies die ik inmiddels met hem heb gevoerd, is het mij duidelijk geworden dat travestie eigenlijk niets anders is dan een vorm van verslaving. Zoals er hele volksstammen verslaafd zijn aan rookwaren, alcohol, gokken of drugs, zo kun je ook verslaafd raken aan je eigen vrouwelijke zelfbeeld. Uit het onderzoek van Vennix weten we bijvoorbeeld dat travestieten altijd vaker willen verkleden dan ze al doen, ongeacht hoe vaak ze dat al doen. Het smaakt altijd naar meer, om Mik's woorden te gebruiken. Een transitie naar vrouw is zo beschouwd dan eigenlijk een soort van heilige graal. Zelf heb ik al diverse T's zien doorgroeien. Daarbij waren ook T's die in het begin nog verklaarden geen T te zijn, maar gewoon meer keuze in de garderobe wilden hebben. Het freestyle dressing argument dus. Nu die T's intussen in transitie zijn, is dat dus achteraf bezien gewoon een rationalisatie geweest.
Begrijp me niet verkeerd; ik heb niets tegen travestieten (ik ben er zelf één) of tegen transsexuelen. Ik ben voorstander van vergaande emancipatie van beide groepen, en wil daar op beperkte schaal ook wel voor ijveren. Waar ik wel iets tegen heb is de mist die er wordt opgetrokken als het gaat om de motivaties. T2 verklaarde zelfs dat er geen betrouwbare onderzoeken zijn, en dat alles dat we weten dus in feite giswerk is. Dat argument heb ik al vaker door transgenders (T's en T's!) horen gebruiken. Als je de conclusies uit onderzoek niet wilt horen, zeg je gewoon dat het onderzoek niet deugt. De werkelijke reden is vermoedelijk dat ze de conclusies te confronterend vinden en denken dat het hun emancipatie geen goed zal doen. Nu kon dat laatste wel eens waar wezen, maar dat is niet het punt. Het feit blijft dat we op objectieve gronden dus wel kunnen stellen dat we tot dezelfde groep behoren. We verschillen alleen in hoe ver we zijn in onze ontwikkeling. Maar een klein deel van alle T's ontwikkelt zich uiteindelijk tot transsexueel. Het aantal T's dat uiteindelijk in transitie gaat is ongeveer 1%. De onderzoeken waar dat op gebaseerd is zijn alweer een aantal jaren oud en ik heb de indruk dat het aantal stijgende is. Uit het onderzoek vam Vennix weten we dat er veel meer T's rondlopen met de wens tot lichamelijke aanpassingen, maar dat uiteindelijk maar weinigen echt die stap wagen.
We behoren dus tot dezelfde groep en kampen met (deels) dezelfde behoeften en problemen. De populatie transen wordt zelfs gevoed vanuit de populatie travestieten. Vanuit die invalshoek vind ik het dus jammer dat de transen het potentieel wat ze hebben op PR-gebied, niet willen aanwenden om ook begrip te vragen voor die grote groep T's die nog in de kast zitten en er niet uit durven.
Er viel me nog iets anders op in de discussie met T2. Of eigenlijk daarna, toen ik haar profiel ging checken. Ik ben altijd benieuwd met wie ik nu eigenlijk zit te praten, en dus Google ik zo iemand dan even om erachter te komen wat voor iemand het is. Nu moet je altijd maar afwachten wat voor gegvens je dan vindt, en dan nog geeft dat natuurlijk een verre van compleet beeld, maar in dit specifieke geval vond ik toch iets interessants.
