Naar aanleiding van de discussies rondom DebatOp2 kwam ik op Twitter in contact met Maureen Wever, één van de aanwezigen in de studio. Dat ging zo: Ik zocht naar tweets over #debatop2, en kwam daarbij Maureen tegen. Maureen sprak in een tweet haar hoop uit: "Ik hoop dat alle transgenders zich in de toekomst vrij kunnen uiten zonder discriminatie en afwijzing". Hierop reageerde @BarbaraCD met de woorden: "Ben dan geen transgender, maar travestiet. Maar ook daar kan heel wat veranderen!". Ik zat er met verbazing naar te kijken. Ik ben geen transgender, maar travestiet. Het staat er echt. Barbara noemt zichzelf travestiet, maar denkt dat zij niet bij de groep transgenders hoort.
Het is me al langer bekend dat er onder de transsexuelen een groep is die de term 'transgender' exclusief voor transsexuelen willen claimen. Ik heb er al meermalen discussies met verschillende transen over gehad. Als ik in een gesprek de term 'transgender' liet vallen in relatie tot mijn eigen persoon, dan kreeg ik ongeveer de volgende reactie: "Nee, dat klopt niet. Ik ben transgender. Jij bent travestiet.". Met andere woorden: een travestiet is iets anders dan een transgender. En ik wil niet met jou over één kam geschoren worden.
Ik kan me vergissen, maar volgens mij is transgender toch echt een verzamelnaam voor alle mensen bij wie de genderidentiteit niet strookt met het geslacht. Tot die groep behoren achtereenvolgens mannen in rok, travestieten, transgenderisten, queers en transsexuelen. Man in rok is overigens ook weer een verzamelnaam, want behalve mannen in rok bestaan er ook mannen op hakken, mannen in panty, mannen in jurk en - jawel - mannen in badpak. Ook zijn er mannen die alleen maar wat lingerie onder hun kleding dragen. Om het nog onoverzichtelijker te maken zijn er ook mannen die tot meerdere van deze stromingen behoren. In feite zijn het allemaal substromingen binnen de hoofdstroming travestie. En travestie is weer een substroming in het transgenderisme.
Elk van deze substromingen kent verschillende gradaties.
De overeenkomst tussen al deze groepen is dat ze allemaal gender-overschrijdend gedrag vertonen, en daar ook een behoefte toe voelen. Het verschil zit hem slechts in hoe ver ze dat gedrag doorvoeren. Travestieten en mannen in rok gaan daar het minst ver in; zij kunnen of willen niet uit de kast en verkleden zich af en toe, meestal thuis met de gordijnen dicht. Voor de buitenwereld zijn zij gewoon man. Transsexuelen gaan het verst; zij kiezen voor een leven in de gewenste genderrol en laten het lichaam aanpassen aan het gender. Transgenderisten zitten daar tussenin; zij leven wel in de rol van het gewenste geslacht, maar het lichaam heeft nog het oorspronkelijke geslacht.
Goed, al die groepen behoren dus tot detzelfde grote groep die transgender heet, en de transsexuelen proberen die term dus te kapen. Tot zover niets nieuws onder de zon. Het nieuwe is dat ik nu dus een travestiet tegen kom die er daadwerkelijk nog naar luistert ook. "Ik ben geen transgender, maar travestiet." Uiteraard heb ik maar even een berichtje gestuurd met de melding: "Misvatting; transgender = verzamelnaam voor travestieten, transgenderisten en transsexuelen. Hoor jij dus ook bij!"
Ik vraag mij af waarom transsexuelen proberen om die term te kapen. Ik meldde al eerder dat vooral transsexuelen vaak erg gevoelig zijn als het op de juiste terminologie aan komt. Praten met een transsexueel is soms net of je in een mijnenveld stapt: één onoplettende uitspraak en je hebt weer een gepikeerde reactie te pakken. Als blikken konden doden lag ik al lang en breed onder de groene zoden. En dan ben ik zelf nog wel transgender en zou dus beter moeten weten. Ik probeer er ook op te letten, maar toch ga ik af en toe wel eens de fout in. Maargoed, ik dwaal af.
Persoonlijk denk ik dat men de term 'transsexueel' te beladen vindt, en dat die term mogelijk een negatieve bijklank heeft. De term 'transgender' klinkt neutraler en is dan dus een eufemisme, net zoals travestieten om dezelfde reden de term 'travestie' liever niet gebruiken. Mannen in rok vinden zichzelf sowieso geen travestiet of transgender, en zitten dus in ontkenning. Travestieten erkennen wel dat ze transgender/travetiet zijn, maar spreken dan weer liever over crossdressing of noemen zichzelf deeltijdvrouw. Of transgender, maar dat geeft dan weer problemen met transsexuelen want die vinden dat die term exclusief bij hen hoort. Enfin, dat had ik al uitgelegd.
Hoe dan ook: de term 'transgender' is de algemene term waarmee we de groep van mensen aanduiden die zich niet thuisvoelen in het hokje waar ze bij hun geboorte in zijn gestopt. Wikipedia is dat met me eens:http://nl.wikipedia.org/wiki/Transgender_(genderdysforie). De Engelstalige Wikipedia benoemt dat nog eens wat specifieker. Volgens wikipedia is de term afkomstig uit het Engels en verwoordt het een begrip dat voorheen bekend stond als 'genderbending': Het spelen met uitgesproken seksespecifieke elementen van gedrag en uiterlijk teneinde het seksebegrip teniet te doen. Paradoxaal genoeg staat dat dus eigenlijk haaks op wat de transsexuelen beogen. Genderbending beoogt het opheffen van de gendertweedeling, terwijl transsexuelen zich juist nadrukkelijk conformeren aan de gendertweedeling, maar dan wel in de rol van het het geslacht dat ze niet van nature hebben. Als je dan bedenkt dat de term 'transgender' dus eigenlijk een vervanging is voor de term 'genderbending', is het eigenlijk niet logisch dat juist die term door de transsexuelen wordt geclaimd. Daar is dus blijkbaar niet goed over nagedacht. Het is daarom des te aannemelijker dat het gewoon een eufemisme is. Transgender klinkt beter dan transsexueel.
Hoe het ook zij, de term exclusief claimen voor transsexuelen is fout. De term 'transgender' is een verzamelnaam voor travestieten, transgenderisten en transsexuelen, kortom voor alle mensen bij wie de genderbeleving op de één of andere manier afwijkt van het biologische geslacht. En dus hoort ook @BarbaraCD bij de grote groep van transgenders, net als ikzelf.
Het probleem is alleen dat in de praktijk alleen transgenderisten en transsexuelen uit de kast zijn. Als er iets in de publiciteit komt over transgenders, gaat het bijna altijd over transsexuelen. Travestieten zijn doorgaans niet uit de kast en blijven dus onderbelicht. Voor de buitenwereld wordt de term 'transgender' daardoor dus gekoppeld aan transsexualiteit. De grote groep travestieten, die nota bene het leeuwendeel van alle transgenders uitmaken, dreigt hierdoor de emancipatieboot te missen. Daarom sprak ik BarbaraCD dus aan met de mededeling dat zij dus wel degelijk transgender is en ook bij de groep hoort.
Bij deze wil ik de hele transgendergemeenschap dan ook oproepen om gezamelijk op te trekken, en niet onderlinge verdeeldheid te creëren door te ruzieën over wie nu welke term mag gebruiken. We hebben een gezamelijk belang, en onderlinge verdeeldheid draagt niet bij aan het realiseren daarvan.
vrijdag 23 november 2012
dinsdag 20 november 2012
Nederlandse man onzeker over kledingkeuze
14/11/2012
http://www.nu.nl/lifestyle/2958312/nederlandse-man-onzeker-kledingkeuze.html
Nederlandse mannen hebben niet graag zelf de de touwtjes in handen tijdens het kopen van kleding. Zo staat er te lezen in een artikel op Nu.nl. Uit onderzoek in opdracht van een webwinkel in overhemden, uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau onder 1.500 Nederlanders, blijkt althans dat 40 procent van de mannen onzeker is over zijn kledingkeuze en nog altijd zijn partner naar zijn of haar mening vraagt. Dit komt vooral voor in de leeftijdscategorie tot 34 jaar. Naarmate de heren ouder worden beslissen ze steeds vaker zelf.
Goed, mannen zijn dus onzeker over hun kledingkeuze. Hoe zou dat komen? Het artikel geeft zelf het antwoord:
"Modebewust zijn de mannen vandaag de dag niet. Meer dan 25 procent van onderzoekers voelt zich niet modebewust of is niet met mode bezig."
en:
"Je ziet toch dat de Nederlandse vrouw hier meer oog voor heeft. Ze neemt meer de tijd voor het uitkiezen van de kleding en helpt haar partner graag een handje. Ruim 39 procent van de vrouwen vindt zichzelf namelijk wel modebewust", aldus de eigenaar van de webshop.
Tja, vertel eens wat nieuws. Maar hoe komt dat nu precies? Waarom zijn mannen niet modebewust? En hoe komt het dat de vrouw daar meer oog voor heeft? Volgens mij is dat weer een typisch gevalletje oorzaak en gevolg omdraaien. De man heeft er geen verstand van, is onzeker en de vrouw steekt graag de helpende hand toe. Hmm. Ik denk dat het andersom werkt. Mode valt niet in het mannelijke domein. Mannen worden niet geacht zich met mode bezig te houden. Mannen die dat wel doen worden voor nicht of homo versleten. Mannen die in de modebranche werkzaam zijn, zijn meestal ook homo. Hetero's wagen zich daar niet aan. Mode is niet mannelijk. Het is onmannelijk om met mode bezig te zijn. Het is dan dus ook al snel onmannelijk om modieus te zijn.
"Meer dan de helft van de mannen winkelt graag met zijn partner terwijl maar 23 procent van de vrouwen hier de voorkeur aan geeft. Vrouwen struinen liever de winkelstraten af met vriendinnen of alleen."
Ook logisch. Mannen hebben geen verstand van mode, dus ze willen niet de fout maken om met iets thuis te komen dat door de vrouw afgekeurd wordt. Want dan zijn de rapen gaar. (Te) veel geld uitgegeven, aan kleding die ook nog eens niet goed is. Geen wonder dat mannen het liefste met de vrouw winkelen. Of beter nog: per vrouw winkelen. Ja, u leest het goed, een gewaardeerde collega van mij sprak ooit de legendarische woorden: "Ik koop mijn kleding per computer of per vrouw. Ik bestel via Internet wat ik nodig heb, ik weet mijn maten dus ik ben snel klaar. Of ik laat mijn vrouw het kopen. Ik hoef het dan alleen nog maar aan te trekken.
Het is tekenend voor de desinteresse van mannen voor mode. Het is onmannelijk om je voor mode te interesseren en de mannenmode is daar ook op afgestemd. Alle mannenkleding ziet er door de bank genomen ongeveer hetzelfde uit, de kleuren zijn veilig en de variaties zitten in de details.
De uitspraak van mijn collega legde nog een ander belangrijk punt bloot. Ik ben snel klaar, want ik weet mijn maten. Kijk, mannenmode is redelijk éénvormig. Bij de vrouwen is er een schier oneindige variatie aan uitvoeringsvormen, kleuren, materialen, prints, afwerkingen, versieringen, etc. De vrouwen hebben de memorabele eer om van de broek, van origine toch een mannelijk kledingstuk, een veelvoud aan keuze te hebben in vergelijking met de mannen. Damesbroeken zijn er in alle lengten, variërend van ultrakort (hotpants) tot oversized lang, zodat zelfs een hooggehakte schoen nog onder de broekspijpen schuil gaat. Ook de wijdte van de pijpen kent een ongelogelijke variatie, van ultraskinny (strak om het been) tot broekspijpen die elk zo wijd zijn dat ze voor een rok door kunnen gaan. En dan heb ik het nog niet eens over de schier oneindige keuze in kleuren, materialen, prints, versieringen, etc. De vrouwen hebben het mannelijke kledingstuk 'broek' overgenomen en hebben er ook nog eens een oneindig veel grotere keuze in.
Is dat erg? Welnee, helemaal niet. Het lijkt misschien alsof ik me beklaag, maar dat is absoluut niet zo. Het is alleen wel zo dat voor de mannen daarentegen een strakke normatuur geldt ten aanzien van wat mannen kunnen dragen. Mannen dragen sowieso vrijwel uitsluitend lange broeken. In de zomer dragen mannen ook wel kortere broeken, maar wat voor de man onder een korte broek verstaan wordt, is voor de vrouw nog alijd 3/4 lang. En dan nog zijn er hele volksstammen die vinden dat mannen geen korte broeken mogen dragen. In elk geval wordt het sowieso niet in de zakelijke etiquette getolereerd en is een korte broek dus een kledingstuk dat uitsluitend in de vrije tijd mag worden gedragen. Dan de wijdte van de pijpen. Echte skinny jeans zijn er sowieso niet, wat voor een man skinny is, is voor een vrouw al redelijk wijd. Mannen die skinny jeans dragen worden trouwens vaak nichterig gevonden. Wijde pijpen zijn er al helemaal niet, mannelijke broeken zijn in 95% van alle gevallen gewoon straight cut, met rechte pijpen dus. Mannenbroeken zijn altijd effen, nooit met een print, laat staan borduursels, studs, of andere versieringen. Tenslotte zijn mannenbroeken doorgaans alleen beschikbaar in rustige, veilige kleuren en met traditionele materialen zoals katoen.
Nee, voor de mannen is er niet zoveel te kiezen. De keuze zit hem in de nuances. Een overhemd met een subtiel printje aan de binnenkant van het revers. Wel of geen zakje op de borst. De vorm van de boord. Een luxe materiaal die een overhemd wat exclusiviteit en stijl meegeeft.
Geen wonder dat mannen zich niet voor mode interesseren. Er valt namelijk niet zo heel veel te kiezen. Als een man twee spijkerbroeken en twee nette broeken heeft, met daarbij 1 paar nette schoenen en 1 paar sneakers, dan heb je eigenlijk genoeg voor alle gelegenheden. Ik overdrijf nu wel wat, maar mijn punt is wel duidelijk denk ik.
Dat zie je ook terug in het winkelgedrag. Niet voor niets heeft vrouwelijk winkelen de naam dat manlief eindeloos veel winkels in en uit moet, en dan steeds uren moet wachten tot vrouwlief klaar is met passen. Mannen winkelen veel efficiënter. Als een man een broek gaat kopen, dan loopt hij de winkel in, trekt een broek uit het rek en gaat hem passen. Past hij, dan rekent hij af en vertrekt. Bij wijze van spreken dan. Dit staat in schril contrast met hoe vrouwen winkelen. Vrouwen kunnen eindeloos combineren, maar hebben ook eindeloos veel mogelijkheden om het fout te doen. Vrouwenmode is de hogeschool van de mode. Logisch dus dat vrouwen veel langer bezig zijn om uit die enorme berg keuzevrijheid de juiste combinatie te vinden. Voor mannen is er geen lol aan. Mannenkleding is erop gemaakt om zo universeel mogelijk inzetbaar te zijn. Je maakt niet zo snel fouten, het past al gauw bij elkaar. Mannen hoeven er dus ook niet zo over na te denken. Er zit dus ook geen uitdaging in het kopen van kleding, zoals bij de vrouwen wel het geval is.
Maar dan draai je het dus om. De stelling was: Mannen interesseren zich niet voor mode en daarom kunnen ze niet winkelen. Ik denk dat het andersom is. Er valt weinig te winkelen, en daarom heeft de man nooit geleerd om interesse te hebben in mode. Het hoort ook niet bij de mannenrol om interesse in mode te hebben. Dat is een ingesleten gedragspatroon, dat zichzelf versterkt. In de vorige bespiegeling constateerde ik al dat mannelijkheid vooral bepaald wordt door het ontbreken van vrouwelijkheid. Mannen die zich wel met mode bezighouden, worden uitgelachen of voor nicht versleten, want: mode is vrouwelijk. Het is onmannelijk om je daarvoor te interesseren. Een normale statusgerichte man laat dat dus wel uit zijn hoofd. Dat mannen niet kunnen winkelen en geen interesse hebben in mode is volgens mij dan ook het gevolg van aangeleerd gedrag. Mode is het domein van vrouwen.
Is het taboe aan het verdwijnen?
14/11/2012 ( n.a.v. 15/10/2011, Transgenderinformatiedag Groningen)
Op de Transgenderinformatiedag werd door Jeanine Trip en Mik Van Es een presentatie gehouden waarin een aantal stellingen over transgenders werden behandeld, en deze werden getoetst op correctheid. De stellingen gingen over aannamen en vooroordelen, zoals bijv.: "Transgenders zijn meestal homo". Daar ontstond dan een discussie uit waarna Mik toelichtte wat er uit statistisch onderzoek over het thema bekend is.
Aan het eind van de presentatie constateerde Mik dat het taboe aan het verdwijnen is. Hij baseert die stelling op de waarneming dat in de modewereld transgenders aan een opmars bezig zijn. Zo wint Valentijn de Hingh (transsexueel model) prijzen, en showt André Pejic (mannelijk model) vrouwenkleding, tot zelfs bruidsjurken. Ook was André te zien in een reclamecampagne van de Hema waarin hij een BH droeg. Ook op straat merk je verschil en krijg je als transgender tegenwoordig vaker leuke reacties dan vroeger.
Het taboe is aan het verdwijnen. Dat klinkt hoopgevend, maar is het ook echt zo?
Om die vraag te kunnen beantwoorden moet je eerst weten wat dat taboe precies inhoudt en waar het vandaan komt.
Het taboe houdt in dat mannen geen vrouwelijke kleding mogen dragen. Vrouwen mogen daarentegen wel mannelijke kleding dragen. Als je het iets breder trekt, kun je stellen dat dit opgaat voor alle soorten gedrag. Mannen mogen zich niet vrouwelijk gedragen. Een man die zich te vrouwelijk gedraagt is een mietje of een homo. Een vrouw die zich mannelijk gedraagt is daarentegen stoer. Ik kan me trouwens niet aan de indruk onttrekken dat de term 'stoer' in vrouwelijke connotatie altijd synoniem is voor een beetje mannelijkheid, maar dat terzijde.
Waar komt dat taboe vandaan? En waarom die dubbele moraal? Vrouwen die zich mannelijk gedragen zijn stoer, mannen die sich vrouwelijk gedragen sporen niet. Waarom meten we met twee maten?
Het antwoord hangt samen met de relatie tussen mannen en vrouwen, zegmaar de manier waarop mannen en vrouwen naar elkaar kijken. Hoe kijkt een man tegen een vrouw aan? Of beter: Wat zoekt een man in een vrouw? Waarom zoekt een man überhaupt een vrouw? Simpel. Voortplanting. De soort moet blijven bestaan en dus moeten we ons voortplanten. Dat is zo ongeveer het meest basale mechanisme uit de natuur. Mannen zoeken voortplanting, en om ervoor te zorgen dat mannen zich voortplanten heeft de natuur ons gezegend met een flinke dosis testostoron. Testostoron is een sexhormoon dat het mannelijk libido reguleert. Anders gezegd: mannen met testostoron hebben zin in sex. Hoe selecteert een man tussen alle vrouwen? Het antwoord is even kort als helder: Uiterlijk. Ook simpel: een mooie vrouw vergroot de kans op mooi nageslacht. Mannen laten zich dus leiden door het uiterlijk van de vrouw.
Ja hoor, hoor ik de man al zeggen. Het uiterlijk is natuurlijk belangrijk, maar het gaat toch om de relatie, om de klik? Een vrouw moet lief en zorgzaam zijn, intelligent en hunoristisch. Ja natuurlijk, dat is allemaal waar, maar dat is niet waar de eerste selectie op verloopt. Toen ik mijn vrouw voor het eerst ontmoette was er ook een klik, maar die klik was niet de aanleiding voor mijn interesse. nee, mijn interesse werd in de eerste plaats gewekt door haar uiterlijk. Niet dat ze nu direct heel erg knap was, maar lelijk was ze zeker ook niet. Er zat in ieder geval iets in dat uiterlijk dat me aansprak.
Hoe werkt dat bij vrouwen? Nou, vrouwen letten ook op het uiterlijk, maar wel op een andere manier. Natuurlijk, ook een vrouw wil graag een mooie man, maar mannen zijn bijna per definitie niet mooi, dus een mooie man lijkt een contradictio in terminis. Toch heeft elke vrouw wel een beeld van wat zij verstaat onder een mooie man. Maar het uiterlijk is niet van doorslaggevend belang. Nee, die vrouw denkt een stapje of twee verder. Want als het kind geboren is, wat dan? Dan zijn er twee monden te voeden, en die vrouw kan ze niet voeden. Die moet immers voor haar kind zorgen. Zij heeft dus een man nodig die voor haar zorgt en haar beschermt. Ik jaag nu de feministen en de geëmancipeerde vrouwen tegen mij in het harnas, en inderdaad is dat beeld aan het veranderen, maar tot voor kort was dit wel waar het om draaide. En nog steeds speelt het een belangrijke rol. Maar hoe stelt een vrouw vast of een man voor het gezin kan zorgen? In vroeger tijden, toen we nog jaagden en verzamelden, moest een man een goede jager zijn. Een groot en gespierd lichaam was dan dus belangrijk. Maar als die man een goed strategisch inzicht had waardoor hij als enige in de groep de kunst verstond om een Antilope te verschalken, dan leverde hem dat natuurlijk een goede reputatie en dus status op. Tegenwoordig is het vooral belangrijk dat de man een goed inkomen heeft. Vrouwen schatten dat in op basis van de auto waar hij in rijdt, de gadgets die hij heeft, en de kleding die hij draagt. Niet voor niets dragen verkopers, consultants en andere hoog geplaatste zakenlieden altijd pakken, liefst van een duur merk. Dat geeft status en wekt de indruk van succes. Vrouwen schatten de geschiktheid van de man in op basis van zijn status.
Een mooi voorbeeld was deze week toen in één week tijd Bram Moscowitz van zijn voetstuk viel. Hij werd geroyeerd door de orde van advocaten, een zeer zware sanctie. Hij is uit zijn ambt gezet. De avond voor zijn royement werd hij gedumpt door zijn vriendin Eva Jinek, die kort daarvoor nota bene had gezegd dolgraag een kind van Bram te willen. De liefde was dus blijkbaar in hoog tempo bekoeld. Nu was de status van Bram al langer aan het afbrokkelen. Hij had al berispingen van het tuchtcollege aan zijn broek gehad, en reeg de laatste tijd wat schandaaltjes aaneen terwijl succes uitbleef. Als je het haar vraagt zal zij het ongetwijfeld ontkennen, maar op mij komt het over alsof Eva het zinkende schip heeft verlaten. De status van Bram brokkelde in hoog tempo af, en dus zag zij geen reden meer om nog bij hem te blijven. Zeg nu nog maar eens dat vrouwen niet op status af gaan.
Nou, hoor ik veel vrouwen al roepen, ik geef niets om status. Mijn ideale man moet vooral lief, empathisch en zorgzaam zijn, dat vind ik veel belangrijker. En hij moet kunnen strijken.
Maar als ik op Twitter en Internetfora zoek naar wat vrouwen vinden van hun ideale man, valt me iets op. Op Twitter vind ik bijvoorbeeld regelmatig tweets van jonge bakvissen in de trant van: Als ik een man krijg moet hij ten minste 1,80 m lang zijn, want ik wil wel hakken kunnen dragen!
Dit vind ik opvallend om twee redenen:
1. Meisjes/vrouwen vinden het kennelijk belangrijk om hakken te dragen
2. Zelfs met hakken aan moet de man groter zijn dan de vrouw.
UIt het tweede punt blijkt m.i. glashelder dat vrouwen nog altijd status zoeken. Lengte is namelijk een statusgevend element bij een man. Een man die kleiner is dan zijn vrouw boet aan status in, ten gunste van zijn vrouw. Maar vrouwen vinden het over het algemeen helemaal niet leuk als ze groter zijn dan hun man. Carla Bruni, de echtgenote van Nikolas Sarkozy, draagt bijvoorbeeld nooit hakken als zij samen met haar man is. Van Sarkozy zelf is bekend dat hij schoenen met een onzichtbaar verhoogde hak draagt. Lengte = status.
Dat vrouwen tegenwoordig meer belang hechten aan zorgzaamheid en empathie dan aan status, is overigens een gevolg van de vrouwenemancipatie. Omdat vrouwen tegenwoordig steeds beter voor zichzelf kunnen zorgen, wordt de man steeds meer overbodig. Mannen zijn alleen nog nodig om het kind te verwekken, daarna kan de moderne vrouw het eigenlijk wel alleen af. Tenminste... als zij een beroep kan doen op creche, buitenschoolse opvang, werkster, en oma. Want die zelfredzaamheid gaat ten koste van de traditionele vrouwentaken. Vrouwen zeggen ook vaak dat ze mannenemancipatie ook willen bevorderen. Maar als je goed leest gaat dat dan alleen maar over zorgtaken die de man van de vrouw moet overnemen. Inderdaad, hij moet kunnen strijken en de kinderen naar school brengen. Verder moet deeltijdwerken voor mannen gestimuleerd worden. Logisch, want dan kan de man zorgtaken van de vrouw overnemen. Vrouwen zijn op dit punt dus nogal opportunistisch. Op een geëmancipeerde man die een rokje met hoge hakken draagt, zitten de meeste vrouwen niet te wachten. Dat voegt immers voor henzelf niets toe, terwijl ze er wel last van kunnen hebben. Verder vallen veel vrouwen niet op vrouwelijke mannen. Er zijn er ook die er wel op vallen, maar dat terzijde. Kortom: Emancipatie voor de mannen is prima, maar alleen zolang het in het straatje van de geëmancipeerde vrouwen te pas komt.
Dat is wat ik de dienstbaarheid van de man ben gaan noemen. De meerwaarde van een man in een relatie met vrouw zit hem in zijn dienstbaarheid. In vroeger tijden moest een man een goede jager zijn, in de moderne tijd moet hij een goede baan hebben. Tegenwoordig is dat laatste minder belangrijk, maar worden meer belangen gehecht aan het overnemen van zorgtaken. De rode draad is dus dat mannen in alle gevallen dienstbaar moeten zijn aan hun vrouw. Het is dus niet de status waar vrouwen op selecteren, maar de dienstbaarheid. Status is voor de vrouwen alleen maar een instrument dat ze gebruiken om die dienstbaarheid in te schatten. Gevoeligheid, attentie en zorgzaamheid zijn zodoende de nieuwe statusgevende elementen van de man.
Het draait dus allemaal om status. Of in elk geval draaide het daar tot voor kort nog om. Dit betekent dat mannen meer status hebben dan vrouwen. Dat kan niet anders, dat is een basisvoorwaarde voor de selectie. Emancipatie van vrouwen zet dit principe onder druk, maar dat is voer voor een latere bespiegeling.
Terug naar de stelling. Waar komt dat taboe nu precies vandaan en is het inderdaad aan het verdwijnen?
De eerste vraag heb ik eigenlijk al beantwoord. Het statusverschil tussen mannen en vrouwen is de oorzaak van het taboe dat rust op travestie. Het werkt als volgt: Een vrouw die mannelijk gedrag vertoont, stijgt in status. Zij wordt daardoor als het ware een beetje mannelijk, en we hebben net vastgesteld dat mannen meer status hebben. Het omgekeerde is ook waar: Een man die vrouwelijk gedrag vertoont, daalt in status. En niet zo'n beetje ook. Een broek is voor een vrouw als het ware een upgrade, een rok voor een man een flinke downgrade. Vrouwen stijgen een beetje in status door het dragen van mannelijke kleding. Mannen die vrouwelijke kleding dragen, die kelderen echter in status. Zelfs een prostituee heeft voor sommige mensen nog meer status dan een travestiet. Die prostituee is ten minste nog een echte vrouw...
Goed, dat verklaart dus waarom er een taboe rust op travestie, en het verklaart ook waarom het taboe alleen op mannen van toepassing is. Maar is dat taboe nu aan het verdwijnen, zoals Mik stelde?
Door de emancipatie stijg de status van vrouwen. Het verschil in status tussen mannen en vrouwen wordt dus kleiner. In theorie zou het taboe daarmee dus ook moeten afnemen. Maar die denkbeelden zitten al eeuwenlang muurvast on onze hoofden, die krijg je er niet zomaar even uit. Dat blijkt wel uit de tweets van die bakvissen, die roepen dat mannen ten alle tijde groter moeten zijn dan de vrouwen zelf. Ook mijn eigen vrouw huldigt dat standpunt. Aan de andere kant zag ik laatst ook een vrouw die op hoge hakken naast haar man liep, en daarmee een halve kop groter was. Ook op televisie heb ik al diverse vrouwelijke presentatrices gezien die op hakken boven hun mannelijke medepresentatoren of kandidaten uit staken. Er is dus wel iets aan het veranderen.
De emancipatie verkleint het statusverschil, maar versmalt ook de basis voor mannelijkheid, zoals ik al in de vorige bespiegeling constateerde. Tegelijk zie je dat veel vrouwen nog steeds dat statusverschil in stand willen houden. Toen ik mijn eigen vrouw eens vroeg waarom ze zo'n probleem had met mijn travestie, antwoordde ze letterlijk: Tja, ik wil toch tegen een man op kunnen kijken. I rest my case.
Vrouwen hinken dus op twee benen. Aan de ene kant willen ze, vanuit oogpunt van emancipatie, het statusverschil opheffen. Aan de andere kant willen ze, vanuit relatie-oogpunt, dat statusverschil in stand houden. Mannen willen dat trouwens ook. Dat wringt dus ergens. Dat is waarom ik er een hard hoofd in heb dat het taboe op korte termijn verdwijnt. Ik vraag me zelfs af of het überhaupt wel ooit zal verdwijnen.
En dan is er nog iets. Vrouwen vallen op mannen. Vrouwen hebben een stereotiepe beeld in hun hoofd van hoe een man eruit zou moeten zien. Een man met een vrouwelijk voorkomen voldoet niet aan dat beeld. Een man met een jurk en hoge hakken is dus niet waar een vrouw op valt, tenzij ze lesbisch is. Lesbiennes schijnen travestieten wel leuk te vinden. Maar voor het gros van de vrouwen is een man met een vrouwelijk voorkomen dus geen serieuze relatiekandidaat, nog los van de status die dat uiterlijk met zich mee brengt. Het gaat hier puur om sexuele aantrekkingskracht. Ik moet nog zien dat daar op korte termijn verandering in komt.
Maar die transsexuele modellen dan? Die hebben toch succes? Die laten toch zien dat de acceptatie van transgenders verbetert? Zeker. Als ik zelf verkleed over straat ga krijg ik ook regelmatig positieve reacties op mijn uiterlijk, al is dat sterk afhankelijk van hoe ik er precies uit zie. Als ik niet het juiste uiterlijk heb, krijg ik meestal weinig tot geen reactie. Negatieve reacties krijg ik maar zelden. Ook ik merk een verbetering ten opzichte van 20 jaar geleden, toen was ik veel meer een bezienswaardigheid dan tegenwoordig. Maar bedenk wel: Dat zijn allemaal mensen die ik verder niet ken en die mij niet kennen. Het ligt beduidend anders voor mensen in je onmiddellijke omgeving.
Alles overziende denk ik dat er twee dingen aan de hand zijn:
1. Maatschappelijke acceptatie van transgenders in het algemeen is aan het verbeteren.
2. Travestie in directe relaties is nog onverminderd een probleem
Het taboe is de resultante van beiden, en dus zal het taboe wel afnemen. Ik denk echter dat de tweede issue belangrijker is dan de eerste, dus de snelheid waarmee het taboe afneemt, ligt laag.
Daarnaast vraag ik mij af of het tweede punt wel oplosbaar is. De maatschappelijke houding ten aanzien van het statusverschil is ambivalent, en de mannelijke rol staat onder druk.
We hebben simpelweg teveel last van ingesleten denkbeelden die zich niet zo gemakkelijk laten omprogrammeren. Vanuit het tweede punt bezien zal er dus altijd wel een taboe blijven, denk ik.
Wat is mannelijk?
14/11/2012
Er rust een taboe op travestie. In feite rust er een taboe op alles wat transgender is.
Het taboe houdt, kort gezegd, in dat mannen zich mannelijk moeten gedragen. Bij transgenders projecteert zich dat vooral op de kleding. Mannen mogen zich niet vrouwelijk kleden. Maar het gaat verder dan kleding alleen. Ook vrouwelijk gedrag bij mannen "hoort niet". Maar wat is nu precies mannelijk? Wanneer is een kledingstuk of een bepaald gedrag mannelijk? En wanneer is het vrouwelijk?
Nu heeft iedereen wel een beeld van mannelijk gedrag, denk ik.
Denk bijv. aan de vader die zijn zoon opvoedt: Niet huilen, wees een vent! Echte mannen huilen niet. Ik weet, dit is aan erosie onderhevig, maar toch zijn er nog legio kerels die zo denken. Een ander voorbeeld is de begroetingskus. Als mensen elkaar een tijdje niet gezien hebben, of bij felicitaties zoals verjaardagen, wordt vaak gezoend. Oppervlakkig, met de wangen tegen elkaar een luchtkusje uitwisselen. Goede bekenden doen dit vaak, tenminste, zolang minimaal één van de beide partijen een vrouw is. Mannen onderling zoenen elkaar nooit. Tenminste, niet in onze cultuur. De russen doen het wel, dus kennelijk is het ook nog eens cultuur- of streekgebonden. Maar in de westerse cultuur horen mannen elkaar niet te zoenen. Mannen zoenen wel vrouwen, en vrouwen zoenen elkaar. Maar mannen onderling doen dat dus niet. Alhoewel, laatst hoorde ik een annekdote dat een collega van een transvrouw na de transitie sprak: Nou: je bent nu een vrouw, dus nu mogen we zoenen! En vervolgens de daad bij het woord voegde. Blijkbaar is zoenen dus vrouwelijk gedrag. In elk geval is het overduidelijk geen mannelijk gedrag.
Dit overdenkende, realiseer ik me dat vrouwen de afgelopen decennia heel veel mannelijk gedrag hebben overgenomen. Vrouwen kunnen zich mannelijk kleden, werken buitenshuis, hebben een carriëre, kiesrecht, en doen vaak werk wat vroeger als mannelijk werd gekenmerkt. Laatst las ik ergens in een artikeltje dat een winnares van een miss verkiezing met een opleiding in de sport aan de slag ging als trainer van een mannelijk voetbalteam. Hoeveel meer emancipatie wil je nog hebben?
Inmiddels zijn veel traditionele mannenberoepen inmiddels veranderd in vrouwenberoepen. Kappers bijvoorbeeld zijn bijna altijd vrouw. Dat was vroeger wel anders. De zeldzame mannelijke kapper die er tegenwoordig nog is wordt automatisch voor homo versleten, nog los van de vraag of dat terecht is, overigens. Ook het onderwijs wordt steeds meer gedomineerd door vrouwen. Op de basisschool heeft mijn dochter in groep 8 voor het eerst een mannelijke docent. Eén wel teverstaan, in voltijd. Daar staat tegenover dat zij in de groepen 1 t/m 7 steeds vrouwelijke leerkrachten heeft gehad, steevast in deeltijd en dus in een duobaan. Eén meester dus, tegen 14 juffen. Tel uit je winst. Mijn zoon heeft zelfs nooit een meester gehad en komt dus op het respectabele aantal van 16 juffen in zijn basisschooltijd. In mijn eigen lagere schooltijd was dat ongeveer andersom. Ik heb welgeteld één juf gehad, tegen 5 meesters. Op de kleuterschool had ik overigens wel juffen, maar de verhouding is dus belangrijk gewijzigd in het voordeel van de vrouwen. of beter gezegd: in het nadeel van de mannen. Want de mannen compenseren dat namelijk niet. In analogie zouden vrouwelijke beroepen dus meer mannelijke instroom moeten krijgen, maar dat gebeurt nauwelijks. In de verpleging bijvoorbeeld, zijn de mannen nog altijd zwaar ondervertegenwoordigd. Over een mannelijke kleuterleider zal ik het helemaal maar niet hebben.
Ander voorbeeld. Voetbal, auto's en gadgets waren altijd typisch mannelijke dingen. Tegenwoordig interesseren vrouwen zich ook voor auto's, rijden ze ook in grote leaseauto's rond, volgen ze samen met manlief het WK voetbal, en hebben ze meer gadgets dan de gemiddelde man.
Hoe relateert dit tot de vraag wat nu precies onder mannelijkheid moet worden verstaan? Als je dit zo op een rijtje zet, kom ik tot de conclusie dat mannelijkheid niet een eigenschap is die mannen van nature hebben. Nee, het ligt anders. Mannen ontlenen hun mannelijkheid aan uitsluiting. Iets is mannelijk omdat alleen mannen het doen. Anders gezegd: iets is mannelijk omdat het niet vrouwelijk is. Daarom dragen mannen bijvoorbeeld ook geen Uggs. Je weet wel, dat foeilelijke schoeisel dat erg lekker schijnt te zitten. Ik weet het niet, want ik heb er een hartgrondige afkeer van. Maar laten we wel wezen: Uggs hebben alle kenmerken van mannelijk schoeisel. Ze zijn plat, lomp, lelijk en vooral erg functioneel. Van de kenmerken van vrouwelijk schoeisel (sierlijk, elegant etc.) is er niet één van toepassing. En toch beschouwt iedereen Uggs als vrouwelijk. En dat terwijl de Ugg toch echt ooit is ontworpen voor mannen. Voor surfers wel te verstaan, om ze warme voeten te geven op het strand nadat ze gesurfd hadden. Uggs zijn van origine surferslaarzen. Maar nadat een paar vrouwelijke celebrities zich ermee vertoond hadden, is het een modetrend onder de vrouwen geworden. Met als gevolg dat mannen ze niet meer durven aan te trekken. Te vrouwelijk, en alles wat vrouwelijk is, werkt statusverlagend. Om die reden wagen mannen zich niet aan vrouwelijke dingen.
Mannen ontlenen hun mannelijkheid dus aan de constatering dat iets niet vrouwelijk is. Dat levert overigens wel een probleem op. Aangezien vrouwen zich steeds mannelijker zijn gaan gedragen, betekent dit dat mannelijkheid aan erosie onderhevig is. De basis voor de man wordt steeds smaller. Mannen mijden vrouwelijk gedrag en een vrouwelijk uiterlijk, maar vrouwen op hun beurt schuwen mannelijk gedrag en een mannelijk uiterlijk totaal niet. Het gevolg is dat mannen steeds meer dingen links laten liggen, waardoor de basis uiteindelijk steeds smaller wordt. Ik had het net over Uggs. Maar Uggs is niet het enige kledingstuk dat uit de mannelijke gedragspatronen is verdwenen. Iets soortgelijks geldt voor laarzen in het algemeen. Laarzen gelden tegenwoordig als vrouwelijk modeartikel. Mannen dragen geen laarzen, tenzij ze op een paard of op een motor zitten. Zelfs het lage enkellaarsje is pas sinds vorig jaar weer terug in het mannelijke modebeeld na een decennialange afwezigheid. Maar dan wel met de broek over het laarsje. De broek erin is dan weer not done, want: te vrouwelijk/nichterig. Als we heel ver terug gaan in de geschiedenis, kom je tot de ontdekking dat er een tijd is geweest waarin mannen rokken droegen en de vrouwen jurken. Tunieken waren unisex. Ik heb het dan over de antieke tijd rond het begin van de jaartelling. Op tekeningen van Romeinen uit die tijd zijn de mannen steevast afgebeeld met een rokje en gladiatorsandalen. Gladiatorsandalen. Nog zo'n kledingstuk dat alom als vrouwelijk wordt beschouwd. Mannen dragen sowieso nauwelijks sandalen. Ja, teenslippers, dat mag dan nog wel. Sandalen bij mannen zijn voor veel mensen not done. Maar gladiatoren, dat waren toch echt mannen. Dat geldt ook voor van die lage laarsjes met een hakje die in de folders worden aangeprezen als cowboylaarsjes. Alleen in damesmaten dus. Cowboys, het woord zegt het al. Boys is Engels voor jongens, maar als je als jongen zo'n cowboylaarsje aantrekt word je toch vreemd aangekeken. Iedereen vindt cowboylaarsjes met blokhakken namelijk vrouwelijk. Maar zoek maar eens een prent op waar een cowboy uit de 19e eeuw op staat en kijk naar zijn schoenen. Juist ja, laarzen, met een blokhak. Die hak had overigens een functie bij het paardrijden.
Broeken zijn pas in de vroege middeleeuwen geïntroduceerd door de Barbaren, en die hebben ervoor gezorgd dat mannen de overstap hebben gemaakt van de rok naar de broek. Sindsdien is de rok terecht gekomen in de vrouwelijke garderobe. Tunieken dragen mannen sinds de late middeleeuwen niet meer. Op tekeningen wordt Robin Hood echter steevast afgebeeld met een tuniek en een maillot. Hetzelfde geldt overigens ook voor Peter Pan. Kapitein Haak draagt dan weer steevast laarzen. Maargoed, ik drijf af.
Ik constateer dus dat vrouwen steeds meer mannelijk gedrag en uiterlijk overnemen, terwijl de mannen omgekeerd ervoor terugdeinzen om vrouwelijk gedrag of uiterlijk over te nemen.
Kortom: kleding en gedrag zijn in zichzelf niet mannelijk of vrouwelijk, maar onzijdig. De vraag of iets mannelijk danwel vrouwelijk is, wordt bepaald door het geslacht die er zich het meest mee inlaat. Aangezien de vrouwen zich overal mee inlaten wordt de vraag of iets mannelijk is vooral bepaald door de vraag of het niet vrouwelijk is. Dat leidt tot twee constateringen:
1. Mannelijkheid is in feite de inverse van vrouwelijkheid. Omdat steeds meer dingen vrouwelijk worden, leidt dit tot erosie van het begrip mannelijkheid.
2. Omdat er anno 2012 vrijwel geen enkel kledingstuk en geen enkel gedrag meer is dat niet door vrouwen kan worden gedragen of uitgeoefend, is er eigenlijk niets meer over wat nog echt mannelijk is.
Er blijven dus eigenlijk nog maar twee begrippen over: vrouwelijk en unisex. Alles wat mannelijk is valt tegenwoordig ook in het vrouwelijk domein en is dus unisex geworden. In de kledingkast is geen enkel kledingstuk te vinden dat alleen maar door mannen gedragen wordt. Vrouwen dragen ook boxer shorts, broeken, overhemden, stropdassen, pakken, bolhoeden, en mannenschoenen met sokken. Alle mannelijke kleding is in feite unisex. In veel mannelijke beroepen kom je steeds vaker vrouwen tegen. Zelfs in typisch mannelijke omgevingen zoals het voetbal of de haven kom je tegenwoordig vrouwen tegen.
Mannelijkheid bestaat dus in feite niet meer. Vrouwelijkheid daarentegen bestaat nog wel. Dat is alles waar mannen niet aan durven komen. De rest is unisex.
Er rust een taboe op travestie. In feite rust er een taboe op alles wat transgender is.
Het taboe houdt, kort gezegd, in dat mannen zich mannelijk moeten gedragen. Bij transgenders projecteert zich dat vooral op de kleding. Mannen mogen zich niet vrouwelijk kleden. Maar het gaat verder dan kleding alleen. Ook vrouwelijk gedrag bij mannen "hoort niet". Maar wat is nu precies mannelijk? Wanneer is een kledingstuk of een bepaald gedrag mannelijk? En wanneer is het vrouwelijk?
Nu heeft iedereen wel een beeld van mannelijk gedrag, denk ik.
Denk bijv. aan de vader die zijn zoon opvoedt: Niet huilen, wees een vent! Echte mannen huilen niet. Ik weet, dit is aan erosie onderhevig, maar toch zijn er nog legio kerels die zo denken. Een ander voorbeeld is de begroetingskus. Als mensen elkaar een tijdje niet gezien hebben, of bij felicitaties zoals verjaardagen, wordt vaak gezoend. Oppervlakkig, met de wangen tegen elkaar een luchtkusje uitwisselen. Goede bekenden doen dit vaak, tenminste, zolang minimaal één van de beide partijen een vrouw is. Mannen onderling zoenen elkaar nooit. Tenminste, niet in onze cultuur. De russen doen het wel, dus kennelijk is het ook nog eens cultuur- of streekgebonden. Maar in de westerse cultuur horen mannen elkaar niet te zoenen. Mannen zoenen wel vrouwen, en vrouwen zoenen elkaar. Maar mannen onderling doen dat dus niet. Alhoewel, laatst hoorde ik een annekdote dat een collega van een transvrouw na de transitie sprak: Nou: je bent nu een vrouw, dus nu mogen we zoenen! En vervolgens de daad bij het woord voegde. Blijkbaar is zoenen dus vrouwelijk gedrag. In elk geval is het overduidelijk geen mannelijk gedrag.
Dit overdenkende, realiseer ik me dat vrouwen de afgelopen decennia heel veel mannelijk gedrag hebben overgenomen. Vrouwen kunnen zich mannelijk kleden, werken buitenshuis, hebben een carriëre, kiesrecht, en doen vaak werk wat vroeger als mannelijk werd gekenmerkt. Laatst las ik ergens in een artikeltje dat een winnares van een miss verkiezing met een opleiding in de sport aan de slag ging als trainer van een mannelijk voetbalteam. Hoeveel meer emancipatie wil je nog hebben?
Inmiddels zijn veel traditionele mannenberoepen inmiddels veranderd in vrouwenberoepen. Kappers bijvoorbeeld zijn bijna altijd vrouw. Dat was vroeger wel anders. De zeldzame mannelijke kapper die er tegenwoordig nog is wordt automatisch voor homo versleten, nog los van de vraag of dat terecht is, overigens. Ook het onderwijs wordt steeds meer gedomineerd door vrouwen. Op de basisschool heeft mijn dochter in groep 8 voor het eerst een mannelijke docent. Eén wel teverstaan, in voltijd. Daar staat tegenover dat zij in de groepen 1 t/m 7 steeds vrouwelijke leerkrachten heeft gehad, steevast in deeltijd en dus in een duobaan. Eén meester dus, tegen 14 juffen. Tel uit je winst. Mijn zoon heeft zelfs nooit een meester gehad en komt dus op het respectabele aantal van 16 juffen in zijn basisschooltijd. In mijn eigen lagere schooltijd was dat ongeveer andersom. Ik heb welgeteld één juf gehad, tegen 5 meesters. Op de kleuterschool had ik overigens wel juffen, maar de verhouding is dus belangrijk gewijzigd in het voordeel van de vrouwen. of beter gezegd: in het nadeel van de mannen. Want de mannen compenseren dat namelijk niet. In analogie zouden vrouwelijke beroepen dus meer mannelijke instroom moeten krijgen, maar dat gebeurt nauwelijks. In de verpleging bijvoorbeeld, zijn de mannen nog altijd zwaar ondervertegenwoordigd. Over een mannelijke kleuterleider zal ik het helemaal maar niet hebben.
Ander voorbeeld. Voetbal, auto's en gadgets waren altijd typisch mannelijke dingen. Tegenwoordig interesseren vrouwen zich ook voor auto's, rijden ze ook in grote leaseauto's rond, volgen ze samen met manlief het WK voetbal, en hebben ze meer gadgets dan de gemiddelde man.
Hoe relateert dit tot de vraag wat nu precies onder mannelijkheid moet worden verstaan? Als je dit zo op een rijtje zet, kom ik tot de conclusie dat mannelijkheid niet een eigenschap is die mannen van nature hebben. Nee, het ligt anders. Mannen ontlenen hun mannelijkheid aan uitsluiting. Iets is mannelijk omdat alleen mannen het doen. Anders gezegd: iets is mannelijk omdat het niet vrouwelijk is. Daarom dragen mannen bijvoorbeeld ook geen Uggs. Je weet wel, dat foeilelijke schoeisel dat erg lekker schijnt te zitten. Ik weet het niet, want ik heb er een hartgrondige afkeer van. Maar laten we wel wezen: Uggs hebben alle kenmerken van mannelijk schoeisel. Ze zijn plat, lomp, lelijk en vooral erg functioneel. Van de kenmerken van vrouwelijk schoeisel (sierlijk, elegant etc.) is er niet één van toepassing. En toch beschouwt iedereen Uggs als vrouwelijk. En dat terwijl de Ugg toch echt ooit is ontworpen voor mannen. Voor surfers wel te verstaan, om ze warme voeten te geven op het strand nadat ze gesurfd hadden. Uggs zijn van origine surferslaarzen. Maar nadat een paar vrouwelijke celebrities zich ermee vertoond hadden, is het een modetrend onder de vrouwen geworden. Met als gevolg dat mannen ze niet meer durven aan te trekken. Te vrouwelijk, en alles wat vrouwelijk is, werkt statusverlagend. Om die reden wagen mannen zich niet aan vrouwelijke dingen.
Mannen ontlenen hun mannelijkheid dus aan de constatering dat iets niet vrouwelijk is. Dat levert overigens wel een probleem op. Aangezien vrouwen zich steeds mannelijker zijn gaan gedragen, betekent dit dat mannelijkheid aan erosie onderhevig is. De basis voor de man wordt steeds smaller. Mannen mijden vrouwelijk gedrag en een vrouwelijk uiterlijk, maar vrouwen op hun beurt schuwen mannelijk gedrag en een mannelijk uiterlijk totaal niet. Het gevolg is dat mannen steeds meer dingen links laten liggen, waardoor de basis uiteindelijk steeds smaller wordt. Ik had het net over Uggs. Maar Uggs is niet het enige kledingstuk dat uit de mannelijke gedragspatronen is verdwenen. Iets soortgelijks geldt voor laarzen in het algemeen. Laarzen gelden tegenwoordig als vrouwelijk modeartikel. Mannen dragen geen laarzen, tenzij ze op een paard of op een motor zitten. Zelfs het lage enkellaarsje is pas sinds vorig jaar weer terug in het mannelijke modebeeld na een decennialange afwezigheid. Maar dan wel met de broek over het laarsje. De broek erin is dan weer not done, want: te vrouwelijk/nichterig. Als we heel ver terug gaan in de geschiedenis, kom je tot de ontdekking dat er een tijd is geweest waarin mannen rokken droegen en de vrouwen jurken. Tunieken waren unisex. Ik heb het dan over de antieke tijd rond het begin van de jaartelling. Op tekeningen van Romeinen uit die tijd zijn de mannen steevast afgebeeld met een rokje en gladiatorsandalen. Gladiatorsandalen. Nog zo'n kledingstuk dat alom als vrouwelijk wordt beschouwd. Mannen dragen sowieso nauwelijks sandalen. Ja, teenslippers, dat mag dan nog wel. Sandalen bij mannen zijn voor veel mensen not done. Maar gladiatoren, dat waren toch echt mannen. Dat geldt ook voor van die lage laarsjes met een hakje die in de folders worden aangeprezen als cowboylaarsjes. Alleen in damesmaten dus. Cowboys, het woord zegt het al. Boys is Engels voor jongens, maar als je als jongen zo'n cowboylaarsje aantrekt word je toch vreemd aangekeken. Iedereen vindt cowboylaarsjes met blokhakken namelijk vrouwelijk. Maar zoek maar eens een prent op waar een cowboy uit de 19e eeuw op staat en kijk naar zijn schoenen. Juist ja, laarzen, met een blokhak. Die hak had overigens een functie bij het paardrijden.
Broeken zijn pas in de vroege middeleeuwen geïntroduceerd door de Barbaren, en die hebben ervoor gezorgd dat mannen de overstap hebben gemaakt van de rok naar de broek. Sindsdien is de rok terecht gekomen in de vrouwelijke garderobe. Tunieken dragen mannen sinds de late middeleeuwen niet meer. Op tekeningen wordt Robin Hood echter steevast afgebeeld met een tuniek en een maillot. Hetzelfde geldt overigens ook voor Peter Pan. Kapitein Haak draagt dan weer steevast laarzen. Maargoed, ik drijf af.
Ik constateer dus dat vrouwen steeds meer mannelijk gedrag en uiterlijk overnemen, terwijl de mannen omgekeerd ervoor terugdeinzen om vrouwelijk gedrag of uiterlijk over te nemen.
Kortom: kleding en gedrag zijn in zichzelf niet mannelijk of vrouwelijk, maar onzijdig. De vraag of iets mannelijk danwel vrouwelijk is, wordt bepaald door het geslacht die er zich het meest mee inlaat. Aangezien de vrouwen zich overal mee inlaten wordt de vraag of iets mannelijk is vooral bepaald door de vraag of het niet vrouwelijk is. Dat leidt tot twee constateringen:
1. Mannelijkheid is in feite de inverse van vrouwelijkheid. Omdat steeds meer dingen vrouwelijk worden, leidt dit tot erosie van het begrip mannelijkheid.
2. Omdat er anno 2012 vrijwel geen enkel kledingstuk en geen enkel gedrag meer is dat niet door vrouwen kan worden gedragen of uitgeoefend, is er eigenlijk niets meer over wat nog echt mannelijk is.
Er blijven dus eigenlijk nog maar twee begrippen over: vrouwelijk en unisex. Alles wat mannelijk is valt tegenwoordig ook in het vrouwelijk domein en is dus unisex geworden. In de kledingkast is geen enkel kledingstuk te vinden dat alleen maar door mannen gedragen wordt. Vrouwen dragen ook boxer shorts, broeken, overhemden, stropdassen, pakken, bolhoeden, en mannenschoenen met sokken. Alle mannelijke kleding is in feite unisex. In veel mannelijke beroepen kom je steeds vaker vrouwen tegen. Zelfs in typisch mannelijke omgevingen zoals het voetbal of de haven kom je tegenwoordig vrouwen tegen.
Mannelijkheid bestaat dus in feite niet meer. Vrouwelijkheid daarentegen bestaat nog wel. Dat is alles waar mannen niet aan durven komen. De rest is unisex.
maandag 19 november 2012
Debat Op 2
http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1305568
Afgelopen zaterdag was er een uitzending van Debat Op 2 gewijd aan de acceptatie van transgenders. Ik heb het programma terug gekeken met Uitzending Gemist omdat ik de uitzending... eh, gemist had. Wat is de moderne techniek toch handig!
Wat vond ik ervan? Nou, er viel wel het één en ander op het programma aan te merken. Het ouderpaar van het transsexuele kind is overduidelijk verstandelijk beperkt en is een sterk staaltje van slechte screening. Zij kregen veel te veel de mogelijkheid om hun stempel op het programma te drukken met hun harde, ongenuanceerde en niet van enige empathie en intelligentie getuigende reacties. De psychiater A Campo is ook van bedenkelijk allooi. Deze man blijkt nogal omstreden. Verder werden mensen die iets zinnigs te melden hadden regelmatig onderbroken waardoor hun standpunt onderbelicht bleef of uit het verband werd gerukt. Hier is absoluut iets mis gegaan. Maar over het algemeen vond ik het desondanks geen slecht programma. Er is aandacht voor de transgender, dat is al heel wat. Volgens mij zijn er veel dingen aan bod gekomen en zijn er veel verschillende standpunten belicht. Al met al is dat wel wat je van een discussieprogramma kan verwachten. Dat mensen soms afgekapt worden is jammer maar onvermijdelijk gezien de beperkte tijd. Het voldeed dus wel aan de verwachtingen die ik als kijker ervan had, ondanks de kritiekpunten die ik vermeldde.
Er blijkt onder de transgenders echter een storm van verontwaariging te zijn opgestoken over het programma, en het programma wordt echt afgebrand door de transgendergemeenschap.
Alice Verheij heeft het voortouw genomen en haar klachten neergepend in een open brief aan de programmamakers: http://aliceverheij.wordpress.com/2012/11/18/open-brief-aan-de-kro-en-ncrv/
In de brief brandt Alice het programma volledig af en noemt zij het programma een mislukking en schadelijk voor transgenders. Er deugt werkelijk helemaal niets van volgens Alice. Zij wordt bijgevallen door een reeks reacties van andere transgenders die allemaal hun afkeuring uitspreken over het programma. De felheid van de reacties uit de transgenderwereld hebben mij verbaasd, temeer omdat er in de uitzending op het optreden van de transgenders zelf ook nog wel wat aan te merken viel.
Laat ik beginnen te melden dat ik zelf transgender ben en dus belanghebbende. Ik heb me echter behoorlijk geërgerd aan de opstelling van een aantal t's die de zaak m.i. geen goed doen.
In het programma reageerde Carolien van de Lagemaat - transvrouw en voorzitter van Transgendernetwerk Nederland - behoorlijk aggressief op de term 'ombouwen', die door de 'werkgever' in de mond werd genomen. Dit terwijl de man zich daar al van te voren voor verontschuldigde. Ik citeer: "... nu jij - sorry voor de woordkeus - omgebouwd bent, ...". de vraag die de werkgever Erik wilde stellen aan genderjongen Erik werd vervolgens volkomen ondergesneeuwd door de verbetenheid waarmee Carolien als door een wesp gestoken op de term 'ombouwen' reageerde.
"Ik ben niet gebouwd, en ik word ook niet OMgebouwd! Ik ben een MENS!" beet ze de man en de kijkers toe. Over dit soort overgevoelige lange tenen kan ik mij mateloos opwinden. Het doet de zaak namelijk geen goed; het levert alleen maar negatieve beeldvorming rond transgenders op.
Die beeldvorming, waarvan Alice vindt dat die door het programma is geschaad. Naar mijn idee werkt de gepikeerde reactie van Carolien echter schadelijker uit voor de beeldvorming dan het programma zelf.
Met alle respect, ik weet dit gevoelig ligt, maar het is nu eenmaal de term die iedereen - met name
buitenstaanders - gebruiken, en iedereen weet precies wat ermee bedoeld wordt. Alle andere termen zijn eufemismen. En als je eufemismen maar lang genoeg blijft gebruiken, worden het op den duur ook weer beladen termen waarvoor weer nieuwe eufemismen worden gezocht. Dat is dus zinloos. Ik ben een voorstander van duidelijk taalgebruik, en benoem het dus zoals het is. Ruzie maken over terminologie is niet effectief.
Curieus is dat we in de dagelijkse spreektaal voortdurend spreken over bouw: We spreken wel van onze lichaamsbouw, we zijn stevig of juist rank gebouwd, etc. Maar op het moment dat dan de term 'ombouwen' gebezigd wordt, dan zijn we ineens niet meer gebouwd. Hm. Ik denk dat het meer te maken heeft met de negatieve connotatie die er heerst rondom deze term. Het is dezelfde reden waarom travestieten liever zeggen dat ze crossdresser of deeltijdvrouw zijn. Die termen klinken beter en zijn vooralsnog minder beladen. Ook over de juiste aanspreking met man, vrouw, hij, zij etc. wordt vaak een enorm probleem gemaakt. Dat is zonde, het leidt de aandacht alleen maar af van waar het werkelijk om gaat. Ook dat was een belangrijk punt van kritiek dat vanuit de transgendergemeenschap op het programma wordt geuit.
Maar hoe wil je dat mensen weten hoe ze je moeten aanspreken? Veel transvrouwen blijven een wat mannelijke uitstraling houden, sommigen zien er ronduit uit als een man in vrouwenkleren. Niet dat daar iets mis mee is, overigens. Er zijn ook natuurlijke vrouwen die er mannelijk uitzien. Aan de andere kant heb je ook mannen die van nature een vrouwelijk uiterlijk hebben. Sommige volbloed mannen zien er nog vrouwelijker uit dan sommige transvrouwen of zelfs natuurlijke vrouwen. Verder hebben transvrouwen natuurlijk last van hun mannelijke stem en slagen er niet altijd in om die echt vrouwelijk te laten klinken. Hoe moet je als buitenstaander nou weten hoe je zo'n persoon moet aanspreken als je het aan de buitenkant niet duidelijk kunt zien? Is het nou echt zo'n probleem dat daar fouten mee gemaakt worden? Door daar een enorm punt van te maken werk je zelf mee aan een negatieve beeldvorming.
Kijk, ik ga als man in rok de straat op. Soms word ik aangesproken met: Mijnheer, - oh sorry - mevrouw! Maar het omgekeerde komt ook voor. Mevrouw! - Oh sorry - mijnheer. Ik maak er geen probleem van en reageer op beiden. Ik ben in feite ook geen van beiden - of allebei een beetje. Ik ben transgender. Het zou fijn zijn als alle transgenders er zo ontspannen mee om zouden kunnen gaan. Dat zou de beeldvorming absoluut ten goede komen.
Op een bepaald moment deed de werkgever een controversiële stelling dat hij een transgender afwees om zijn/haar uiterlijk, waarop die vervolgens opnieuw door Carolien werd afgebrand omdat hij volgens haar discrimineerde. Dit terwijl de man volgens mij absoluut een punt had. Zijn punt was: transgenders moeten aan dezelfde representativiteitseis voldoen als ieder ander. Voldoet een transgender daaraan, dan is er in beginsel geen beletsel om die persoon aan te nemen. Helaas werd zijn motivatie door Arie afgekapt en werd de man door Carolien in de pan gehakt. Dat Arie de man niet de gelegenheid gaf om zijn standpunt uiteen te zetten is jammer.
De reactie van Carolien op deze en de eerder genoemde voorvallen maakt echter op stuitende wijze duidelijk wat het probleem van de meeste transgenders is, namelijk drammerigheid. Ik ben nu eenmaal zo, en je hebt me maar te nemen zoals ik ben. Dat ik eruit zie als een vogelverschrikker met vrouwenkleren aan, doet niet ter zake. Sorry, maar dat is dus niet realistisch. Een representativiteitseis is niets geks. Een man in vrouwenkleren met een baard die er niet uit ziet, kan wel degelijk een negatieve invloed hebben op het bedrijf als zhij met klanten in contact komt, daar moet je de ogen niet voor sluiten. Vooral omdat de acceptatie vanuit de maatschappij op dit moment nu eenmaal nog veel te wensen over laat. Overigens slaat dit niet op de in de studio aanwezige transgenders. Die zagen er over het algemeen wel goed uit, alhoewel een aantal van hen wel als transgender herkenbaar is. Maar dat is niet erg. Je hoeft er niet naadloos als vrouw uit te zien. Waar het om gaat is dat je er goed uit ziet. Uit eigen ervaring kan ik melden dat het een heel verschil maakt hoe je eruit ziet. Mensen reageren veel beter op een mooi plaatje dan op een lelijk plaatje, helemaal als dat lelijke plaatje bestaat uit een bonkige kerel met baard in vrouwenkleren, en dan ook nog eens de verkeerde kleren. Als die manvrouw zijn baard afscheert en een styliste om kledingadvies vraagt ligt de zaak vermoedelijk al heel anders. Een aangepast uiterlijk scheelt enorm in hoe mensen op je reageren. Verder zijn transgenders snel op hun teentjes getrapt als men ze niet op de juiste manier aanspreekt of de juiste terminologie bezigt. Hoe wil je in godsnaam serieus genomen worden als je zo blijft drammen?
Mijn conclusie is dat transgenders altijd heel erg vanuit de "ik" positie redeneren, zonder zich af te vragen of de eisen die ze stellen nu eigenlijk wel realistisch zijn. Geruzie over de manier van aanspreken of terminologie is zinloos en dient geen enkel doel.
Sterker nog: Wat is het beeld dat bij de gemiddelde kijker blijft hangen? Ik denk dat ik het wel weet. "Wat een stelletje zeikerds zijn die transgenders." En: "Het is toch ook ombouwen wat ze doen?" Ik kwam zojuist nog ergens een reactie met precies deze strekking tegen.
Kortom: transgenders zijn overgevoelig voor verkeerde omgangsvormen en reageren daar heel heftig op. Ze hebben de neiging om in de slachtofferrol te gaan zitten en vervolgens te roepen: De wereld is tegen ons! Ik denk dat dit soort negatieviteit de zaak meer schaadt dan de hele uitzending bij elkaar. Let wel: ik zeg niet dat we ons niet moeten roeren, want dat moet absoluut. De barricaden moeten we op. Maar ik zeg wel dat we realistisch moeten blijven, geen onredelijke eisen moeten stellen, en ons niet moeten verliezen in gekissebis over onbelangrijke zaken. Daarmee vestigen we een verkeerd beeld van de transgender, en dat is veel schadelijker.
Verder vond ik niet dat de uitzending slecht was. De nare nasmaak die de transgendergemeenschap eraan heeft overgehouden, deel ik in elk geval niet. Goed, er was zeker wat op de uitzending af te dingen, maar in grote lijnen vond ik wel dat alles aan bod gekomen is. Dat het niet helemaal is gegaan zoals de transgenders hadden verwacht of gehoopt begrijp ik, maar dan zeg ik opnieuw dat je je moet afvragen in hoeverre de verwachtingen realistisch waren.
Het is tenslotte een discussieprogramma, en het duurt maar drie kwartier. Daarin komen dus verschillende meningen over uiteenlopende onderwerpen aan bod, en de tijd is beperkt. Al met al viel het mij niet tegen, hoewel de screening beter had gekund en Arie de mensen te snel afkapte. Het valt me op dat de reacties op de uitzending vooral in de transgenderwereld heel slecht zijn. In het niet-transgender deel van Nederland viel het een stuk beter, heb ik de indruk.
Overigens moet ik daarbij aantekenen dat ik het bekijk als kijker, niet als deelnemer. Uit de brief van Alice begrijp ik dat er vanuit de redactie verkeerde verwachtingen zijn gewekt. Als dat zo is, dan heeft ze daar wel een punt. Maar op mij als kijker kwam het programma helemaal niet zo slecht over, en de claim dat de uitzending de positie van transgenders heeft geschaad deel ik dan ook niet.
Een zwaar defensieve en overgevoelige houding, zoals in het programma tentoon gespreid, en zoals ook de reacties vanuit de transgenderwereld laten zien, werkt naar mijn idee contraproductief en doet onze zaak geen goed. In feite geldt dat ook voor de open brief van Alice. Terwijl heel Nederland het een prima uitzending vond, gaat de transgendergemeenschap op een drammerige manier verhaal halen. Dat zegt meer over de transgenders dan over de programmamakers, ben ik bang. Ik ben bang dat de manier waarop de transgendergemeenschap zich hiermee profileert de beeldvorming meer kwaad doet dan goed. Het zou fijn zijn als de transgenders niet zo snel in de verdediging zouden gaan. Als we er zelf al zo krampachtig mee omgaan, hoe kun je dan verwachten dat de rest van de bevolking dat niet doet? Welk signaal geven we af door zo lichtgeraakt te zijn? Ik ben ervan overtuigd dat een meer open en zelfbewuste houding beter is voor de acceptatie en tolerantie dan de krampachtige, verdedigende houding die we nu laten zien.
Wat ik wil zeggen is dit: Wees trots op jezelf, en draag je transgenderzijn met waardigheid. Realiseer je dat je anders bent, en maak er ook geen punt van als mensen je ook zo zien. Wees er juist trots op. Wees realistisch in je verwachtingen en pas die aan de werkelijkheid aan. Zorg dat je er goed uit ziet en accepteer dat mensen je niet altijd op de juiste manier aanspreken. Maak daar geen al te zwaarwegend punt van. Uiteindelijk bèn je ook transgender. Overspannen reacties op verkeerde aanspreking of terminologie leidt alleen maar de aandacht af van wat echt belangrijk is, namelijk acceptatie en tolerantie jegens mensen die anders zijn dan anderen.
Acceptatie draait naar mijn idee om het niet afwijzen van transgenders, en het kweken van meer begrip en tolerantie. Maar hoe kunnen we van de buitenwereld begrip en tolerantie verlangen als we zelf zo snel op onze teentjes getrapt zijn en blijven drammen om ons gelijk te halen?
Practise what you preach, zou ik zeggen.
Update: De programmamakers hebben op de ontstane commotie gereageerd. Hieronder de link naar de reactie:
http://debatop2.dossierjournalistiek.nl/seizoenen/2/afleveringen/17-11-2012/reactie
Afgelopen zaterdag was er een uitzending van Debat Op 2 gewijd aan de acceptatie van transgenders. Ik heb het programma terug gekeken met Uitzending Gemist omdat ik de uitzending... eh, gemist had. Wat is de moderne techniek toch handig!
Wat vond ik ervan? Nou, er viel wel het één en ander op het programma aan te merken. Het ouderpaar van het transsexuele kind is overduidelijk verstandelijk beperkt en is een sterk staaltje van slechte screening. Zij kregen veel te veel de mogelijkheid om hun stempel op het programma te drukken met hun harde, ongenuanceerde en niet van enige empathie en intelligentie getuigende reacties. De psychiater A Campo is ook van bedenkelijk allooi. Deze man blijkt nogal omstreden. Verder werden mensen die iets zinnigs te melden hadden regelmatig onderbroken waardoor hun standpunt onderbelicht bleef of uit het verband werd gerukt. Hier is absoluut iets mis gegaan. Maar over het algemeen vond ik het desondanks geen slecht programma. Er is aandacht voor de transgender, dat is al heel wat. Volgens mij zijn er veel dingen aan bod gekomen en zijn er veel verschillende standpunten belicht. Al met al is dat wel wat je van een discussieprogramma kan verwachten. Dat mensen soms afgekapt worden is jammer maar onvermijdelijk gezien de beperkte tijd. Het voldeed dus wel aan de verwachtingen die ik als kijker ervan had, ondanks de kritiekpunten die ik vermeldde.
Er blijkt onder de transgenders echter een storm van verontwaariging te zijn opgestoken over het programma, en het programma wordt echt afgebrand door de transgendergemeenschap.
Alice Verheij heeft het voortouw genomen en haar klachten neergepend in een open brief aan de programmamakers: http://aliceverheij.wordpress.com/2012/11/18/open-brief-aan-de-kro-en-ncrv/
In de brief brandt Alice het programma volledig af en noemt zij het programma een mislukking en schadelijk voor transgenders. Er deugt werkelijk helemaal niets van volgens Alice. Zij wordt bijgevallen door een reeks reacties van andere transgenders die allemaal hun afkeuring uitspreken over het programma. De felheid van de reacties uit de transgenderwereld hebben mij verbaasd, temeer omdat er in de uitzending op het optreden van de transgenders zelf ook nog wel wat aan te merken viel.
Laat ik beginnen te melden dat ik zelf transgender ben en dus belanghebbende. Ik heb me echter behoorlijk geërgerd aan de opstelling van een aantal t's die de zaak m.i. geen goed doen.
In het programma reageerde Carolien van de Lagemaat - transvrouw en voorzitter van Transgendernetwerk Nederland - behoorlijk aggressief op de term 'ombouwen', die door de 'werkgever' in de mond werd genomen. Dit terwijl de man zich daar al van te voren voor verontschuldigde. Ik citeer: "... nu jij - sorry voor de woordkeus - omgebouwd bent, ...". de vraag die de werkgever Erik wilde stellen aan genderjongen Erik werd vervolgens volkomen ondergesneeuwd door de verbetenheid waarmee Carolien als door een wesp gestoken op de term 'ombouwen' reageerde.
"Ik ben niet gebouwd, en ik word ook niet OMgebouwd! Ik ben een MENS!" beet ze de man en de kijkers toe. Over dit soort overgevoelige lange tenen kan ik mij mateloos opwinden. Het doet de zaak namelijk geen goed; het levert alleen maar negatieve beeldvorming rond transgenders op.
Die beeldvorming, waarvan Alice vindt dat die door het programma is geschaad. Naar mijn idee werkt de gepikeerde reactie van Carolien echter schadelijker uit voor de beeldvorming dan het programma zelf.
Met alle respect, ik weet dit gevoelig ligt, maar het is nu eenmaal de term die iedereen - met name
buitenstaanders - gebruiken, en iedereen weet precies wat ermee bedoeld wordt. Alle andere termen zijn eufemismen. En als je eufemismen maar lang genoeg blijft gebruiken, worden het op den duur ook weer beladen termen waarvoor weer nieuwe eufemismen worden gezocht. Dat is dus zinloos. Ik ben een voorstander van duidelijk taalgebruik, en benoem het dus zoals het is. Ruzie maken over terminologie is niet effectief.
Curieus is dat we in de dagelijkse spreektaal voortdurend spreken over bouw: We spreken wel van onze lichaamsbouw, we zijn stevig of juist rank gebouwd, etc. Maar op het moment dat dan de term 'ombouwen' gebezigd wordt, dan zijn we ineens niet meer gebouwd. Hm. Ik denk dat het meer te maken heeft met de negatieve connotatie die er heerst rondom deze term. Het is dezelfde reden waarom travestieten liever zeggen dat ze crossdresser of deeltijdvrouw zijn. Die termen klinken beter en zijn vooralsnog minder beladen. Ook over de juiste aanspreking met man, vrouw, hij, zij etc. wordt vaak een enorm probleem gemaakt. Dat is zonde, het leidt de aandacht alleen maar af van waar het werkelijk om gaat. Ook dat was een belangrijk punt van kritiek dat vanuit de transgendergemeenschap op het programma wordt geuit.
Maar hoe wil je dat mensen weten hoe ze je moeten aanspreken? Veel transvrouwen blijven een wat mannelijke uitstraling houden, sommigen zien er ronduit uit als een man in vrouwenkleren. Niet dat daar iets mis mee is, overigens. Er zijn ook natuurlijke vrouwen die er mannelijk uitzien. Aan de andere kant heb je ook mannen die van nature een vrouwelijk uiterlijk hebben. Sommige volbloed mannen zien er nog vrouwelijker uit dan sommige transvrouwen of zelfs natuurlijke vrouwen. Verder hebben transvrouwen natuurlijk last van hun mannelijke stem en slagen er niet altijd in om die echt vrouwelijk te laten klinken. Hoe moet je als buitenstaander nou weten hoe je zo'n persoon moet aanspreken als je het aan de buitenkant niet duidelijk kunt zien? Is het nou echt zo'n probleem dat daar fouten mee gemaakt worden? Door daar een enorm punt van te maken werk je zelf mee aan een negatieve beeldvorming.
Kijk, ik ga als man in rok de straat op. Soms word ik aangesproken met: Mijnheer, - oh sorry - mevrouw! Maar het omgekeerde komt ook voor. Mevrouw! - Oh sorry - mijnheer. Ik maak er geen probleem van en reageer op beiden. Ik ben in feite ook geen van beiden - of allebei een beetje. Ik ben transgender. Het zou fijn zijn als alle transgenders er zo ontspannen mee om zouden kunnen gaan. Dat zou de beeldvorming absoluut ten goede komen.
Op een bepaald moment deed de werkgever een controversiële stelling dat hij een transgender afwees om zijn/haar uiterlijk, waarop die vervolgens opnieuw door Carolien werd afgebrand omdat hij volgens haar discrimineerde. Dit terwijl de man volgens mij absoluut een punt had. Zijn punt was: transgenders moeten aan dezelfde representativiteitseis voldoen als ieder ander. Voldoet een transgender daaraan, dan is er in beginsel geen beletsel om die persoon aan te nemen. Helaas werd zijn motivatie door Arie afgekapt en werd de man door Carolien in de pan gehakt. Dat Arie de man niet de gelegenheid gaf om zijn standpunt uiteen te zetten is jammer.
De reactie van Carolien op deze en de eerder genoemde voorvallen maakt echter op stuitende wijze duidelijk wat het probleem van de meeste transgenders is, namelijk drammerigheid. Ik ben nu eenmaal zo, en je hebt me maar te nemen zoals ik ben. Dat ik eruit zie als een vogelverschrikker met vrouwenkleren aan, doet niet ter zake. Sorry, maar dat is dus niet realistisch. Een representativiteitseis is niets geks. Een man in vrouwenkleren met een baard die er niet uit ziet, kan wel degelijk een negatieve invloed hebben op het bedrijf als zhij met klanten in contact komt, daar moet je de ogen niet voor sluiten. Vooral omdat de acceptatie vanuit de maatschappij op dit moment nu eenmaal nog veel te wensen over laat. Overigens slaat dit niet op de in de studio aanwezige transgenders. Die zagen er over het algemeen wel goed uit, alhoewel een aantal van hen wel als transgender herkenbaar is. Maar dat is niet erg. Je hoeft er niet naadloos als vrouw uit te zien. Waar het om gaat is dat je er goed uit ziet. Uit eigen ervaring kan ik melden dat het een heel verschil maakt hoe je eruit ziet. Mensen reageren veel beter op een mooi plaatje dan op een lelijk plaatje, helemaal als dat lelijke plaatje bestaat uit een bonkige kerel met baard in vrouwenkleren, en dan ook nog eens de verkeerde kleren. Als die manvrouw zijn baard afscheert en een styliste om kledingadvies vraagt ligt de zaak vermoedelijk al heel anders. Een aangepast uiterlijk scheelt enorm in hoe mensen op je reageren. Verder zijn transgenders snel op hun teentjes getrapt als men ze niet op de juiste manier aanspreekt of de juiste terminologie bezigt. Hoe wil je in godsnaam serieus genomen worden als je zo blijft drammen?
Mijn conclusie is dat transgenders altijd heel erg vanuit de "ik" positie redeneren, zonder zich af te vragen of de eisen die ze stellen nu eigenlijk wel realistisch zijn. Geruzie over de manier van aanspreken of terminologie is zinloos en dient geen enkel doel.
Sterker nog: Wat is het beeld dat bij de gemiddelde kijker blijft hangen? Ik denk dat ik het wel weet. "Wat een stelletje zeikerds zijn die transgenders." En: "Het is toch ook ombouwen wat ze doen?" Ik kwam zojuist nog ergens een reactie met precies deze strekking tegen.
Kortom: transgenders zijn overgevoelig voor verkeerde omgangsvormen en reageren daar heel heftig op. Ze hebben de neiging om in de slachtofferrol te gaan zitten en vervolgens te roepen: De wereld is tegen ons! Ik denk dat dit soort negatieviteit de zaak meer schaadt dan de hele uitzending bij elkaar. Let wel: ik zeg niet dat we ons niet moeten roeren, want dat moet absoluut. De barricaden moeten we op. Maar ik zeg wel dat we realistisch moeten blijven, geen onredelijke eisen moeten stellen, en ons niet moeten verliezen in gekissebis over onbelangrijke zaken. Daarmee vestigen we een verkeerd beeld van de transgender, en dat is veel schadelijker.
Verder vond ik niet dat de uitzending slecht was. De nare nasmaak die de transgendergemeenschap eraan heeft overgehouden, deel ik in elk geval niet. Goed, er was zeker wat op de uitzending af te dingen, maar in grote lijnen vond ik wel dat alles aan bod gekomen is. Dat het niet helemaal is gegaan zoals de transgenders hadden verwacht of gehoopt begrijp ik, maar dan zeg ik opnieuw dat je je moet afvragen in hoeverre de verwachtingen realistisch waren.
Het is tenslotte een discussieprogramma, en het duurt maar drie kwartier. Daarin komen dus verschillende meningen over uiteenlopende onderwerpen aan bod, en de tijd is beperkt. Al met al viel het mij niet tegen, hoewel de screening beter had gekund en Arie de mensen te snel afkapte. Het valt me op dat de reacties op de uitzending vooral in de transgenderwereld heel slecht zijn. In het niet-transgender deel van Nederland viel het een stuk beter, heb ik de indruk.
Overigens moet ik daarbij aantekenen dat ik het bekijk als kijker, niet als deelnemer. Uit de brief van Alice begrijp ik dat er vanuit de redactie verkeerde verwachtingen zijn gewekt. Als dat zo is, dan heeft ze daar wel een punt. Maar op mij als kijker kwam het programma helemaal niet zo slecht over, en de claim dat de uitzending de positie van transgenders heeft geschaad deel ik dan ook niet.
Een zwaar defensieve en overgevoelige houding, zoals in het programma tentoon gespreid, en zoals ook de reacties vanuit de transgenderwereld laten zien, werkt naar mijn idee contraproductief en doet onze zaak geen goed. In feite geldt dat ook voor de open brief van Alice. Terwijl heel Nederland het een prima uitzending vond, gaat de transgendergemeenschap op een drammerige manier verhaal halen. Dat zegt meer over de transgenders dan over de programmamakers, ben ik bang. Ik ben bang dat de manier waarop de transgendergemeenschap zich hiermee profileert de beeldvorming meer kwaad doet dan goed. Het zou fijn zijn als de transgenders niet zo snel in de verdediging zouden gaan. Als we er zelf al zo krampachtig mee omgaan, hoe kun je dan verwachten dat de rest van de bevolking dat niet doet? Welk signaal geven we af door zo lichtgeraakt te zijn? Ik ben ervan overtuigd dat een meer open en zelfbewuste houding beter is voor de acceptatie en tolerantie dan de krampachtige, verdedigende houding die we nu laten zien.
Wat ik wil zeggen is dit: Wees trots op jezelf, en draag je transgenderzijn met waardigheid. Realiseer je dat je anders bent, en maak er ook geen punt van als mensen je ook zo zien. Wees er juist trots op. Wees realistisch in je verwachtingen en pas die aan de werkelijkheid aan. Zorg dat je er goed uit ziet en accepteer dat mensen je niet altijd op de juiste manier aanspreken. Maak daar geen al te zwaarwegend punt van. Uiteindelijk bèn je ook transgender. Overspannen reacties op verkeerde aanspreking of terminologie leidt alleen maar de aandacht af van wat echt belangrijk is, namelijk acceptatie en tolerantie jegens mensen die anders zijn dan anderen.
Acceptatie draait naar mijn idee om het niet afwijzen van transgenders, en het kweken van meer begrip en tolerantie. Maar hoe kunnen we van de buitenwereld begrip en tolerantie verlangen als we zelf zo snel op onze teentjes getrapt zijn en blijven drammen om ons gelijk te halen?
Practise what you preach, zou ik zeggen.
Update: De programmamakers hebben op de ontstane commotie gereageerd. Hieronder de link naar de reactie:
http://debatop2.dossierjournalistiek.nl/seizoenen/2/afleveringen/17-11-2012/reactie
maandag 5 november 2012
Tim Ribberink
http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2012/11/rouwadvertentie_in_je_gezicht.html
Op Twitter kom ik een bericht tegen van Dolly Bellefleur over de overlijdensadvertentie van Tim Ribberink in de Twentse krant de Tubantia. De advertentie is als foto aan het bericht toegevoegd. Van de tekst word ik ijskoud en intens verdrietig. Een twintigjarige jongeman heeft zichzelf van het leven beroofd omdat hij gepest werd.
In de advertentie is een foto opgenomen van het afscheidsbriefje dat hij aan zijn ouders schreef. Van de tekst word ik heel erg stil.
"Lieve pap en mam,
Ik ben mijn hele leven bespot, gepest en buitengesloten. Jullie zijn fantastisch. Ik hoop dat jullie niet boos zijn.
Tot weerziens, Tim."
De tekst grijpt me naar de strot. Ik heb zelf kinderen en voel het intense verdriet van de ouders. Op school ben ik vroeger zelf ook flink gepest, dus ik kan me een beetje voorstellen hoe Tim zich gevoeld moet hebben. Ook ik heb toen wel eens gespeeld met de gedachte aan zelfmoord. Maar ik leef nog. Mijn God, hoe erg moet je gepest worden voordat eruit stappen een aantrekkelijker alternatief wordt?
Dolly (Ruud Douma) heeft het bericht ook weer van iemand anders geretweet. Het nieuws blijkt als een lopend vuurtje over Twitter te gaan. GeenStijl pikt het bericht op en zet geschokt een artikeltje online met de rouwadvertentie erboven. Hypocriet, denk ik dan. GeenStijl is een website waar afzeiken en nodeloos kwetsen zo ongeveer tot core business verheven wordt. Het vriendelijke gezicht van Tim en de beklemmende tekst van de advertentie staan klem naast het logo van GeenStijl.
"GEENSTIJL. Tendentieus, Ongefundeerd en Nodeloos kwetsend."
De woorden priemen me tegemoet terwijl ik Tim in de vriendelijk lachende ogen kijk en de tekst van de advertentie nog eens nalees. Het contrast kan niet groter. GeenStijl is nodeloos kwetsend. Tegelijkertijd is er een jongeman dood omdat hij voortdurend nodeloos gekwetst werd.
Op Twitter kom ik ook nog een reactie tegen van een jongedame die het niet eens is met alle medeleven. Zij noemt Tim een zwakkeling. Eigen schuld, dikke bult. Ongelofelijk, dat zo iemand zo'n ijskonijn kan zijn.
De samenleving is al jaren aan het verharden. Niemand heeft nog oog voor elkaar, iedereen denkt alleen maar aan zijn eigen belang. Andersdenkende minderheidsgroeperingen zijn het doelwit van uitsluiting, discriminatie en pesten. Andersdenkenden staan buiten de maatschappij en zijn vogelvrij. Is er een verband? De jeugd onder elkaar is keihard. Als je iemand niet mag, scheld je hem uit voor kankerjood of homo. De jeugd vindt dat de normaalste zaak van de wereld. Ik niet. Maar wie ben ik?
Dit soort cultuur wordt mede in de hand gewerkt door websites en Internetfora zoals GeenStijl. Maar ook in de media wordt steeds vaker een harde toonzetting gebruikt. Cabaretiers maken snoeiharde grappen. Politici gaan nog net niet met elkaar vechtend over de straat liggen te rollebollen, maar het scheelt niet veel. Respect is tegenwoordig ver te zoeken. De jeugd krijgt dit gedrag gewoon aangeleerd. En de minderheidsgroeperingen zijn de dupe. Niet voor niets zijn de sterftecijfers voor LGBT's hoger dan gemiddeld. Van Tim wordt ook beweerd dat hij homosexueel was. Of het waar is weet ik niet, en het doet er ook niet toe. Kinderen worden wel om minder gepest. Een hazelip, rood haar, een beugelbekkie, of gewoon wat verlegen of sociaal onhandig gedrag. Het is allemaal aanleiding voor pesterijen. Blijkbaar was Tim op één of andere manier ook anders dan de rest, en blijkbaar vond rest dat reden genoeg om hem zijn leven lang te zieken. Net zo lang totdat hij het niet meer zag zitten. En dat was dus deze week.
Overal ontstaan reacties en discussies over de schokkende advertentie. De ouders zouden meer tegen pesten moeten doen, lees ik ergens. Helemaal mee eens. Maar hoe werkt dat in de praktijk? Als een schoolmeester of een schooljuf de ouders aanspreekt op het gedrag van het kind, dan komt het regelmatig voor dat de ouders boos worden. Veel ouders accepteren helemaal geen kritiek op het kind. De schuld ligt altijd ergens anders, maar nooit bij het kind. En al helemaal niet bij de ouders. Bij een tienminutengesprek op school wilde de juf eens een kwestie met mijn eigen zoon aanroeren. Het ging hierbij overigens niet om pesten, maar dat terzijde. De juf roerde de kwestie heel omzichtig aan, en ze was zichtbaar opgelucht toen bleek dat wij als ouders het met haar eens waren. "U moest eens weten hoe vaak ouders boos worden omdat ze geen kritiek op het kind accepteren.", sprak ze zacht. Van de ouders hoef je dus blijkbaar niet zoveel te verwachten.
Het is een teken van de tijd. De maatschappij is enorm verhard, en websites als GeenStijl spelen daar een belangrijke rol in. De jeugd leert er namelijk dat het kennelijk normaal is om hard en kwetsend te zijn. Maar nu een keer keihard duidelijk wordt waar dat toe leidt, huilt GeenStijl tranen met tuiten. Stuitend. GeenStijl zou er goed aan doen om het eigen mission statement nog eens kritisch onder de loep te nemen.
GEENSTIJL. Tendentieus, Ongefundeerd en Nodeloos kwetsend.
Tja. Nodeloos kwetsend. Vertel dat maar tegen Tim.
Vrouwenbezigheden
http://www.nu.nl/lifestyle/2939425/vrouwen-willen-106-romantische-minuten-per-dag.html
Vrouwen willen 106 romantische minuten per dag, zo staat te lezen in een artikel op Nu.nl.
Dit blijkt uit een onderzoek van de universiteit van Bremen in Duitsland en het technologisch instiutuut in Georgia in de Verenigde Staten wat is uitgevoerd onder 900 vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 38 jaar.
In het artikel op Nu.nl wordt het 'opvallend' genoemd dat uit het onderzoek blijkt dat vrouwen 'slechts' 56 minuten zouden willen shoppen. Hoezo 'slechts' 56 minuten?
Even een stapje terug. Het onderzoek ging over de dagelijkse bezigheden en het ideale dagpatroon van de vrouwen. Dagelijks 56 minuten shoppen, hoe moeten we dat interpreteren? Allereerst een definitie van het woord 'shoppen'. Onder shoppen versta ik het winkelen, met als doel het aanschaffen van luxe goederen, zoals kleding of een nieuwe tablet PC. Bij vrouwen gaat het dan doorgaans voornamelijk over kleding en schoenen. Het 'leuke' winkelen dus. Ik ga ervan uit dat het wekelijkse rondje boodschappen doen bij de supermarkt en de groenteboer niet onder de noemer 'shoppen' valt.
Goed, funshoppen dus. Maar hoe zit het dan met die 54 minuten per dag? Is dat werkelijk zo weinig?
Als het gaat over het klassieke shoppen, dus met volle tassen door een winkelstraat slenteren en winkel in, winkel uit, pashokje in, pashokje uit lopen, dan kan ik me niet voorstellen dat vrouwen daar echt elke dag 56 minuten aan willen besteden. Die tijd ben je alleen al kwijt om überhaupt in de stad te komen. Reistijd, stoplichten, opstoppingen, parkeerplek zoeken als je met de auto bent, Wachten, lopen, overstappen en nog meer wachten als je met het openbaar vervoer komt. Uit hetzelfde onderzoek blijkt trouwens en passant dat vrouwen liever helemaal geen reistijd hebben, maargoed.
Geen dagelijkse gang naar de plaatselijke winkelstraat dus. Ik stel me eerder voor dat vrouwen dat periodiek doen, bijv. één keer per week of één keer per twee weken. Met een klein uur per dag praat je dus al gauw over een hele zaterdag shoppen. Als je dat één keer per twee weken doet, heb je ook nog tijd voor een dinertje in de stad en kun je daarna ook nog een bioscoopje pikken. Een kleine 14 uur per twee weken. Maar ik denk dat de gemiddelde vrouw echt niet elke week of elke twee weken een hele zaterdag in de stad loopt te sjouwen. Daarvoor ontbreekt het dan meestal ook nog eens aan de benodigde liquide middelen, maar dat is weer een ander verhaal. Die 54 minuten per dag is dus helemaal niet zo weinig. Elke week de hele zaterdag van laten we zeggen: 11:00 tot 17:30. Eigenlijk is het best veel, als je er goed over nadenkt.
Nee, die tijd gaat niet op aan shoppen in de stad. Vrouwen lopen echt niet elke zaterdag de hele dag in de stad. Ik denk dat een deel van die 54 minuten dus op gaan aan internetshoppen. Gewoon, gezellig thuis op de bank, met de iPad op schoot een paar schoenen bestellen bij Zalando. Die ze dan wel van te voren even hebben gepast bij de plaatselijke schoenenwinkel in de stad, dat dan weer wel.
Abonneren op:
Posts (Atom)