zondag 2 november 2014

Vrouwen voelen zich achtergesteld

Deze tekst lag al een poos en ik was hem eigenlijk alweer vergeten, maar nu ik hem bij toeval weer tegenkwam vond ik het toch wel interessant genoeg om te bewaren. Vandaar dat ik hem dus alsnog op de blog zet.

Mijn aandacht werd (inmiddels dus al een poosje geleden) getrokken door een artikeltje op www.nu.nl met de titel: Vrouwen voelen zich achtergesteld op het werk. (www.nu.nl/lifestyle/3687653/vrouwen-voelen-zich-achtergesteld-werk.html)

In het artikel staat, kort gezegd, dat vrouwen nog steeds vinden dat mannen meer kansen krijgen op het werk, meer verdienen, etc. Opvallend genoeg wordt in de tweede alinea van het artikel al direct de achterliggende oorzaak vermeld: "Veel vrouwen hebben nog op het werk steeds weinig zelfvertrouwen en vinden het lastig om te proberen een hogere functie te krijgen.".

Als ik daar mijn eigen vrije interpretatie op loslaat: Vrouwen spelen het spel dat in de mannenwereld wordt gespeeld, niet goed of kunnen c.q. durven dat zelf niet goed te spelen.

"Bijna 40 procent van de vrouwen zegt dat ze weinig zelfvertrouwen hebben en vaak twijfelen aan hun capaciteiten. Zo’n 37 procent vindt het lastig om zichzelf in de strijd te gooien voor een betere functie"

Dit citaat ondersteunt die visie dus. Het spel spelen, betekent in dit geval voor jezelf en je eigen belangen opkomen door het belang van jouw persoontje voor het bedrijf te benadrukken, zelfs als jouw eigen bijdrage in de praktijk tegen valt. Mannen zijn daar van nature sterker in dan vrouwen. Een stukje narcisme is mannen niet vreemd en komt hier dus goed van pas. Vrouwen hebben vaak de neiging om iedereen te vriend te houden en gaan minder snel de confrontatie aan. Ook zijn vrouwen veelal minder competitief ingesteld dan mannen. Zo bezien spelen vrouwen het spel dan inderdaad dus niet goed.

"Een vijfde van de ondervraagde vrouwen is van mening dat er op de werkvloer nog steeds gediscrimineerd wordt, waardoor ze minder snel een promotie krijgen. Een kwart denkt dan ook dat ze sneller promotie maken als ze zich op het werk mannelijker gedragen"

Is dat nu onderbuikgevoel, of is dat werkelijk zo? Laten we even aannemen dat vrouwen inderdaad minder snel een promotie krijgen dan mannen. Dan is het nog maar de vraag waar dat aan ligt. De vrouwen houden het op discriminatie, maar waarom zouden mannen hier discrimineren? Welk belang hebben zij daarbij? Mannen zijn doorgaans heel pragmatisch, en als een vrouw een klus net zo goed kan klaren als een man is er geen enkele reden om die vrouw uit het team te weren.


"Een kwart denkt dat ze makkelijker promotie krijgen als ze zich mannelijker gedragen." Hm, dat is interessant. Laten we even aannemen dat dat inderdaad klopt. Dat past dan in het verhaal van het spel spelen. Je zou kunnen zeggen dat vrouwen die zich mannelijker gedragen, zich beter aanpassen aan de regels van het (door mannen bepaalde) spel en het spel uiteindelijk dus beter spelen. Bij degenen die dat niet kunnen, komt dat dan vermoedelijk doordat ze moeite hebben om zich de regels van het spel eigen te maken en het dus niet lukt om zich aan hun nieuwe omgeving aan te passen. Het is voor hen dan net of er gediscrimineerd wordt, maar in werkelijkheid spelen ze het spel niet goed, of begrijpen ze niet goed hoe het spel gespeeld wordt.

Betekent dat dan dat er niet gediscrimineerd wordt? Dat denk ik ook niet; er zal vast wel eens gediscrimineerd worden. Ik vermoed alleen wel dat dat niet bewust zal gebeuren. Als er al gediscrimineerd wordt, dan gebeurt dat vermoedelijk onbewust doordat mannen vrouwen onbewust lager inschatten op basis van hun lagere status. Zelf kan ik daarover meepraten, want ik bega die fout zelf ook wel eens.