Uit het LinkedIn profiel (alleen het gedeelte dat ik via Google te zien kreeg) bleek dat T2 hoogopgeleid is of ten minste op een aantal hogescholen heeft gezeten. Verder viel uit het profiel op te maken dat ze momenteel geen betaalde betrekking heeft. Onder het kopje 'Huidig' staat een lange lijst met parttime functies, die voor het merendeel vrijwillgerswerk lijken te zijn. Misschien dat er hier en daar wel iets betaalds tussen zit, maar het lijkt een verzameling vrijwilligersfuncties. Normaliter staat er in zo'n profiel één duidelijke functieomschrijving, maar hier staan termen als: activist, sympathisant, admirer e.d.. Dat lijken me geen betaalde functies. Onder het kopje 'Vorig' staan wel betaalde functies, maar daar vallen met name een paar laag betaalde functies op. De reden waarom ik dit noem? T2 gaf tijdens de Twitter conversatie ook nog aan dat ze veel ellende had doorgemaakt. Uit onderzoek blijkt dat transgenders vaak te maken krijgen met alerlei vormen van ellende, waaronder discriminatie, geweld/mishandeling, verlies van relaties, verlies van baan, etc. Zowel de bewuste tweet van T2 als ook de gegevens die ik op haar profiel vond, wijzen in die richting en lijken het gelijk van het onderzoek op dit punt dus te bevestigen. De bewering van T2 dat onderzoeken onbetrouwbaar zijn wordt hiermee dus niet gestaafd, maar eerder ontkracht. Haar eigen situatie is een schoolvoorbeeld van wat er uit de verschillende onderzoeken naar voren komt. Dat bevestigt voor mij dus maar weer dat die onderzoeken best wel aardig kloppen.
Waarom maak ik me hier eigenlijk druk om?
Uit de conversatie met T2 kon ik opmaken dat ze een bepaald motief veronderstelde voor mijn uitlatingen op Twitter. Ik had een bepaald belang bij mijn vorm van activisme, althans; dat veronderstelt zij. Dat maakte ik o.a. op uit haar beschudiging dat ik jaloers zou zijn op de aandacht die transen krijgen en travestieten niet. Nu maak ik me er wel druk om, maar jaloers? Nee. Waarom ik me er dan wel druk over maak? Ik zal trachten dat uit te leggen.
Kijk, uit de onderzoeken blijkt dus dat je door een coming out c.q. transitie op de lange termijn niet gelukkig wordt, om het maar voorzichtig te zeggen. In de praktijk zie ik daar ook voorbeelden van, dus op dat punt twijfel ik niet aan de onderzoeken. Verder is mij uit de blogs en discussies met Mik duidelijk geworden dat je travestie kunt zien als een vorm van verslaving. En zoals met alle verslavingen hebben die de neiging om uit de hand te lopen. Veel mensen roken, maar bij een beperkt deel loopt dat uit de hand en roken ze meer dan een pakje per dag. Er zijn ook veel mensen die wel een biertje, borreltje of een wijntje lusten, maar ook daar is een beperkte groep waarbij het volledig uit de hand loopt. In feite geldt dat voor alle verslavingen. Travestie vertoont, voor zover ik het kan overzien, ook allerlei kenmerken die bij een verslaving horen. Dat die in sommige gevallen ook uit de hand loopt, zien we aan het aantal aanmeldingen bij het genderteam van de VU.
Voor mezelf heb ik besloten dat ik dat pad niet op wil en dus heb ik me gericht op het beteugelen van die verslaving. Tot op heden lijkt dat aardig te lukken. Of ik er ooit helemaal los van kom weet ik niet, maar ik heb het volgens mij wel aardig in de hand. Als ik dat zo kan houden, betekent dat vermoedelijk dat er mij een heleboel ellende bespaard blijft. Nu kan ik natuurlijk denken: fijn, bedankt en zoek het verder allemaal zelf maar uit. Maar dat is niet mijn stijl. Ergens heb ik ook nog wel iets van idealisme, en ik heb er ook een theorie bij.
Allereerst zou het fijn zijn als we ooit nog eens in een samenleving zouden komen waarin iedereen zich kan presenteren zoals hij of zij wil, ongeacht of het uiterlijk nu mannelijk of vrouwelijk is. In de praktijk heerst er echter een sterke binding tussen bepaalde kledingstukken en het geslacht dat geacht wordt om die wel, of vooral niet te dragen. Datzelfde geldt in feite ook voor het hele rolpatroon. Het gevolg daarvan is dat het verleidelijk is om aan de andere kant te kijken. Het gras is immers altijd groener aan de andere kant. Dat is ook een beetje het 'verboden vrucht' effect. Als je overal van mag eten, behalve van die ene vrucht, dan wordt die ene vrucht zo onuitstaanbaar aantrekkelijk, dat je uiteindelijk toch voor de bijl gaat. En als die vrucht dan ook nog eens goed smaakt, wil je er steeds meer van eten. Ik schrijf het wat simplistisch op, maar toch is dat volgens mij de route waarlangs travestie/transsexualiteit zich ontwikkelt. Het verboden vrucht effect is vaak de trigger, maar fungeert ook als kathalysator die er uiteindelijk voor zorgt dat T's zich ook lichamelijk willen laten aanpassen.
Het gegeven dat die vrucht verboden is (het taboe op travestie) zit muurvast verankerd in de samenleving, en daarmee ook in de hoofden van de T's zelf. Ook voor henzelf is het een tegenstrijdig idee dat een man zich als vrouw presenteert. In de loop van de tijd groeit bij veel T's dan ook het gevoel dat ze eigenlijk vrouw zijn (bij M-V's) en uiteindelijk dat het lichaam dan ook maar aangepast moet worden aan de maatschappelijke rol. Ik heb dat Valentijn de Hing ook horen zeggen in een uitzending van het programma '24 uur met...'.
Het exacte citaat weet ik zo even niet, maar het kwam erop neer dat de transitie voor haarzelf eigenlijk geen meerwaarde had en dat het eigenlijk een knieval was naar de maatschappij omdat ze ook wel eens in een bikini op het strand wilde liggen zonder dat iedereen naar haar kijkt.
Nu ik dit zit te schrijven, heb ik de uitzending gemist maar even opgezocht (http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1251048), en het citaat komt nu ook voorbij:
"Ik heb die operatie heel bewust gekozen, om mij bewust te conformeren aan het maatschappelijke construct 'gender'." Uit de toelichting van Valentijn blijkt dat ze zich bewust is van hoe de maatschappij werkt, met name dat de maatschappij transgenders beter accepteert naarmate ze er meer als een echte vrouw uit zien. De maatschappij accepteert in feite immers maar twee geslachten/genders. Een vrouw met een piemel past niet in één van beiden. Zij heeft die transitie dus niet ondernomen omdat ze zich daardoor meer vrouw voelt, maar dat ze dat vooral heeft gedaan omdat dat maatschappelijk gezien beter in het plaatje past. Zij zegt daarover zelf: "Dat ik het niet eens ben met hoe de wereld werkt wil nog niet zeggen dat ik het spelletje niet kan meespelen." In feite is dit een motivatie die bij een showgirl past, maar dat even terzijde.
Op een blog van een andere trans die ik volg vond ik een soortgelijke uitspraak over een derde bobbel die niet hoort. Uit eerdere bijdragen valt op te maken dat deze T er steeds meer naartoe groeit om die bobbel inderdaad te laten weghalen. Uit één van de laatste bijdragen blijkt dat een blik in de spiegel op het naakte lichaam de doorslag geeft. Het lichaam is inmiddels zo vervrouwelijkt, die bobbel hoort daar gewoon niet meer.
Tja, dit soort uitspraken bevestigen mij in mijn opvatting dat lichamelijke aanpassingen eigenlijk helemaal niet nodig zouden moeten zijn, maar dat ze in die zin zijn 'aangepraat' door de maatschappij, die niet in de laatste plaats ook in het hoofd van de trans zelf zit.
Dat is hetgeen waar ik me tegen verzet. De T gaat uiteindelijk in transitie omdat de maatschappij dat van haar verwacht. En omdat de maatschappij dat verwacht, verwacht de T dat zelf ook. Het man/vrouw beeld zit immers ook onwrikbaar in het hoofd van de T zelf.
Als we ooit nog eens tot een situatie zouden kunnen komen waarin kleding en genderrollen echt unisex zouden zijn, valt die verboden vrucht weg. De verboden vrucht om af te wijken van je 'natuurlijke' genderrol. Je kunt daar dan ook niet vanaf wijken, omdat die genderrol dan feitelijk helemaal niet meer bestaat. Alles is dan immers unisex. En als alles gewoon kan en mag, dan is er ook geen feitelijke drijfveer meer om het geslacht aan te laten passen. Dit is natuurlijk allemaal wel echt giswerk, en vooral ook lange termijn werk. Op iets kortere termijn zou het fijn zijn als we ook voor de travestieten meer acceptatie zouden kunnen krijgen, zodat die ook uit de kast kunnen komen. Dat doel lijkt me iets bescheidener en wellicht ook wat beter realiseerbaar. En het zou tevens de opmaat kunnen zijn naar het afschaffen van genderrollen.
Waarom vinden vrouwen winkelen zo leuk?
Ik zit regelmatig ov er het internet te surfen. Soms met een gericht doel, soms ook niet en dan klik ik van de ene link door naar de andere, als mijn interesse wordt getriggerd. Nu heb ik een brede interesse over de meest uiteenlopende zaken, dus ben ik nogal vaak aan het surfen :-).Bij toeval kwam ik daardoor het volgende artikel tegen over de vraag waarom vrouwen zo graag winkelen.
Het antwoord dat in het artikel gegeven werd, kwam er kort gezegd op neer dat vrouwen in de prehistorie verzamelaars waren en dat het hedendaagse shoppen de historische behoefte tot verzamelen bevredigt. In de steentijd jaagden de mannen op wild, de vrouwen verzamelden vruchten, eetbare planten, kruiden, en alles wat verder van nut kon zijn om te overleven. Dat verzamelen heeft nu geen nut meer, maar de drang is er nog steeds, en het winkelen bevredigt die behoefte, dat was ongeveer de verklaring.
Hm, mooi verhaal, maar ik geloof het niet zo. Ik denk dat het anders ligt.
Vrouwen winkelen graag, maar hebben ook vaak een hekel aan boodschappen doen. Is boodschappen doen ook niet een vorm van verzamelen? Als het werkelijk verzameldrift is, hoe verklaar je dan waarom vrouwen wel opgewonden kunnen worden van een paar mooie schoenen, maar niet van een pot bruine bonen? Als de evolutionaire verklaring van die ethologische behoeften klopt, zouden vrouwen juist blijer moeten worden van die pot bruine bonen. Die verschaft immers overlevingskansen, een nieuw paar schoenen niet.
De evolutie toont ook aan dat gedrag of eigenschappen die niet langer noodzakelijk zijn voor het overleven van de soort, op den duur ook weer verdwijnen. M.a.w. die verzameldrift had al lang verdwenen moeten zijn. Die evolutionaire verklaring klopt dus niet.
Ik denk de oorzaak ligt in het gedragspatroon m/v. Mannen vallen bij vrouwen vooral op schoonheid; Vrouwen die er goed uit zien en mooi gekleed zijn krijgen meer aandacht van de mannen. Vrouwen leren dat al heel vroeg, en zo leren zij dus ook dat een mooi uiterlijk ook in hun eigen belang is. Vrouwen ontwikkelen dus een positieve associatie tussen kleding en zich goed voelen. Dat verklaart waarom vrouwen zo gericht zijn op shoppen, en waarom ze zo blij kunnen worden van een mooi paar schoenen. Bij mannen is die relatie er niet, daarom hebben mannen ook geen belang bij winkelen en zien ze het vooral als tijdverlies.
Vrouwen kijken bij mannen vooral naar de status. Niet in letterlijke zin, maar met status bedoel ik dat mannen vooral betrouwbaarheid en overwicht moeten uitstralen. Een verzorgd uiterlijk en degelijk voorkomen, eventueel aangevuld met dure kleding en gadgets draagt daar dus aan bij, evenals een gespierde torso.
Mannen ontlenen hun 'handelswaarde' dus aan hun status, vrouwen aan hun uiterlijk. En tenslotte: Mannen vinden winkelen ook wel degelijk leuk, alleen gaat hun interesse naar andere dingen uit. Een man heeft een hekel aan kleding kopen, maar wil wel graag winkelen bij de Mediamarkt. En dat past dan weer heel goed in het statusgericht zijn van de man.
Kortom: een vrouw voelt zich beter van een nieuw paar schoenen; een man voelt zich beter van een nieuw gadget. Dat klopt naadloos met het klassieke man/vrouw gedragspatroon; mannen selecteren vrouwen op uiterlijk terwijl vrouwen mannen selecteren op status. Evolutionair gezien klopt het dus ook; die gerichtheid op kleding c.q. gadgets vergroot de overlevingskansen.
Maar de vraag ging over winkelen in het algemeen; niet zozeer over kleding in het bijzonder.
Het punt is dus: wat is evolutionair gezien het nut van winkelen? Ik kan slechts twee verklaringen bedenken, waarvan ik de belangrijkste hierboven al heb uitgeschreven. Het evolutionair belang van kleding shoppen is dus duidelijk. Waarom vinden we dan shoppen op de kerstmarkt zo leuk?
Ik denk dat dat niet meer is dan een spin-off; een soort prettige bijkomstigheid. Winkelen is belonend gedrag, zoals ik hierboven al heb toegelicht. Iets moois voor jezelf kopen triggert dat beloningsmechanisme, ongeacht of dat nu een paar mooie schoenen is of een nieuwe jurk of een stel kerstballen. Dat vrouwen naast kleding dus ook kerstshoppen leuk vinden, heeft dus vooral te maken met interesse. Er zijn trouwens ook wel mannen te vinden die kerstmarkten leuk vinden.
Dan zie ik nog een tweede verklaring, en dat is dat je dit soort winkelen ook vaker met twee of meer personen kunt doen. Het is dus ook een sociaal gebeuren. Naast een gerichtheid op het uiterlijk hebben vrouwen ook nog een gerichtheid op (groeps)relaties, veelal met vriendinnen. Mannen gebruiken ongeveer 7.000 woorden per dag, vrouwen 20.000. Vrouwen praten dus drie keer zoveel als mannen. Ook zijn het de vrouwen die het meest intensief met sociale media bezig zijn.
Dat komt allemaal doordat vrouwen behoefte hebben aan contacten met anderen. Dat winkelen voorziet in die behoefte. Die kerstmarkt bevordert dus ook nog eens de sociale cohesie.
Wat mij dan nog bezig houdt is de vraag wat evolutionair gezien het belang is van contacten van vrouwen met andere vrouwen. Waarom vinden vrouwen contacten met andere vrouwen zo fijn? Daar ben ik nog niet helemaal uit. Voer voor een volgende bespiegeling wellicht.
woensdag 5 februari 2014
Babylonische spraakverwarring
Ik kwam bij toeval een blogje tegen over de benamingen van schoenen (hier). De schrijfster (Inge Specht, conservator van o.a. de schoenenverzameling van het Nederlands Leder en Schoenenmuseum in Waalwijk) was naar een symposium over stoffen en hun benamingen geweest, en beschrijft hier de moeite die het tegenwoordig kost om de juiste benaming aan het juiste type stof te koppelen. Blijkbaar heerst er een babylonische spraakverwarring op dat vlak. In het blog beschrijft ze dat dit probleem ook in schoenenland bestaat, iets dat ik uit eigen ervaring kan beamen en waar ik me van tijd tot tijd ook wel aan kan storen. De spraakverwarring is echter nog veel groter dan zij in haar blog opmerkt.
Ik koop regelmatig schoenen via Marktplaats, en als je al die advertenties leest, dan zie je pas welke babylonische spraakverwarring er heerst op dit vlak. Wat bijvoorbeeld door de één een ballerina wordt genoemd, noemt de ander een instapper, terwijl iemand anders het weer heeft over een sandaal of een zomerschoen. Het is maar een voorbeeld, maar zo zijn er vele.
Neem nu die ballerina, een type schoen waarvan de belangrijkste kenmerken zijn dat hij plat, laag en sierlijk is. Het belangrijkste kenmerk is de wreef, die gewoonlijk helemaal open is. Door veel mensen wordt dit echter een instapper genoemd. Strikt genomen is deze benaming van toepassing op alle schoenen waar je gemakkelijk 'in stapt', zonder dat je iets los of vast moet maken, zoals veters, klittenband of rits. Op zichzelf is die benaming dus nog geen categorie-aanduiding. Maar in de regel wordt de naam instapper ook vaak gebruikt als de Nederlandse benaming voor het type schoen dat in Engels sprekende landen bekend staat onder de naam 'Loafer'. Dit is in de verste verte geen ballerina, maar juist een hoog op de wreef gesloten schoen met een ruime, vaak elastische instap. Loafers komen oorspronkelijk uit de mannelijke garderobe, maar zijn ook in de vrouwelijke garderobe te vinden. De gedachte kwam bij me op dat de loafer we eens zou kunnen zijn ontstaan uit de mannelijke ballerina, die vroeger ook wel door dandy's werd gedragen. Bewijs voor deze stelling heb ik evenwel nog niet kunnen vinden, dus het blijft bij een veronderstelling.
Loafers worden soms ook wel moccasins genoemd, maar dat is niet correct. Moccasin is een term voor schoenen met een bepaalde constructiewijze, en de loafer is een variant op dat thema die vaak voor komt. Sommige loafers zijn dus moccasins, maar lang niet allemaal. Omgekeerd zijn ook lang niet alle moccasins loafers. Ook laarzen of veterschoenen kunnen van het type moccasin zijn.
Als je de eerder genoemde ballerina schuin omhoog zet en voorziet van een hoge hak, dan heet het een pump. Kenmerkend voor de pump zijn dus dezelfde dingen als bij een ballerina, namelijk een schoen die een geheel open wreef heeft, sierlijk en elegant is. De naam is mogelijk afkomstig van de waterpomp, (Engels: pump) omdat de schoen en contour gezien lijkt op de hendel van een waterpomp. Etymologisch zijn er inderdaad aanwijzingen dat de pump verwant is aan het Engelse woord voor 'pomp'. Zowel ballerina's als pumps kunnen opengewerkt zijn. Veel voorkomend zijn o.a. open teen, open hiel (slingback pump) en soms is de pump aan de zijkant open gewerkt. Een open hiel wordt overigens vaak ten onrechte een open hak genoemd, maar ook dat is fout; de hak zit aan de schoen zelf, die is niet open. Bedoeld wordt dat het achterste gedeelte van de schoen open is, zodat de hiel zichtbaar is. Een open hiel dus, en geen open hak. Maar dit even terzijde. In de praktijk worden opengewerkte pumps echter vaak sandalen genoemd.
Maar een sandaal heeft in mijn beleving echter weer heel andere kenmerken; een platte schoen met open teen en/of open hiel, en mogelijkerwijs een verder opengewerkte constructie aan de zijkant en/of op de wreef. Een sandaal is in minimalistische vorm eigenlijk niet meer dan een zool die men met touwtjes of bandjes om de voet bindt. Dat om de voet binden is naar mijn idee een essentieel kenmerk van een sandaal. Dat impliceert dat er twee belangrijke voorwaarden zijn om een schoen een sandaal te mogen noemen: Er moet iets over de wreef zitten, en er moet ook iets achter de hiel zitten. Verder moet de schoen een uitgesproken 'open' karakter hebben. Schoenen waarbij er niets achter de hiel zit, noemen we slippers. (ook weer vanuit het engels: easy to slip on and slip off, m.a.w. je kunt je voet er zo inschuiven). De officiële naam voor dit type schoen is de muil (of het muiltje). In de praktijk worden slippers echter vaak ten onrechte sandalen genoemd en omgekeerd worden sandalen ook vaak slippers genoemd, wat dus niet correct is.
De benaming voor sandalen met (hoge) hakken is sandaletten. In de praktijk worden sandaletten echter vaak weer ten onrechte pumps genoemd, maar dat klopt dus niet omdat sandaletten iets over de wreef hebben en daardoor juist niet voldoen aan de definitie van een pump. Een sandalet heeft doorgaans ook een veel te opengewerkt uiterlijk om nog aan het model van een pump te beantwoorden. De vergelijking met de sandaal ligt veel meer voor de hand, vandaar het woord 'sandalet'.
Dan is er nog het vraagstuk 'laars'. Wanneer is een schoen een laars? In mijn optiek is dat wanneer de schoen iets van een schacht heeft, die minimaal reikt tot over de enkel. In de praktijk worden er echter heel wat schoenen 'laarsje' genoemd, terwijl die schoenen in de verste verte geen schacht hebben. Vaak betreft het dan gewoon een (hoog gehakte) schoen, met rits of met veters, die ophoudt onder het enkelbot. Dat is dus gewoon een schoen, en geen laars. Zelfs geen laarsje. Dit soort schoenen wordt trouwens ook weer vaak 'pump' genoemd, wat dus ook niet klopt gezien het feit dat de wreef volledig gesloten is. Er zijn zelfs mensen die echte enkellaarsjes (met een schacht tot ruim over de enkel) nog pumps noemen, wat in feite helemaal nergens op slaat.
Dat brengt tenslotte het vraagstuk, waar de grenzen liggen. Hoever moet een wreef nog open zijn om nog van een pump (of ballerina) te kunnen spreken? Hoever moet een schoen minimaal zijn opengewerkt om van een sandaal te kunnen spreken? Sommige mensen spreken al van een sandaal als ze een gesloten veterschoen bedoelen met wat spleetjes of gaatjes in het bovenblad. Mogen we een ballerina met een klein hakje nog wel ballerina noemen, of is het dan al een pump? En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Soms kom je canvas sneakers tegen met een schacht die tot onder de knie reikt. Zijn dat nog wel sneakers? Of hebben we het dan over (veter)laarzen?
Grensgevallen en mengvormen zullen er altijd blijven, maar dan nog zou je moeten uit gaan van de kenmerken die het meest nadrukkelijk aanwezig zijn. Een gladiatorsandaal reikt meestal over de enkels, maar toch noemen we dat meestal geen laars. De 'sandaalkenmerken' voeren immers de boventoon. Een laars met een open teen en een open hiel noemen we om diezelfde reden meestal ook een laars en geen sandaal.
Helaas weten veel mensen echter nog niet eens wat de betekenis van de de verschillende benamingen is, en wat de bijbehorende kenmerken zijn waardoor alle benamingen en categorieën dus door elkaar worden gebruikt.
Ik koop regelmatig schoenen via Marktplaats, en als je al die advertenties leest, dan zie je pas welke babylonische spraakverwarring er heerst op dit vlak. Wat bijvoorbeeld door de één een ballerina wordt genoemd, noemt de ander een instapper, terwijl iemand anders het weer heeft over een sandaal of een zomerschoen. Het is maar een voorbeeld, maar zo zijn er vele.
Neem nu die ballerina, een type schoen waarvan de belangrijkste kenmerken zijn dat hij plat, laag en sierlijk is. Het belangrijkste kenmerk is de wreef, die gewoonlijk helemaal open is. Door veel mensen wordt dit echter een instapper genoemd. Strikt genomen is deze benaming van toepassing op alle schoenen waar je gemakkelijk 'in stapt', zonder dat je iets los of vast moet maken, zoals veters, klittenband of rits. Op zichzelf is die benaming dus nog geen categorie-aanduiding. Maar in de regel wordt de naam instapper ook vaak gebruikt als de Nederlandse benaming voor het type schoen dat in Engels sprekende landen bekend staat onder de naam 'Loafer'. Dit is in de verste verte geen ballerina, maar juist een hoog op de wreef gesloten schoen met een ruime, vaak elastische instap. Loafers komen oorspronkelijk uit de mannelijke garderobe, maar zijn ook in de vrouwelijke garderobe te vinden. De gedachte kwam bij me op dat de loafer we eens zou kunnen zijn ontstaan uit de mannelijke ballerina, die vroeger ook wel door dandy's werd gedragen. Bewijs voor deze stelling heb ik evenwel nog niet kunnen vinden, dus het blijft bij een veronderstelling.
Loafers worden soms ook wel moccasins genoemd, maar dat is niet correct. Moccasin is een term voor schoenen met een bepaalde constructiewijze, en de loafer is een variant op dat thema die vaak voor komt. Sommige loafers zijn dus moccasins, maar lang niet allemaal. Omgekeerd zijn ook lang niet alle moccasins loafers. Ook laarzen of veterschoenen kunnen van het type moccasin zijn.
Als je de eerder genoemde ballerina schuin omhoog zet en voorziet van een hoge hak, dan heet het een pump. Kenmerkend voor de pump zijn dus dezelfde dingen als bij een ballerina, namelijk een schoen die een geheel open wreef heeft, sierlijk en elegant is. De naam is mogelijk afkomstig van de waterpomp, (Engels: pump) omdat de schoen en contour gezien lijkt op de hendel van een waterpomp. Etymologisch zijn er inderdaad aanwijzingen dat de pump verwant is aan het Engelse woord voor 'pomp'. Zowel ballerina's als pumps kunnen opengewerkt zijn. Veel voorkomend zijn o.a. open teen, open hiel (slingback pump) en soms is de pump aan de zijkant open gewerkt. Een open hiel wordt overigens vaak ten onrechte een open hak genoemd, maar ook dat is fout; de hak zit aan de schoen zelf, die is niet open. Bedoeld wordt dat het achterste gedeelte van de schoen open is, zodat de hiel zichtbaar is. Een open hiel dus, en geen open hak. Maar dit even terzijde. In de praktijk worden opengewerkte pumps echter vaak sandalen genoemd.
Maar een sandaal heeft in mijn beleving echter weer heel andere kenmerken; een platte schoen met open teen en/of open hiel, en mogelijkerwijs een verder opengewerkte constructie aan de zijkant en/of op de wreef. Een sandaal is in minimalistische vorm eigenlijk niet meer dan een zool die men met touwtjes of bandjes om de voet bindt. Dat om de voet binden is naar mijn idee een essentieel kenmerk van een sandaal. Dat impliceert dat er twee belangrijke voorwaarden zijn om een schoen een sandaal te mogen noemen: Er moet iets over de wreef zitten, en er moet ook iets achter de hiel zitten. Verder moet de schoen een uitgesproken 'open' karakter hebben. Schoenen waarbij er niets achter de hiel zit, noemen we slippers. (ook weer vanuit het engels: easy to slip on and slip off, m.a.w. je kunt je voet er zo inschuiven). De officiële naam voor dit type schoen is de muil (of het muiltje). In de praktijk worden slippers echter vaak ten onrechte sandalen genoemd en omgekeerd worden sandalen ook vaak slippers genoemd, wat dus niet correct is.
De benaming voor sandalen met (hoge) hakken is sandaletten. In de praktijk worden sandaletten echter vaak weer ten onrechte pumps genoemd, maar dat klopt dus niet omdat sandaletten iets over de wreef hebben en daardoor juist niet voldoen aan de definitie van een pump. Een sandalet heeft doorgaans ook een veel te opengewerkt uiterlijk om nog aan het model van een pump te beantwoorden. De vergelijking met de sandaal ligt veel meer voor de hand, vandaar het woord 'sandalet'.
Dan is er nog het vraagstuk 'laars'. Wanneer is een schoen een laars? In mijn optiek is dat wanneer de schoen iets van een schacht heeft, die minimaal reikt tot over de enkel. In de praktijk worden er echter heel wat schoenen 'laarsje' genoemd, terwijl die schoenen in de verste verte geen schacht hebben. Vaak betreft het dan gewoon een (hoog gehakte) schoen, met rits of met veters, die ophoudt onder het enkelbot. Dat is dus gewoon een schoen, en geen laars. Zelfs geen laarsje. Dit soort schoenen wordt trouwens ook weer vaak 'pump' genoemd, wat dus ook niet klopt gezien het feit dat de wreef volledig gesloten is. Er zijn zelfs mensen die echte enkellaarsjes (met een schacht tot ruim over de enkel) nog pumps noemen, wat in feite helemaal nergens op slaat.
Dat brengt tenslotte het vraagstuk, waar de grenzen liggen. Hoever moet een wreef nog open zijn om nog van een pump (of ballerina) te kunnen spreken? Hoever moet een schoen minimaal zijn opengewerkt om van een sandaal te kunnen spreken? Sommige mensen spreken al van een sandaal als ze een gesloten veterschoen bedoelen met wat spleetjes of gaatjes in het bovenblad. Mogen we een ballerina met een klein hakje nog wel ballerina noemen, of is het dan al een pump? En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Soms kom je canvas sneakers tegen met een schacht die tot onder de knie reikt. Zijn dat nog wel sneakers? Of hebben we het dan over (veter)laarzen?
Grensgevallen en mengvormen zullen er altijd blijven, maar dan nog zou je moeten uit gaan van de kenmerken die het meest nadrukkelijk aanwezig zijn. Een gladiatorsandaal reikt meestal over de enkels, maar toch noemen we dat meestal geen laars. De 'sandaalkenmerken' voeren immers de boventoon. Een laars met een open teen en een open hiel noemen we om diezelfde reden meestal ook een laars en geen sandaal.
Helaas weten veel mensen echter nog niet eens wat de betekenis van de de verschillende benamingen is, en wat de bijbehorende kenmerken zijn waardoor alle benamingen en categorieën dus door elkaar worden gebruikt.
Abonneren op:
Posts (Atom)