Ik werk in de ICT, traditioneel een mannelijke omgeving. Vrouwen hebben de naam niets van techniek of computers te snappen, en je komt ook niet zoveel vrouwen tegen in technische beroepen. Toch krijg ik in mijn werk wel eens met een vrouw te maken, soms zelfs met meerdere.
Ondanks mijn moderne en zelfs feministische opvattingen, betrap ik mezelf ook wel eens op het hebben van vooroordelen. Als ik in mijn werk een vrouw tegenover me krijg bekruipt me onwillekeurig een zekere gereserveerdheid, zo van: Zou ze echt verstand van zaken hebben? Die reserve is natuurlijk ingegeven door het denkbeeld dat vrouwen geen verstand hebben van techniek en computers. Dat is ook de reden waarom er veel minder vrouwen naar technische opleidingen gaan dan mannen. Laatst kwam ik ergens een artikel tegen ov er een onderzoek waaruit bleek dat vrouwen lager scoren in wiskunde, omdat dat in het kader van het vrouwelijke rolpatroon ook van ze verwacht wordt. In landen waar dat rolpatroon niet heerst scoren mannen en vrouwen gelijk. Zodoende is het dus een soort self-fulfilling prophecy. Je scoort slechter in wiskunde omdat dat van je verwacht wordt. En als je dan slechter scoort, dan wordt het vooroordeel bevestigd: zie je wel, vrouwen zijn niet goed in wiskunde. En zo houdt het vooroordeel zichzelf in stand.

Op die manier stap ik dus ook in die valkuil om te denken dat de vrouw tegenover me wellicht niet weet waar ze over praat. In de praktijk blijken die vrouwen vaak juist heel bekwaam te zijn, terwijl ik ook genoeg gevallen heb meegemaakt dat ik tegenover een man zat die duidelijk niet wist waar hij het over had. En toch heb ik bij die mannen die vooringenomenheid niet, omdat ik aannam dat mannen juist goed zijn met computers. Kortom: vooroordelen dus. En als ik me daar al schuldig aan maak, dan is de kans groot dat andere mannen dat ook doen.

Op die manier kun je dus toch discrimineren. Het gaat niet eens bewust, maar het wordt gestuurd door de vooroordelen die je onbewust met je mee draagt. Het kan dus niet worden uitgesloten dat er wel degelijk managers zijn die bij een vacature de voorkeur geven aan een man boven een vrouw, juist door het vooroordeel dat zo'n man beter bij de functie-eisen past omdat die functie-eisen toevallig een "mannelijk" profiel hebben. (lees: de functie-eisen overwegend liggen op het vlak waar we het vooroordeel hebben dat vrouwen er minder goed in zijn). Op die manier zou een personeelschef van een taxicentrale dus de voorkeur kunnen geven aan een man, omdat hij er onbewust van uit gaat dat vrouwen minder goed zijn in autorijden, achteruit inparkeren en kaartlezen. In werkelijkheid is er echter geen enkele aanwijzing dat dat ook echt zo is. Als vrouwen er al minder goed in zijn, komt dat vermoedelijk doordat vrouwen in doorsnee minder vaak autorijden dan mannen. Ze hebben dan dus gewoon minder ervaring. Als een vrouw vaak inparkeert, wordt ze er vanzelf goed in. Dat heet 'leren', en vrouwen kunnen dat net zo goed als mannen.


De manager in kwestie denkt dan oprecht dat hij op objectieve gronden de juiste keuze heeft gemaakt door de meest geschikte/bekwame kandidaat aan te nemen, terwijl die inschatting in feite gebaseerd was op drijfzand, vanwege de vooroordelen die eraan ten grondslag liggen.

Ik denk dat in de praktijk daarom beide effecten een rol spelen. De onbewuste vooroordelen zullen zeker leiden tot discriminatie (bewust of onbewust), maar ik denk ook zeker dat vrouwen zich niet goed aan hun rol aanpassen en uiteindelijk het spel dus niet goed weten te spelen.

Eén van de belangrijkste problemen met dit onderzoek, is dat het geen enkele uitspraak doet over feitelijkheden. Alles wat er staat is gebaseerd op de mening of het gevoel van de respondenten.
Dat is belangrijk, omdat het daardoor geen objectief onderzoek is en ook niet gestaafd kan worden. Allereerst denken de respondenten dat ze benadeeld worden in vergelijking met hun mannelijke collega's, maar er blijkt nergens uit of dat ook echt zo is. Het is dus vooral een onderbuikgevoel.
En als het al zo is dat vrouwen gediscrimineerd worden, dan doet het artikel geen enkele uitspraak over de oorzaak daarvan. De vrouwen denken dat ze benadeeld worden omdat ze vrouw zijn, maar het zou best wel eens kunnen zijn dat ze dat (mede) aan zichzelf te danken hebben omdat ze zich niet goed de mannelijke gedragsregels eigen hebben gemaakt.

Zelf denk ik dat het een mengelmoes van beiden is, maar het is dus niet met zekerheid vast te stellen hoe de verhoudingen tussen beide invloeden liggen.  Ik vermoed zo maar dat naarmate vrouwen het spel beter spelen (zich mannelijker gedragen), die discriminatie vanzelf minder wordt. Dat zou dan betekenen dat mannen vrouwen niet discrimineren op grond van het vrouw-zijn, maar op grond van vrouwelijk gedrag. Wat dat betreft ben ik het dus wel met de vrouwen eens.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten